Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.2.3:6.2.2.3 Bevoegdheid tot omzetting
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.2.3
6.2.2.3 Bevoegdheid tot omzetting
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588324:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De nieuwe schuldeiser is bevoegd tot in trekking van de omzettingsverklaring van de oude schuldeiser. Om haar werking te hebben, dient de in trekking de schuldenaar eerder dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring (de omzettingsverklaring) te bereiken (art. 3:37 lid 5 BW).
Zie hierna nr. 687.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
337. Wordt de hoofdvordering niet van rechtswege omgezet in een vervangende schadevergoedingsvordering, dan komt de bevoegdheid tot het doen van de omzettingsverklaring (de schriftelijke mededeling ex art. 6:87 BW) vóór de overgang aan de oude schuldeiser toe, en na de overgang aan de nieuwe schuldeiser. De bevoegdheid tot omzetting maakt onderdeel uit van het schuldeiserschap en komt om die red en toe aan de nieuwe schuldeiser. Hieruit volgt dat de bevoegdheid tot het doen van de omzettingsverklaring vóór de stille cessie in beginsel aan de stille cedent toekomt en na de stille cessie in beginsel aan de stille cessionaris.
Is de hoofdvordering door de oude schuldeiser bij voorbaat omgezet in een tot vervangende schadevergoeding, dan vindt omzetting plaats op het moment dat de schuldenaar in verzuim raakt. Is de schuldenaar nog niet in verzuim op het moment van de overgang van de vordering, dan is de nieuwe schuldeiser aan de verklaring bij voorbaat van de oude schuldeiser gebonden.1 Als de schuldenaar na de koop van de vordering, maar voor de overdracht (onvoorzien) tekortschiet of tekort dreigt te schieten (vgl. art. 6:80 BW) en nakoming door de schuldenaar nog mogelijk is, dient de verkoper (de oude schuldeiser) met de koper (de nieuwe schuldeiser) te overleggen of, als de koper nog aanspraak maakt op overdracht, omzetting van de hoofdvordering moet plaatsvinden of niet.2 Hetzelfde geldt in de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris.