NJ 1933, p. 530
Mijnrechten verschuldigd wegens onder Duitsch gebied gehakte, op Nederlandsch gebied bovengebrachte steenkolen.
HR 13-01-1933, ECLI:NL:HR:1933:353
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 1933
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Kosters, van den Dries, van Gelein Vitringa, Kranenburg.
- Zaaknummer
[13011933/NJ_1933,_p._530]
- Conclusie
Mr. Berger
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Energie
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:353, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑1933
- Wetingang
(Mijnwet 1810 art. 7; Wet 26 Maart 1920 S. 157 art. 1.)
Essentie
Mijnrechten verschuldigd wegens onder Duitsch gebied gehakte, op Nederlandsch gebied bovengebrachte steenkolen.
Samenvatting
De stelling, dat het winnen van delfstoffen in de wet van 26 Maart 1920 S. 157 tot heffing van een recht op de mijnen, beteekent het door loshakken of lossnijden verkrijgen van die stoffen, is onaannemelijk en door het Hof op juiste wijze weerlegd.
De grief, dat het Hof die vraag, of, door het loshakken en lossnijden der steenkolen onder Duitsch gebied,, de Domaniale Mijn Mij. al dan niet den eigendom der delfstof heeft verkregen, heeft beoordeeld, niet naar Duitsch, maar naar Nederlandsch recht — ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.