V-N 2021/4.23.2
Ontbreken heffingvrij vermogen voor minderjarige kinderen niet van elke redelijke grond ontbloot
HR 08-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:29
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 januari 2021
- Zaaknummer
20/00863
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:29, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑01‑2021
- Wetingang
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de wetgever bij de toerekening van het vermogen van de kinderen aan de ouder die het gezag over de kinderen voert, binnen de ruime beoordelingsvrijheid is gebleven die hem toekomt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X geeft in zijn IB-aangifte 2013 een grondslag sparen en beleggen aan van € 113.000. Hierin is een bedrag van € 34.000 begrepen aan vermogen van zijn minderjarige kinderen. X acht het in strijd met het IVBPR en EVRM dat aan minderjarige kinderen geen heffingvrij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.