NJB 2022/2183
Beslagbeklag, art. 552a Sv en situatie zoals bedoeld in art. 94a lid 4 of lid 5 Sv (voorwerpen die – kort gezegd – ter verhaalsfrustratie zijn gaan toebehoren aan een ander dan aan wie de geldboete of de ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd): de rechter moet als maatstaf aanleggen of buiten redelijke twijfel staat dat die derde als eigenaar van het inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt. De rechter moet daarvan in zijn beslissing blijk geven. Als die derde als eigenaar wordt aangemerkt zal de rechter ook moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de situatie van art. 94a lid 4 of 5 Sv voordoet. In casu is dit het geval. Belang van strafvordering dat het voortduren vordert van het beslag, art. 94 Sv: het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is het geval wanneer het inbeslaggenomen voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen – ook in een zaak betreffende een ander dan de klager – of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Ook verzet het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in art. 36b lid 1, aanhef en onder 4º, Sr jo. art. 552f Sv. In casu kon de rechtbank oordelen dat strafvordering zich verzet tegen teruggave van de inbeslaggenomen panden.
HR 20-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1201
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 september 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C. Caminada
- Zaaknummer
20/03058 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1201, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:835, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Beslagbeklag, art. 552a Sv en situatie zoals bedoeld in art. 94a lid 4 of lid 5 Sv (voorwerpen die – kort gezegd – ter verhaalsfrustratie zijn gaan toebehoren aan een ander dan aan wie de geldboete of de ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd): de rechter moet als maatstaf aanleggen of buiten redelijke twijfel staat dat die derde als eigenaar van het inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt. De rechter moet daarvan in zijn beslissing blijk geven. Als die derde als eigenaar wordt aangemerkt zal de rechter ook moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.