Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/16.1:16.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/16.1
16.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488435:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het bestaan van mandeligheid is de aanwezigheid van ten minste twee erven vereist (art. 5:60 en 5:62). De hier te behandelen vraag is: wat is de betekenis van de begrippen ‘erf’ en ‘erven’ in deze artikelen? Ik zal voor wat betreft art. 5:60 pleiten voor een ruim begrip. Dat wil zeggen dat naar mijn oordeel beperkte rechten en appartementsrechten ook als erven zouden moeten kunnen worden aangemerkt. De problemen die hiermee samenhangen komen eveneens aan de orde.
In art. 5:62 zou ik voor ‘erf’ willen lezen ‘onroerende zaak’.