Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.1:6.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482379:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In geval van gemeenschap is altijd sprake van een collectiviteit. Meerdere personen zijn gerechtigd tot een bepaald goed of bepaalde goederen. In het bijzonder treedt deze collectiviteit op de voorgrond indien wij spreken over het genot en het gebruik van, en het beheer en de beschikkingsmacht over het betreffende gemeenschappelijke goed c.q. de gemeenschappelijke goederen. Uit de wettelijke regeling vloeit voort dat aan de deelgenoten in beginsel tezamen – en in gezamenlijkheid – het genot, het gebruik en het beheer toekomt (art. 3:166). De rechten zoals omschreven komen aan de gerechtigde toe in zijn hoedanigheid van deelgenoot: dat wil zeggen in zijn hoedanigheid van gerechtigde tot een onverdeeld aandeel in het gemeenschappelijke goed c.q. de gemeenschappelijke goederen. Hier treedt het individuele aspect aan de orde. Leggen wij meer de nadruk op het individuele aspect dan zullen we moeten spreken over:
het recht om verdeling en levering te vorderen (art. 3:178 lid 1);
het recht om over het onverdeelde aandeel te beschikken (art. 3:175 lid 1).
In dit hoofdstuk zal dit individuele aspect nader worden bezien.
Eerst zal het individuele aspect aan de hand van afdeling 3.7.1 worden besproken. Vervolgens zal – na een karakterisering van het begrip ‘afhankelijk recht’ – dit individuele aspect in verband worden gebracht met mandeligheid.