NJB 2022/2706
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Geding na cassatie en terugwijzing. Ex nunc en ex tunc. Hoge Raad: Indien ten tijde van de beoordeling na cassatie en terugwijzing de bij de vernietigde beslissing gegeven machtiging inmiddels is vervallen, moet de rechtbank beoordelen of op het tijdstip dat de vernietigde beslissing werd gegeven voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte machtiging (beoordeling ‘ex tunc’)
HR 18-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1701
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 november 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/02021
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1701, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:841, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑09‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Geding na cassatie en terugwijzing. Ex nunc en ex tunc. Hoge Raad: Indien ten tijde van de beoordeling na cassatie en terugwijzing de bij de vernietigde beslissing gegeven machtiging inmiddels is vervallen, moet de rechtbank beoordelen of op het tijdstip dat de vernietigde beslissing werd gegeven voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte machtiging (beoordeling ‘ex tunc’)
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. C. ReijntjesWendenburg, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend. Bij beschikking van 13 juli 2021 heeft de rechtbank een aansluitende zorgmachtiging verleend. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.