Vgl. HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:73.
HR, 11-03-2025, nr. 23/04765
ECLI:NL:HR:2025:376
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11-03-2025
- Zaaknummer
23/04765
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:376, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1432
ECLI:NL:PHR:2024:1432, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:376
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0077
Uitspraak 11‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verduistering (art. 321 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsman per e-mail verzonden schrijven waarin grieven zijn opgenomen en dat aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ter staving van stelling dat hof geen acht heeft geslagen op grieven, zijn aan cassatieschriftuur kopieën gehecht van e-mail van 5-4-2023 van raadsman met als onderwerp “appelschriftuur inzake 05-314730-2” gericht aan Rb strafgriffie Arnhem (Rb Gelderland). Bij dit bericht meegezonden appelschriftuur is aan cassatieschriftuur gehecht. Aan schriftuur gehecht stuk biedt grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte vóór onderzoek ttz. op 23-11-2023 schriftuur houdende grieven is ingediend. Daarom is ‘s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04765
Datum 11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023, nummer 21-001605-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.
Conclusie 17‑12‑2024
Inhoudsindicatie
volgt
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04765
Zitting 17 december 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij verstekarrest van 23 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023, parketnummer 05-314730-22.
Het cassatieberoep is op 6 december 2023 ingesteld namens de verdachte. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
4. Het hof heeft de verdachte – bij verstek – niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe overwogen:
“Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelfgeen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het, door hem ingestelde hoger beroep.”
5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een "akte instellen hoger beroep", inhoudende dat op 30 maart 2023 door mr. E.J.M.J. Damen namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023.
6. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof geen acht heeft geslagen op de inhoud van het door de raadsman van de verdachte per e-mail verzonden schrijven van 5 april 2023 waarin grieven zijn opgenomen.
7. Ter staving van die stelling zijn aan de cassatieschriftuur kopieën gehecht van een e-mail van 5 april 2023, 09:43 uur van mr. E.J.M.J. Damen met als onderwerp “Appelschriftuur inzake [verdachte] [nummer] ” gericht aan de rechtbank Strafgriffie Arnhem (Rechtbank Gelderland).De bij dit bericht meegezonden appelschriftuur is aan de cassatieschriftuur gehecht. Het aan de schriftuur gehechte stuk biedt grond voor het ernstig vermoeden dat namens de verdachte vóór het onderzoek ter terechtzitting op 23 november 2023 een schriftuur houdende grieven is ingediend. Op grond daarvan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat een dergelijke schriftuur is ingediend.1.
8. Gelet op het voorgaande is de beslissing van het hof om de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
9. Het middel slaagt.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 17‑12‑2024