De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.9:3.9 Vergelijking en vooruitblik
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.9
3.9 Vergelijking en vooruitblik
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702100:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de historische ontwikkeling van de belangrijke positie van de onteigeningsdeskundige en de planschadeadviseur centraal. Na de lezing van dit hoofdstuk is duidelijk geworden dat de huidige positie van de schadedeskundigen historisch te verklaren is, maar ook dat de oorsprong en ontwikkeling van onteigenings- en planschadedeskundigen anders is.
De onteigeningsdeskundige vindt zijn oorsprong in de Franse wet van 1810. Diens belangrijke rol is ontstaan door een combinatie van factoren waarvan de koerswijziging van de Hoge Raad vanaf 1864 zonder meer de belangrijkste is. Van de deskundigen werd vanaf toen immers niet meer gevraagd om uitsluitend de te onteigenen goederen te taxeren, maar om mede toepassing te geven aan de gestaag uitdijende rechtspraak van de Hoge Raad. Een taak die leidde tot een zekere professionalisering van de deskundigencommissie.
De planschadeadviseur vindt zijn oorsprong daarentegen in de gemeentelijke vergoedingspraktijk die tot wasdom kwam bij het uitblijven van een wettelijke schadevergoedingsbepaling in de opvolgende Woningwetten. Het was aan gemeenten om regels te stellen over hoe een planschadeverzoek werd afgehandeld. Steeds meer gemeenten stelden daarvoor een schadevergoedingsverordening op. Vrijwel al die verordeningen noopten tot het inwinnen van een voorafgaand deskundigenadvies. Al snel tekenden zich de contouren af uit het systeem van Wro en Bro.
Met de afronding van dit hoofdstuk ben ik een stap dichter bij de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag. Op grond van hoofdstuk 2 is immers duidelijk waar – dus in welke wetten en regels – schadedeskundigen voorkomen en dat zij een behoorlijk belangrijke rol in die wetten en regels vertolken. Na de lezing van dit hoofdstuk is ook duidelijk dat aan die belangrijke positie een veelal historische ontwikkeling ten grondslag ligt. Daarmee is het onderzoek klaar voor de volgende stap. Die volgende stap is de beantwoording van de vraag of en in hoeverre de positie van de onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen ook ‘bijzonder’ is. Dat wil zeggen, afwijkend ten opzichte van de positie van andere deskundigen die worden ingeschakeld om de rechter of het bevoegd gezag te adviseren.