type: CM
Rb. Limburg, 04-10-2023, nr. C/03/300765 / HA ZA 22-25
ECLI:NL:RBLIM:2023:7590
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
04-10-2023
- Zaaknummer
C/03/300765 / HA ZA 22-25
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2023:7590, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 27‑12‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:3760
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:1097
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:6144
ECLI:NL:RBLIM:2023:6144, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 04‑10‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:1097
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:3760
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:7590
ECLI:NL:RBLIM:2023:3760, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 21‑06‑2023; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:6144
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:7590
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:1097
ECLI:NL:RBLIM:2022:1097, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 09‑02‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:3760
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:6144
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:7590
Uitspraak 27‑12‑2023
Inhoudsindicatie
Burgerlijk recht. Handel. Aannemingsovereenkomst. Opdrachtgever in conventie deels geslaagd in bewijs gestelde gebreken. Opdrachtgever heeft aannemingsovereenkomst bevoegd buitengerechtelijk ontbonden op grond van de bewezen gebreken (art. 6:265 lid 1 BW). Rechtsgevolgen ad art. 6:271 en 272 BW. Gevorderde (aanvullende) schadevergoeding deels toegewezen. Door aannemer in reconventie gevorderde betaling van openstaande facturen afgewezen.
Partij(en)
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/300765 / HA ZA 22-25
Vonnis van 27 december 2023
in de zaak van
1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1]2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,
advocaat: mr. A.A. Mukuchian te Maastricht,
tegen
VARIANTHUIS B.V.,
gevestigd te Nieuw-Schoonebeek,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Varianthuis,
advocaat: mr. L. Pander te Groningen.
1. De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 oktober 2023- de akte houdende uitlating van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 18 oktober 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
verder in conventie
- de derde categorie gebreken (grondverbetering / fundering)
2.1.
De rechtbank volhardt bij hetgeen zij heeft overwogen in de tussenvonnissen van 21 juni 2023 (rov. 4.10 tot en met 4.17) en 4 oktober 2023 (rov. 2.3 en 2.4). [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dienen gelet op hun stellingen inzake de derde categorie gebreken en het gemotiveerde verweer van Varianthuis te bewijzen dat Varianthuis tekort is geschoten in het aanneemwerk grondverbetering / fundering en de waarschuwingsplicht. De rechtbank had al overwogen dat ter zake die derde categorie gebreken en schade een gerechtelijk deskundigenbericht moet worden ingewonnen en dat door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het voorschot op de kosten van de te benoemen deskundige(n) moet worden gedeponeerd.
2.2.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben om voor hen moverende redenen volhard in het niet betalen van het voorschot en bij akte van 18 oktober 2023 afstand gedaan van het leveren van bewijs aan de hand van een gerechtelijk deskundigenbericht. De derde categorie gebreken en de schade die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] daardoor stellen te hebben geleden kunnen gelet hierop, bij gebreke van voldoende bewijs, niet worden vastgesteld. Een toelichting door een onafhankelijke bouwdeskundige is niet gegeven, terwijl een gerechtelijk deskundigenbericht, mede gelet op het oordeel van de rechtbank in rechtsoverwegingen 4.12 en 4.13 van het tussenvonnis van 21 juni 2023, noodzakelijk is om de rechtens relevante feiten te kunnen vaststellen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn derhalve niet geslaagd in het bewijs van hun stelling dat
Varianthuis toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst wat betreft het werk grondverbetering / fundering en de in dat kader gestelde waarschuwingsplicht.
2.3.
De rechtbank neemt bij het vorenoverwogene in aanmerking dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun stelling, inhoudende dat de gemeente zal overgaan tot onbewoonbaarverklaring van de woning vanwege een in afwijking van besluit 19080 toegepaste hoogte grondverbetering, niet met een rechtsgeldig besluit met een dergelijke strekking hebben onderbouwd. Daar staat tegenover dat Varianthuis de toegepaste grondverbetering met een berekening van de constructeur heeft onderbouwd en dat zij gemotiveerd bij antwoordakte van 13 september 2023 heeft aangevoerd dat zij de betreffende gegevens al op 16 maart 2020 bij de gemeente had aangeleverd, dat de gemeente die stukken ook heeft ontvangen en op 20 maart 2020 een ambtenaar van de gemeente op locatie is geweest, kennelijk om de toegepaste fundering te controleren (producties 46 t/m 51 antwoordakte). [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kunnen bij die stand van zaken de aannemer niet op goede grond tegenwerpen dat de grondverbetering / fundering niet had mogen worden toegepast vanwege de (eventuele) bestuursrechtelijke consequenties van een dergelijke uitvoering van het werk, dan wel dat de aannemer hen daarvoor had moeten waarschuwen. Die consequenties zijn immers niet met rechtens relevante feiten aangetoond. Bovendien heeft de gemeente ook niet in zijn algemeenheid verklaard dat zij nooit een grondverbetering van 0,5 meter zou hebben goedgekeurd (productie 48, onder 2, antwoordakte).
verder in conventie en in reconventie
2.4.
Het vorenoverwogene doet onvoldoende af aan het oordeel van de rechtbank bij tussenvonnis van 21 juni 2023, inhoudende dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van de tweede categorie gebreken de aannemingsovereenkomst bevoegd buitengerechtelijk hebben ontbon-den als bedoeld in artikel 6:265 lid 1 BW (rov. 4.4 en 4.9 tussenvonnis 21 juni 2023). Alleen al op grond van de ernst en omvang van die gebreken en de dientengevolge geleden schade was de keuze van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om - na de ingebrekestellingen van Varianthuis van 12 oktober 2020 en 22 september 2021 en het feit dat Varianthuis onterecht volhardde in de opschorting van haar werkzaamheden - de aannemingsovereenkomst volledig te ontbinden, gerechtvaardigd. De in conventie, onder 1. Primair, onder I, gevorderde verklaring voor recht dat de aannemingsovereenkomst door middel van de aangetekende brief van 23 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden zal dan ook in conventie worden toegewezen.
2.5.
De rechtsgevolgen van de ontbinding van de aannemingsovereenkomst zijn op grond van artikel 6:271 BW aldus dat de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen een einde nemen: bevrijding van partijen voor de toekomst en verbintenissen tot ongedaanmaking voor het verleden. Rechtsgevolgen voor de toekomst zijn dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen verdere betalingsverplichting hebben en Varianthuis van haar verplichting tot het verrichten van de resterende (herstel)werkzaamheden en het waarborgen voor de toekomst van de oorspronkelijk overeengekomen garanties is ontslagen.
2.6.
Voor de verbintenissen tot ongedaanmaking voor het verleden neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] € 315.196,00 voor de door Varianthuis geleverde prestatie hebben betaald. Op haar beurt heeft Varianthuis een woning van deels inferieure kwaliteit gebouwd (rov. 4.9 e.v. tussenvonnis van 21 juni 2023). In beginsel zijn partijen in het licht hiervan verplicht tot teruggave van de ontvangen prestatie; Varianthuis zou dan het genoemde bedrag van € 315.196,00 aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] moeten terug betalen en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zouden dan op hun beurt de door Varianthuis gebouwde woning c.q. de daarin gemonteerde zaken aan haar moeten (terug) verschaffen. Nu dit laatste naar het oordeel van de rechtbank niet, althans niet goed mogelijk is, mede ook in aanmerking genomen dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de - aan hen op 9 maart 2022 geleverde - woning zijn gaan wonen, is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:272 lid 1 BW, op grond waarvan voor de prestatie van Varianthuis een vergoeding in de plaats treedt. Dit impliceert dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voor de door Varianthuis gebouwde woning aan haar de waarde moeten vergoeden die aan die woning kan worden toegekend, beperkt tot het bedrag van de waarde die de woning voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op het tijdstip van ontvangst in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad (lid 2 van artikel 6:272 BW). Hiertoe wordt het navolgende overwogen.
2.7.
Bij gebreke van andere aanknopingspunten moet het ervoor worden gehouden dat de woning, indien zij aan de aannemingsovereenkomst had beantwoord, een waarde zou hebben gehad van de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te leveren prestatie (de betalingsverplichting) van in totaal € 380.104,24 (aanneemsom en meerwerk). De werkelijke (economische) waarde op het tijdstip van de ontvangst van de prestatie van Varianthuis door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] - de (middels het vonnis van 9 februari 2022 afgedwongen) oplevering van de woning heeft op 9 maart 2022 plaatsgevonden - is echter lager, aangezien het werk deels gebrekkig is. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zullen om een woning te krijgen als oorspronkelijk beoogd en overeengekomen moeten investeren in herstelwerkzaamheden en materialen. Voldoende is komen vast te staan dat die investering € 82.885,30 bedraagt (rov. 4.9 e.v. tussenvonnis van 21 juni 2023), zodat dit bedrag in mindering moet worden gebracht op de oorspronkelijke waarde van de prestaties van partijen. De eerste en derde categorie gebreken en schade worden niet meegewogen omdat, zoals hiervoor is geoordeeld, die gebreken en schade niet kunnen worden vastgesteld.
2.8.
Bij de bovenstaande vaststelling van de waarde moet bovendien worden meegewogen dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Varianthuis in de toekomst niet meer kunnen aanspreken op herstel van gebreken, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij dagvaarding (randnr. 3.29). Die stelling is niet door Varianthuis weersproken en komt de rechtbank ook niet ongegrond voor. Onder andere komt de garantie van 10 jaar (zoals gesteld door Varianthuis op de mondelinge behandeling) als gevolg van de ontbinding van de aannemingsovereenkomst thans te vervallen. In het licht hiervan dient zulks te worden verdisconteerd in de oorspronkelijke waarde van de prestaties van partijen en acht de rechtbank het redelijk dat hierop een bedrag van 3% van de aanneemsom inclusief meerwerk, derhalve een vermindering van € 11.403,13, in mindering wordt gebracht.
verder in conventie
2.9.
Gelet op al het vorenoverwogene wordt aan de prestatie van Varianthuis een waarde toegekend van in totaal € 285.815,81 (€ 380.104,24 - € 82.885,30 - € 11.403,13). Doordat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] € 315.196,00 aan Varianthuis hebben betaald hebben zij aan hun betalingsverplichting jegens de aannemer voldaan en € 29.380,19 te veel betaald. Dit laatstgenoemde bedrag zal Varianthuis uit hoofde van een ongedaanmakingsverbintenis aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] moeten (terug)betalen.
2.10.
De in conventie door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder 1. primair onder II bij vermeerdering van eis gevorderde veroordeling van Varianthuis tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zal dan ook, met inachtneming van het vorenoverwogene, worden toegewezen tot voormeld bedrag van € 29.380,19, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2021 tot de dag van algehele voldoening. De subsidiaire en voorwaardelijke vorderingen onder 2 en 3 in conventie en de desbetreffende weren van Varianthuis behoeven geen verdere beoordeling meer.
2.11.
De rechtbank overweegt vervolgens dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij de (vermeerderde) eis in conventie ook betaling van een (bedongen) boete en aanvullende schadevergoeding (art. 6:94 lid 2 BW) hebben gevorderd. Daartoe het volgende.
2.12.
De rechtbank is van oordeel dat het verweer van Varianthuis hiertegen (randnr. 90 conclusie van antwoord) deels slaagt. In beginsel geldt dat indien partijen een gefixeerd schadebedrag wegens een vertraagde oplevering zijn overeengekomen (p. 2, aannemings-overeenkomst) [eisers in conventie, verweerders in reconventie] daarnaast niet een vergoeding van de werkelijke schade als gevolg van dezelfde oorzaak toekomt (art. 6:277 lid 1 BW). Doordat de aannemings-overeenkomst is ontbonden en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] wegens vertraging in de oplevering een aanvullende schadevergoeding hebben gevorderd, zal de rechtbank op grond van de vertraagde oplevering hierna beoordelen of de gevorderde aanvullende schadevergoeding terecht is en de in conventie onder 4 sub IV gevorderde contractuele boete afwijzen.
2.13.
De gevorderde aanvullende vergoeding van de schade wegens vertraagde oplevering van de woning moet worden toegewezen. Partijen hadden immers afgesproken dat de bouw van de woning af moest zijn 130 werkdagen nadat de begane grond vloer zou zijn gelegd. Die vloer is uiterlijk 2 april 2020 gelegd, zodat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] erop mochten rekenen eind 2020 begin 2021 in hun woning te kunnen trekken. De woning is echter eerst op 9 maart 2022 door Varianthuis opgeleverd. Dit terwijl [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Varianthuis al bij e-mail van 12 oktober 2020 hadden gesommeerd tot een tijdige oplevering (productie 6 dagvaarding) en Varianthuis, die mede gelet op het hiervoor onder 2.7 - 2.9 overwogene geen gerechtvaardigd vorderingsrecht (retentierecht) jegens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] had, ten onrechte niet opleverde.
Gelet hierop zal de gevorderde vergoeding voor dubbele woonlasten (vordering 4 - I conventie) van in totaal € 19.659,75 (randnr. 3.49 en productie 31 dagvaarding en randnr. 13 vermeerdering van eis), waarvan de omvang niet gemotiveerd is weersproken, als voldoende onderbouwd worden toegewezen, waarbij in aanmerking wordt genomen dat deze kosten redelijkerwijs zijn gemaakt en qua omvang eveneens redelijk zijn. Ditzelfde geldt voor de, door de vertraagde bouw van de woning ontstane extra kosten elektra en water van €1.939,89 in totaal (vordering 4 - III conventie). De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling, omdat een eerdere (verzuim)datum niet is onderbouwd met een voldoende concrete ingebrekestelling.
2.14.
De rechtbank overweegt vervolgens dat van de in conventie onder 4 - II gevorderde schadevergoeding deskundigenkosten alleen die kosten toewijsbaar zijn die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben moeten maken ter vaststelling van de gebreken en schades waarvoor Varianthuis aansprakelijk is. Derhalve zijn alleen de kosten voor het deskundigenrapport van Beeren in hoedanigheid van gerechtsdeskundige (namelijk inzake de tweede categorie gebreken) ad €4.253,15 noodzakelijk gemaakte kosten die op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW toewijsbaar zijn als vergoeding van vermogensschade.
2.15.
De gevorderde aanvullende schadevergoeding zal derhalve deels, voor een bedrag van in totaal € 25.852,79 (€ 19.659,75 + € 1.939,89 + € 4.253,15) worden toegewezen.
2.16.
Het onder 5 onder I in conventie gevorderde is bij tussenvonnis van 21 juni 2023 ongegrond geoordeeld (rov. 4.9.4.3) en wordt afgewezen.
2.17.
De onder 5 onder II in conventie gevorderde veroordeling van Varianthuis tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar op de hierna te bepalen wijze.
Varianthuis heeft immers terecht aangevoerd dat het (totaal) bedrag waarvan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betaling hebben gevorderd te hoog is. De rechtbank zal het toepasselijke liquidatietarief (bij € 55.232,98) alsnog toepassen en aan buitengerechtelijke incassokosten toewijzen een bedrag van afgerond € 1.327,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening.
2.18.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen Varianthuis te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op totaal € 2.416,01.
2.19.
Aangezien partijen in conventie over en weer in het ongelijk worden gesteld, is geen van partijen te beschouwen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij. Daarom zullen de overige proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder in conventie zijn eigen kosten draagt.
verder in reconventie
2.20.
Gelet op hetgeen in conventie onder rechtsoverweging 2.9 is geoordeeld dient de gevorderde betaling van Varianthuis als ongegrond te worden afgewezen. De daarmee samenhangende nevenvorderingen dienen reeds gelet hierop eveneens als ongegrond te worden afgewezen.
2.21.
Gelet op de resterende opeisbare vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] jegens
Varianthuis, zoals in conventie is geoordeeld, is het door Varianthuis gelegde beslag, zoals gehandhaafd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland bij vonnis in kort geding van 16 februari 2022 (zaaknummer: C/19/138671 / KG ZA 22-4), niet onrechtmatig. Ook de gevorderde opheffing van het gehandhaafde beslag zal derhalve worden afgewezen.
2.22.
Varianthuis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in reconventie worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden die kosten begroot op € 766,00 aan salaris advocaat (2 punten × factor 0,5 × € 766,00). Bij een separate veroordeling in de nakosten bestaat geen belang nu de proceskostenveroordeling die kosten omvat (HR 10-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:853, rov. 2.3).
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1.
verklaart voor recht dat de aannemingsovereenkomst door middel van de aangetekende brief van 23 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden,
3.2.
veroordeelt Varianthuis tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van € 29.380,19, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 23 december 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt Varianthuis tot betaling van een aanvullende schadevergoeding aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van € 25.852,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 3 januari 2022 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt Varianthuis tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van € 1.327,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 3 januari 2022 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt Varianthuis in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 2.645,00,
3.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
3.8.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
3.9.
wijst de vorderingen van Varianthuis af,
3.10.
veroordeelt Varianthuis in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot dit vonnis vastgesteld op € 766,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
3.11.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.10 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
3.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken.
CM
Uitspraak 04‑10‑2023
Inhoudsindicatie
Bijzondere overeenkomst. Aanneming van werk/bouwrecht.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/300765 / HA ZA 22-25
Vonnis van 4 oktober 2023
in de zaak van
1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1]
2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. A.A. Mukuchian te Maastricht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VARIANTHUIS B.V.,
gevestigd te Nieuw-Schoonebeek,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. L. Pander te Groningen.
Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en Varianthuis genoemd worden.
1. De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het tussenvonnis van 21 juni 2023
- -
de akte uitlaten voornemen deskundigenbenoeming van Varianthuis van 26 juli 2023
- -
de akte uitlaten standpunt gemeente, tevens akte uitlaten voornemen deskundigen-
benoeming, van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 2 augustus 2023
- de antwoordakte van Varianthuis van 13 september 2023.
1.2.
Ten slotte is bij vervroeging vonnis bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
in conventie
2.1.
De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 21 juni 2023, waarbij zij in rechtsoverweging 4.14 onder andere heeft geoordeeld dat op [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv, de (nadere) bewijslast van haar stelling rust dat Varianthuis tekort is geschoten in het aanneemwerk grondverbetering / fundering. De rechtbank heeft voorts geoordeeld (rov. 4.15. van dat tussenvonnis) dat zij het nodig acht om terzake de derde categorie gebreken en schade zich te laten voorlichten door één of meerdere deskundigen en dienaangaande een deskundigenbericht in te winnen. Voorts is geoordeeld dat door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van het uitgangspunt van de wet het voorschot op de kosten van de deskundige(n) moet worden gedeponeerd (rov. 4.18 van dat tussenvonnis).
2.2.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft bij akte uitlaten voornemen deskundigenbenoeming van 2 augustus 2023 (randnr. 2.9 e.v.) onder andere aangevoerd dat zij dat voorschot, gelet op haar financiële situatie, niet kan voldoen en dat eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast met zich brengen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] licht vervolgens toe waarom volgens haar Varianthuis het voorschot moet deponeren.
Kennelijk bedoelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat de rechtbank van de bovenstaande beslissingen moet terugkomen.
2.3.
De rechtbank ziet geen aanleiding in die nadere toelichting van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om de beslissingen over de bewijslast en het voorschot te heroverwegen, nu die beslissingen niet berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Overigens heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de gestelde financiële noodzaak niet onderbouwd én ook niet met rechtens relevante feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt dat hierdoor een rechtens relevante (nood)situatie is ontstaan die voor rekening en risico van de wederpartij zou moeten komen.
2.4.
In het licht van al het vorenoverwogene wordt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de gelegenheid gesteld om bij akte uitlaten de rechtbank mee te delen of 1) zij volhardt in het niet betalen van het voorschot en 2) zij daarmee afstand doet van het leveren van bewijs aan de hand van een deskundigenbericht. Als het voorschot niet wordt gedeponeerd zal immers geen deskundigenonderzoek plaatsvinden en kan de rechter aan het niet betalen van het voorschot de gevolgen verbinden die hij geraden acht. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] wordt enkel toegestaan om bij akte uitlaten de vragen 1) en 2) te beantwoorden en niet toegestaan te treden buiten de beantwoording van die vragen.
2.5.
De rechtbank zal in afwachting van de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te nemen akte iedere verdere beslissing in conventie aanhouden.
in reconventie
2.6.
Iedere verdere beslissing in reconventie zal, om proceseconomische redenen, ook in reconventie worden aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 oktober 2023 voor het nemen van een akte door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] over hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 2.4,
in conventie en in reconventie
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 04‑10‑2023
Uitspraak 21‑06‑2023
Inhoudsindicatie
Burgerlijk recht. Handel. Tussen partijen is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in art. 7:750 lid 1 BW. Tussen partijen staat ter discussie de ‘oplevergereedheid’ van het aanneemwerk (art. 7:758 lid 1 BW) en de (non)conformiteit van een deel van dit werk. Heeft de opdrachtgever bij schriftelijke verklaring (art. 3:37 BW) de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk kunnen ontbinden? Beide partijen hebben onderzoek laten verrichten door gerenommeerde partijdeskundigen, die tot anders luidende (goed onderbouwde) conclusies en oorzakelijke verbanden (feiten) komen. De rechtbank is onvoldoende deskundige om de verschillende (deels tegenstrijdige) partijrapporten te beoordelen. De rechtbank acht het nodig om ter zake de derde categorie gebreken en schade zich te laten voorlichten door één of meerdere deskundigen en dienaangaande een deskundigenbericht in te winnen. Tussenvonnis.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/300765 / HA ZA 22-25
Vonnis van 21 juni 2023
in de zaak van
1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1]
2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie, verweerders in reconventie,
advocaat mr. A.A. Mukuchian te Maastricht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VARIANTHUIS B.V.,
gevestigd te Nieuw-Schoonebeek,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
advocaat mr. L. Pander te Groningen.
Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en Varianthuis genoemd worden.
1. De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het vonnis in het incident van 9 februari 2022
- -
de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met de producties
14 t/m 26
- -
de akte overlegging producties van Varianthuis met de producties 11 t/m 13 en 26 t/m 38
- -
de akte van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] houdende vermindering en vermeerdering van eis in conventie met de producties 34 t/m 74
- -
de akte van Varianthuis houdende wijziging / vermeerdering van eis in reconventie met de producties 40 t/m 45
- -
de akte overlegging producties van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met productieoverzicht en productie 75
- -
de op de mondelinge behandeling genomen conclusie van antwoord in reconventie met de
producties 76 en 77
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 1 december 2022, waarbij door
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] spreekaantekeningen en een a4’tje zijn voorgedragen, en de reacties
van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op het proces-verbaal.
1.2.
Tenslotte is vonnis nader bepaald op heden.
2. De feiten
Aannemingsovereenkomst c.a.
2.1.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] (opdrachtgever) en Varianthuis (aannemer) hebben op 10 juli 2019 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten (productie 1 dagvaarding) (hierna: “aannemingsovereenkomst”). Op grond van die overeenkomst dient Varianthuis conform technische omschrijving en tekening(en) en voor zover aanwezig staten van wijziging, een woning te bouwen op een kavel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gelegen aan [adres] te [woonplaats] . Van de aannemingsovereenkomst maken deel uit de technische omschrijving 2019-010 van 3 juli 2019 (blad 1 t/m 8), de afwerkstaat 2019-010 van 3 juli 2019 (blad 1 t/m 3), de tekening van 3 juni 2019 (blad 1 van 2) en de algemene voorwaarden (met uitzondering van de artikelen 12, 13 en 21.4) van Varianthuis (hierna: “AV”) (eveneens productie 1 en productie 15 dagvaarding).
2.2.
De aanneemsom bedraagt € 351.200,00 inclusief 21 % btw. Partijen zijn negen termijnbetalingen overeengekomen (genummerd nul tot en met acht). Betalingen dienen te geschieden binnen veertien dagen na factuurdatum. De laatste termijn van 5 % van de aanneemsom (€ 16.335,00) moet worden betaald voor de oplevering.
2.3.
Partijen zijn overeengekomen dat de start van de bouw circa 26 werkdagen na afgifte van de omgevingsvergunning zal zijn, mits de financiering 100 % geregeld is en de tijdelijke nutsvoorzieningen aangesloten zijn op de tijdelijke bouwkast en waterput en (hei)palen, vloeren, en kap tijdig leverbaar zijn (aannemingsovereenkomst, blad 2).
2.4.
In de, bij de aannemingsovereenkomst behorende technische omschrijving is - ter zake het werk - onder andere bepaald:
Hoogte ligging:
Peil is plm 300mm + straatkolk. Peil is afgewerkte vloer.
Ontgraven/aanvullen:
* Benodigd ontgravingswerk tot circa 850mm minus peil. Meerdere diepte is verrekenbaar
* Benodigde machinaal aanvullingswerk van de fundering van de gebouwen. Hoogte
grondaanvulling wordt bepaald door Varianthuis. Resterende grond blijft in depot op uw kavel.
Het uitgraven van obstakels zoals boomstronken, oude funderingen, grond- verontreinigingen
inclusief afvoeren is voor rekening opdrachtgever.
* Geen aan en afvoer van grond, bodemafsluiting gerekend.
Fundering:
* Strokenfundering met kalkzandstenen. Strookafmeting maximaal 800x150mm.
Wapening rond 8mm 150-150mm als onderwapening.
Aanlegdiepte 850-. Meerdere diepte meerprijs van € 80,- incl. btw per m2 stenen.
* Ventilatie door middel van Ubbink vloerventilatieroosters in de kleur zwart.
De ruimte onder de vloer is bedoeld voor eventueel leidingwerk en is geen kruipruimte!
2.5.
Varianthuis heeft het werk “fundering op staal” aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geoffreerd op 28 oktober 2019 (productie 16 dagvaarding). Varianthuis heeft de kosten voor het werk uiteindelijk begroot op 15 november 2019 (productie 24, bijlagen 65 en 66, Varianthuis). Varianthuis heeft Terraconstructa te Margraten op 3 december 2019 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een grondverbetering van 0,5 meter (productie 27, o.a. eerste en laatste bijlage, dagvaarding).
2.6.
Met het (overige) aanneemwerk is begin 2020 begonnen.
Grondverbetering te bouwen woning
2.7.
[naam ingenieursbureau] . te Emmen (hierna: “ [naam ingenieursbureau] ”) heeft voor Varianthuis - inzake de te bouwen woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] - een funderingsadvies met tekening d.d. 3 juni 2019 opgesteld (productie 15 dagvaarding). In dat advies is de grondverbetering bepaald op 1,3 meter.
2.8.
[naam ingenieursbureau] heeft ter zake de te bouwen woning ook een statische berekening hoofddraagconstructie met tekening d.d. 17 september 2019 opgesteld (productie 13 dagvaarding). Daarin is bij de strokenfundering een grondverbetering van 1,3 meter vermeld.
2.9.
Het bovenstaande advies met tekening en de statische berekening van [naam ingenieursbureau] , alsmede paragraaf 5.1.2. van de statische berekening hoofdraagconstructie (productie 14 dagvaarding), zijn gaan behoren bij het besluit van B&W van de Gemeente Brunssum (hierna: “de gemeente”) van 8 oktober 2019, met nummer [vergunningsnummer] (hierna: “besluit [vergunningsnummer] ”).
2.10.
In een interne e-mail van [naam ingenieursbureau] van 9 maart 2020 is te lezen dat (in verband met de te bouwen woning) de bovenste 2 à 3 meter grond is gesaneerd, dat leemgrond is aangebracht en dat 50 centimeter grondverbetering laagsgewijs is aangebracht.
[naam ingenieursbureau] heeft Varianthuis bij e-mail van 20 december 2021 bericht dat het grondwerk (fundering op betonstroken) ter plaatse door de grondwerker op 9 maart 2020 akkoord is bevonden (producties 24, bijlage 55, van Varianthuis en 41 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.11.
Varianthuis heeft bij e-mail van 16 maart 2020, met als aanhef “16-3-2020 goedkeuring Handelsonderen Won [eisers in conventie, verweerders in reconventie] [adres] te [woonplaats] vergunningsnummer [vergunningsnummer]”, de bovenstaande e-mail van [naam ingenieursbureau] van 9 maart 2020 ter kennisgeving doorgestuurd naar “BSM Gemeente” (productie 41 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). Varianthuis heeft op 18 maart 2020 een e-mail van ‘noreply@omgevingsloket.nl’ ontvangen, waarin het omgevingsloket-online bevestigt dat zij de aanvulling: “10-3-2020 goedkeuring [naam ingenieursbureau] grondverbetering.pdf” heeft ontvangen (productie 24, bijlage 68, van Varianthuis).
2.12.
De begane grond vloer is uiterlijk 2 april 2020 gelegd (productie 28 dagvaarding) (rov. 4.3, vonnis in het incident van 9 februari 2022).
2.13.
De gemeente heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij e-mail van 25 januari 2022 bericht dat de gemeente noch schriftelijk, noch mondeling heeft ingestemd met een grondverbetering van 0,5 meter in plaats van de goedgekeurde 1,3 meter, alsmede dat zij er tot 10 januari 2022 niet mee bekend waren dat de aannemer een grondverbetering van slechts 0,5 meter onder de fundering van de woning heeft aangebracht (eveneens productie 41). In die e-mail van de gemeente is te lezen dat de e-mail van 16 maart 2020 (van Varianthuis) niet de juiste persoon van de gemeente (constructeur, toezichthouder en vergunningverlener) heeft bereikt, alsmede dat nooit een bevestiging van ontvangst dan wel een inhoudelijke reactie op de e-mail van 16 maart 2020 is gegeven.
2.14.
De gemeente heeft bij (e-mail)brief van 31 mei 2022 [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om aanvullende informatie verzocht, alsmede [eisers in conventie, verweerders in reconventie] meegedeeld dat er nog geen gereedmelding van de woning heeft plaatsgevonden (productie 63 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
Ingebrekestelling, opschorting en oplevering
2.15.
In de aannemingsovereenkomst is bepaald dat oplevering zal plaatsvinden binnen 130 werkbare dagen na leggen begane grond vloer (aannemingsovereenkomst, blad 2). In artikel 18-1 AV is te lezen dat overeengekomen opleveringstermijnen geen fatale termijnen zijn, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen, alsmede dat bij niet tijdige oplevering de opdrachtgever Varianthuis schriftelijk in gebreke dient te stellen.
2.16.
Varianthuis heeft bij brief van 17 september 2020 [eisers in conventie, verweerders in reconventie] - onder andere - meegedeeld dat de woning binnenkort kan worden opgeleverd en dat, nadat alle openstaande nota’s voldaan zijn, een opleverdatum gepland kan worden (productie 1 Varianthuis).
2.17.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Varianthuis bij brief van hun advocaat van 25 september 2020 bericht dat het werk niet deugdelijk is afgerond en niet gereed is voor oplevering.
2.18.
Varianthuis heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij e-mail van 30 september 2020, naar aanleiding van de bovenstaande brief van 25 september 2020, bericht dat de oplevering wordt opgeschort en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet wordt toegestaan in en om de woning en/of kavel te zijn (productie 4, dagvaarding).
2.19.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft Varianthuis bij e-mail van 12 oktober 2020 gesommeerd tot volledige nakoming van de aannemingsovereenkomst, waaronder tijdige oplevering en herstel van gebreken (productie 6 dagvaarding).
2.20.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Varianthuis bij brief van 22 september 2021 opnieuw bericht dat Varianthuis tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomst. Zij hebben Varianthuis in gebreke gesteld en gesommeerd tot betaling van een schadevergoeding (productie 17 dagvaarding). [eisers in conventie, verweerders in reconventie] delen tevens mede dat sprake is van een nieuw gebrek (scheurvorming) (zie hierna, rov. 2.29).
2.21.
Varianthuis heeft bij brief van 18 november 2021 aansprakelijkheid betwist en meegedeeld dat zij, vanwege onbetaalde facturen, zich beroept op haar opschortingsrecht, alsmede dat zij pas als de openstaande facturen zijn betaald, haar werkzaamheden zal hervatten (p. 1 brief, productie 22 dagvaarding).
2.22.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben volhard in de gebrekestellingen en laatstelijk bij aangetekende brief van 23 december 2021 Varianthuis bericht dat zij de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden (productie 25 dagvaarding).
2.23.
Bij vonnis, in het in deze zaak opgeworpen incident, van 9 februari 2022 heeft de rechtbank onder meer beslist:
“5.1 veroordeelt Varianthuis om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan haar ex art. 7:758 BW te hebben opgeleverd aan en te hebben laten keuren door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de woning aan [adres] te [woonplaats] ;
5.2
veroordeelt Varianthuis om met ingang van de dag volgend op de dag van opleve-ring en keuring aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van de woning genoemd in rov. 5.1, aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te verschaffen de volledige toegang tot zowel het bouwperceel gelegen aan [adres] te Brunssum, als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel, zulks door het aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verschaffen van alle toegang verschaffende sleutels en voor zover nodig door het wegnemen van alle toegang belemmerende hekken en andere obstakels;
5.3
veroordeelt Varianthuis om met ingang van de dag volgend op de dag van opleve-ring en keuring:
- alle bouwwerkzaamheden in en/of aan zowel het bouwperceel gelegen aan [adres] te [woonplaats] , als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel volledig te staken en gestaakt te houden
- het bouwperceel gelegen aan [adres] te [woonplaats] volledig te verlaten;
(…)”
2.24.
De woning is opgeleverd op 9 maart 2022.
Staat woning (gebreken)
2.25.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Varianthuis bij de voornoemde brief van 25 september 2020 (rov. 2.17) bericht dat het werk niet deugdelijk is afgerond en niet gereed is voor oplevering. Zij noemen de volgende gebreken aan het werk: de ernstig verontreinigde bakstenen, het ondeugdelijke voegwerk en de verontreiniging van het metselwerk. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen Varianthuis aansprakelijk voor geleden en te lijden schade en sommeren om binnen twee weken na dagtekening brief over te gaan tot deugdelijke en volledige nakoming van de aannemingsovereenkomst en herstel van de aanwezige gebreken. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Varianthuis voorts meegedeeld dat zij niet gehouden zijn de openstaande facturen te voldoen.
2.26.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft Rbi DesignPlanning te Puth (hierna: “Rbi”) opdracht gegeven tot de bouwinspectie van de woning op 28 september 2020. Bij de bouwinspectie waren partijen aanwezig. In het rapport van Rbi van 2 oktober 2020 (productie 5 dagvaarding) is onder andere te lezen dat het metselwerk aan de gevel op meerdere onderdelen onvoldoende is. Herstel van de gesignaleerde gebreken kost € 50.085,58 (rapport, p. 31).
2.27.
Varianthuis heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij brief van 3 november 2020 laten weten dat Varianthuis zich niet met de raming van Rbi kan verenigen (productie 5 dagvaarding).
2.28.
Op verzoek van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft deze rechtbank bij beschikking van 8 februari 2021 (zaaknr. C/03/286128 / HA RK 20-248) de deskundige E.J.M. Beeren van Beeren Bouwconsultant V.O.F. Maastricht (hierna “Beeren”) benoemd om onderzoek te doen naar de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gestelde gebreken aan de woning (productie 8 dagvaarding). De deskundige heeft het onderzoek, in bijzijn van partijen, op 30 maart 2021 ter plaatse verricht. Beeren komt in zijn rapport van 9 april 2021 / 21 mei 2021 (hierna: “deskundigenrapport Beeren”) onder andere tot de conclusie dat herstel van de door hem gesignaleerde gebreken in totaal € 77.333,32 inclusief btw kost (productie 9 dagvaarding).
2.29.
Door Beeren is vervolgens - ditmaal rechtstreeks in opdracht van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] - op 7 juli 2021 een (voor)inspectie van de woning gedaan. Bij die inspectie waren partijen, Beeren en de door Beeren gecontracteerde heren [naam constructeur] (constructeur) en [naam laagspanningsspecialist] (laagspanningsspecialist) aanwezig. Beeren heeft onder andere constructief onderzoek laten verrichten aan de ontstane scheurvorming aan de buitengevel van de woning (rapport, p. 1) en een rapport d.d. 27 juli 2021 / 24 augustus 2021 (hierna: “partijrapport Beeren”) opgemaakt (productie 10 dagvaarding en ongenummerde productie). Beeren handhaaft (zie rov. 2.28) de kostenraming voor herstelwerkzaamheden buitengevels ad € 77.333,32 en begroot de overige herstelkosten (ontbreken vensterbank e.d.) op in totaal € 6.243,60. Een kostenraming voor verbetering fundering is nog niet gedaan.
2.29.1.
[naam constructeur] voornoemd heeft een rapport d.d. 27 juli 2021 opgesteld (productie 12 dagvaarding). [naam constructeur] concludeert dat de scheur in het metselwerk wordt veroorzaakt door een onjuiste uitvoering van de grondverbetering (rapport, p. 3).
2.29.2.
In opdracht van [naam constructeur] heeft geotechnisch adviseur Geonius te Geleen (hierna: “Geonius”) een hersteladvies fundering van 1 november 2021 uitgebracht, inzake de (verzakte) woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (productie 18 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.29.3.
Uretek Benelux B.V. te Lelystad (hierna: “Uretek”) heeft op 12 november 2021 een offerte verbetering funderingsondergrond met probleemomschrijving en behandelplan uitgebracht ten bedrage van € 106.903,50 in totaal (productie 19 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.30.
[naam ingenieursbureau] heeft (op verzoek van Varianthuis) bij Memo 001A d.d. 20 januari 2022 (productie 43 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) gereageerd op het bovenstaande hersteladvies fundering van Geonius (rov. 2.29.2). [naam ingenieursbureau] concludeert (Memo 001A, p. 7) dat op basis van de haar bekende scheurvorming er geen enkele noodzaak is de ondergrond onder de fundering te versterken.
2.31.
Door Varianthuis is in verband met de oplevering van de woning een proces-verbaal van oplevering van 9 maart 2022 opgemaakt (productie 16 conclusie van antwoord in conventie). In dat proces-verbaal staat bij de opleverpunten waartegen Varianthuis heeft geprotesteerd de hoofdletter “P”. Partijen hebben gecorrespondeerd over de omvang van de opleverpunten en het herstel van gebreken (producties 52 - 57 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.32.
[naam bedrijf] (hierna: “ [naam bedrijf] ”) heeft in opdracht van Varianthuis, op basis van beschikbare stukken en foto’s en een mondelinge toelichting van Varianthuis, een voorlopig schriftelijk oordeel gegeven over het metselwerk woning (productie 26 van Varianthuis).
2.33.
Inpijn heeft in opdracht van Varianthuis een geografisch onderzoek draagkracht en zakkinganalyses versie 2.01 d.d. 1 juni 2022 verricht (productie 66 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.34.
[naam ingenieursbureau] heeft bij Memo 004A (Fundering) van 2 juni 2022 haar bevindingen controle zettingen (scheurvorming) nader uiteengezet (productie 65 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.35.
[naam constructeur] heeft op 17 juni 2022 in opdracht van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] schriftelijk gereageerd op de Memo 004A en het dossier van de gemeente (productie 68 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).
2.36.
Inpijn heeft op 3 november 2022 een aanvullend rapport (versie 2.1) uitgebracht (productie 27 van Varianthuis). Aanvullend op haar eerdere rapportage (zie rov. 2.33) is de toename in draagkracht beschouwd, indien de kruipruimte zou worden opgevuld met schuimbeton (rapport, p. 1).
2.37.
[naam ingenieursbureau] , met als opdrachtgever Varianthuis, heeft op 5 november 2022 de volgende memo uitgebracht: “MEMO 006B (T.B.V. VERWEER)” (productie 28 van Varianthuis).
2.38.
Desgevraagd door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft [naam constructeur] gereageerd op de Memo 006B (productie 75/77 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). In het rapport van [naam constructeur] van 21 november 2022 is onder andere op pagina 8 te lezen dat de door Varianthuis voorgestelde herstelmethode van de fundatie niet akkoord is, omdat die methode niet de zwakheden in de ondergrond oplost.
Openstaande betalingen
2.39.
Varianthuis heeft een meer/minderwerklijst d.d. 22 september 2020 aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verstrekt (productie 2, dagvaarding). Het meer/minderwerk bedraagt in totaal € 26.406,62. Het hiervan openstaande bedrag ad € 14.404,61 is op 22 september 2020 gefactureerd (factuurnr. V20200117). Varianthuis heeft ter zake de meerwerk-termijn 3 een factuur d.d. 30 september 2020 (factuurnr. V20200119) ad € 1.498,63 aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gezonden. Die meerwerkfacturen zijn niet door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voldaan.
2.39.1.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben evenmin de 7e termijn ad € 32.670,00 (factuurnr. V20200116 d.d. 22 september 2020) en de oplevertermijn (8e termijn) ad € 16.335,00 inclusief btw (factuurnr. V20200115 d.d. 17 september 2020) voldaan.
2.39.2.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben in totaal € 64.908,24 niet voldaan.
2.40.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Varianthuis bij brief van hun advocaat van 25 september 2020 bericht dat zij niet gehouden zijn de openstaande facturen te voldoen (productie 4 dagvaarding).
2.41.
Varianthuis heeft, gelet op de openstaande facturen, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in haar brief van 18 november 2021 meegedeeld dat zij haar opschortingsrecht ter zake van het uitvoeren van werkzaamheden “handhaaft” (productie 22, dagvaarding).
Beslag
2.42.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben op 20, 21 en 22 december 2021 conservatoir beslag gelegd onder Varianthuis, als toegestaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op 15 december 2021. De totale vordering is begroot op € 338.854,15 (productie 26, dagvaarding).
2.43.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis in kort geding van 16 februari 2022 (zaaknummer: C/19/138671 / KG ZA 22-4) één van de drie gelegde conservatoire beslagen (het conservatoir beslag op bankrekening [rekeningnummer] t.n.v. Varianthuis) opgeheven.
3. Het geschil
In conventie
3.1.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen - samengevat - dat, doordat Varianthuis ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en onvoldoende aan de bovenstaande sommaties heeft voldaan (zie rov. 2.17, 2.19, 2.20 en 2.22), zij bij aangetekende brief van 23 december 2021 de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk hebben ontbonden.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen verder dat zij door de wanprestatie van Varianthuis (gevolg)schade hebben geleden, als begroot in de rapporten respectievelijk hercalculaties van Beeren, [naam constructeur] en Uretek (producties 59 - 62 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ), met dien verstande dat, doordat Varianthuis een deel van de kleine gebreken alsnog heeft hersteld, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voor overige herstelkosten (zie rov. 2.29) nog maar € 805,00 inclusief btw vordert (randnr. 3 en 4 akte vermindering van eis in conventie). Laatstgenoemd bedrag betreft het werk “dilataties meenemen in nieuw gevelmetselwerk” en “dilataties inclusief fraiswerk in kalkzandsteen”, dat ten onrechte niet is uitgevoerd, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .
Wat betreft de door Varianthuis uitgevoerde grondverbetering stellen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat zij de betreffende offerte van Varianthuis hebben aanvaard, doch dat Varianthuis als aannemer ter zake dit aanneemwerk tekort is geschoten in haar waarschuwingsplicht (art. 7:754 BW). De uitgevoerde grondverbetering voldoet immers niet aan het besluit [vergunningsnummer] en biedt de woning bovendien onvoldoende draagkracht, waardoor scheurvorming in de woning is ontstaan, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
stellen dat artikel 21-1 onder b van de AV - waarin aansprakelijkheid voor gebreken wordt uitgesloten of beperkt - niet aan aansprakelijkstelling van Varianthuis in de weg staat, aangezien dit beding onredelijk bezwarend is voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] als consument (randnr. 4.15 - 4.18 dagvaarding) en moet worden vernietigd.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen dat zij door de niet tijdige oplevering van de woning (tot en met mei 2022) dubbele woonlasten van in totaal € 19.59,75 hebben gehad, die voor rekening en risico van Varianthuis moeten worden gebracht.
3.1.1.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen gelet hierop, na vermindering en vermeerdering van eis, samengevat, dat de rechtbank:
1. primair:
I. voor recht verklaart dat de aannemingsovereenkomst door middel van de aangetekende brief van 23 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden;
II. Varianthuis veroordeelt tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van primair € 229.284,12, subsidiair € 210.278,91 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
2. subsidiair:
I. de ontbinding van de overeenkomst van aanneming tussen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en Varianthuis uitspreekt;
II. Varianthuis veroordeelt tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van primair € 229.284,12, subsidiair € 210.278,91 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
3. voorwaardelijke vordering schadevergoeding
I. Varianthuis veroordeelt tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van de herstelkosten van in totaal € 199.166,30 dan wel het deel daarvan dat niet in het kader van de vordering strekkende tot ontbinding voor vergoeding in aanmerking komt, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf primair de oorspronkelijk geplande opleveringsdatum van 4 november 2020 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
4. aanvullende schadevergoeding
I. Varianthuis veroordeelt om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen het bedrag van € 19.659,75, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente primair vanaf 30 september 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
II. Varianthuis veroordeelt om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen het bedrag van € 13.519,97, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 27 juli 2021, subsidiair 30 september 2021 en meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. Varianthuis veroordeelt om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen het bedrag van € 1.939,89, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 30 september 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
IV. Varianthuis te veroordelen om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen de contractuele boete, zijnde een bedrag van € 10.195,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
5. alsmede
I. artikel 21 AV vernietigt;
II. Varianthuis veroordeelt tot betaling aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.923,64, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. Varianthuis veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder € 2.416,01 aan beslagkosten, onder bepaling dat Varianthuis de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis zijn betaald alsook € 131,00 aan nakosten zonder betekening en € 199,00 aan nakosten in geval van betekening van het in deze te wijzen vonnis.
3.2.
Varianthuis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de kosten van de procedure.
Wat betreft het buitenspouwblad en het voegwerk doet Varianthuis een beroep op artikel 21 AV. Zij stelt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van artikel 21 AV, maar ook op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid, te laat hebben geklaagd dat de kwaliteit van de stenen (buitenspouwblad) onvoldoende was (randnr. 28 conclusie van antwoord) en dat ook daarom het gevorderde (in ieder geval deels) moet worden afgewezen.
3.3.
Op de stellingen en weren van partijen, zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan.
In reconventie
3.4.
Doordat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de openstaande facturen van in totaal € 64.908,24 (rov. 2.39.2) niet hebben voldaan, terwijl de betalingstermijnen van die facturen wel zijn verstreken, alsmede gelet op de door Varianthuis gemaakte kosten (voor o.a. onderzoeken door deskundigen), vordert Varianthuis, na vermeerdering c.q. wijzing van eis, samengevat, dat de rechtbank:
I. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt tot betaling van € 64.908,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste dag waarop de betalingstermijn ter zake de betreffende factuur is verstreken, dan wel een door de rechtbank te bepalen dag, tot de dag dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betaald heeft;
ll. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt tot betaling van de kosten van € 13.625,72 ter zake de kosten van de door Varianthuis ingeschakelde deskundigen;
III. voor recht verklaart dat het door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gelegde beslag jegens Varianthuis onrechtmatig is, met veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot het betalen van een vergoeding aan Varianthuis voor de als gevolg van het beslag geleden schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
IV. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure, tot betaling aan Varianthuis van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.567,54 en tot betaling van nakosten.
3.5.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwisten dat zij in verzuim zijn met de betaling van de betreffende facturen. Zij voeren - samengevat - aan dat zij, gelet op de wanprestatie van Varianthuis (zie hun stellingen in conventie) die facturen niet meer verschuldigd zijn. Zij doen een beroep op hun opschortingsrecht c.q. verrekening. Doordat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aannemingsovereenkomst op 23 december 2021 buitengerechtelijk hebben ontbonden zijn zij bovendien bevrijd ten aanzien van hun verbintenissen met Varianthuis, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Varianthuis in de proces- en nakosten.
3.6.
Op de stellingen en weren van partijen, zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan.
4. De beoordeling in conventie en reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden besproken.
4.2.
Tussen partijen is zoals gezegd sprake van een overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in artikel 7:750 lid 1 BW. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
Opschorting betaling facturen door opdrachtgever / opschorting oplevering door aannemer
4.3.
Tussen partijen staat ter discussie de ‘oplevergereedheid’ van het aanneemwerk op 17 september 2020 (art. 7:758 lid 1 BW) en de (non)conformiteit van een deel van dit werk. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben kort nadat Varianthuis hun meedeelde de oplevering van het aanneemwerk te willen inplannen, bij voornoemde brief van 25 september 2020 betwist dat het aanneemwerk gereed was voor oplevering en concreet gewezen welk (herstel)werk nog moest worden verricht. In die brief hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Varianthuis voorts bericht dat zij - gelet hierop - de betaling van de openstaande facturen (ex art. 7:768 BW (5%-regeling) c.q. 6:262 BW) opschorten, alsmede Varianthuis gesommeerd tot deugdelijke en volledige nakoming van de aannemingsovereenkomst. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft kort hierna, ter nadere onderbouwing van haar stelling over het aanneemwerk, op 28 september 2020 een bouwinspectie laten verrichten, waarbij Varianthuis aanwezig was.
4.3.1.
Gelet op het bovenstaande hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de betaling van de openstaande facturen op 25 september 2020 bevoegd opgeschort. Het aanneemwerk was immers deels gebrekkig en Varianthuis wilde geen werkzaamheden meer verrichten totdat alle facturen waren voldaan, terwijl het aanneemwerk nog niet was opgeleverd en er nog herstelwerk moest worden verricht. Bedoeling van de opschorting was immers om Varianthuis te prikkelen om na te komen, hetgeen in het licht hiervan gerechtvaardigd was.
Gelet op de omvang van het (herstel)werk was die opschorting niet disproportioneel, temeer nu op 22 september 2021 kennelijk sprake was van een nieuw (ernstig) gebrek (scheurvorming).
Opschorting werkzaamheden door aannemer
4.3.2.
In het licht van het voorgaande was geen sprake van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , zodat de opschorting door Varianthuis van 30 september 2020 ongegrond is.
Buitengerechtelijke ontbinding aannemingsovereenkomst
4.4.
Doordat Varianthuis tot 9 maart 2022 volharde in de opschorting van de oplevering van het aanneemwerk en in de opschorting van het (herstel)werk, terwijl zij daartoe niet bevoegd was, hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij schriftelijke verklaring (art. 3:37 BW) van 23 december 2021 (productie 25 dagvaarding) de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk kunnen ontbinden, tenzij de door hen gestelde tekortkomingen aan de zijde van Varianthuis onvoldoende zwaarwegend waren om, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval, deze ontbinding en haar gevolgen te kunnen rechtvaardigen (HR 28 september 2018, NJ 2019/446). De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.
- Eerste categorie gebreken
4.5.
Partijen zijn het er over eens dat de eerste categorie gebreken, relatief kleine gebreken aan het opgeleverde werk zijn, die los staan van de (gestelde) gebreken aan de buitengevel en fundering (scheurvorming woning). Bij deze eerste categorie gebreken gaat het om tekortkomingen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst die, gelet op de geringe betekenis van de gebreken, onvoldoende zijn om de aannemingsovereenkomst geheel dan wel deels te ontbinden (art. 6:265 BW). De primaire en subsidiaire vordering zullen dan ook, wat betreft dit deel van het aanneemwerk, bij eindvonnis worden afgewezen.
4.5.1.
Vervolgens dient de (voorwaardelijk) gevorderde schadevergoeding van € 805,00 (€ 552,00 + € 253,00; p. 19, partijrapport Beeren van 27 juli 2021) te worden beoordeeld.
4.5.2.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen dat Beeren in zijn partijrapport van 27 juli 2021 (p. 9, laatste alinea) heeft geoordeeld dat een correctie van dilataties moest worden uitgevoerd. Varianthuis heeft - naar de stelling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij akte houdende vermindering van eis - ten onrechte die correctie niet uitgevoerd. Gelet hierop is Varianthuis een schadevergoeding aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verschuldigd, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
4.5.3.
Varianthuis heeft bij conclusie van antwoord in conventie (randnr. 10) op de betreffende bevindingen van Beeren bij partijrapport van 27 juli 2021 gereageerd en aangevoerd dat het opnemen van dilataties (slechts) een advies (en dus niet aanneemwerk) was.
4.5.4.
Dit verweer komt de rechtbank, bij gebreke van een voldoende onderbouwing van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , aannemelijk voor. In de aannemingsovereenkomst (zie blad 3, onder “Gevels vervolg”) is immers opgenomen dat daar waar nodig open dilataties worden aangebracht. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tonen vervolgens niet aan dat het betreffende werk bindend door partijen is overeengekomen en door de aannemer (al dan niet als meerwerk) is berekend. Beeren vermeldt in het partijrapport op pagina 9 dat tijdens de inspectie is waargenomen dat alleen aan de zijgevels enkel van het buitenblad op de hoeken een dilatatie aanwezig is, aan het buitengevelmetselwerk, en dat dit moet worden gecorrigeerd conform de Statische Berekening van [naam ingenieursbureau] van 17 september 2019. De status van die statistische berekening is echter, bij gebreke van een voldoende toelichting, onduidelijk, in die zin dat die berekening dateert van na de aannemingsovereenkomst en de in het partijrapport genoemde “ Bijlage” niet is overgelegd. Gesteld noch gebleken is dat het werk dilataties conform die berekening en bijlage (alsnog) bindend door partijen is overeengekomen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat Varianthuis ook al bij de rondgang in de woning in verband met de oplevering ervan, had geprotesteerd tegen de vermelding van dilataties als gebrek in het aanneemwerk in het proces-verbaal van oplevering van 9 maart 2022 (productie 16 dagvaarding).
4.5.5.
Gelet op al het vorenoverwogene had het op de weg van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gelegen om bij akte vermindering van eis, dan wel op de mondelinge behandeling, te onderbouwen dat het betreffende werk dilataties, zoals door Beeren omschreven, door partijen is overeengekomen en in strijd met de aannemingsovereenkomst niet, dan wel onvoldoende is uitgevoerd. De nadere stelling, inhoudende dat dit werk had moeten worden uitgevoerd gelet op de geldende bouwvoorschriften, is te algemeen en wordt reeds daarom verworpen. De (voorwaardelijk) gevorderde schadevergoeding ad € 805,00 voor dilataties moet derhalve eveneens bij eindvonnis worden afgewezen.
- Tweede categorie gebreken (gebreken aan de buitengevels)
4.6.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen de navolgende gebreken aan de buitengevels (randnr. 2 dagvaarding), ter onderbouwing waarvan zij onder meer het deskundigenrapport Beeren hebben overgelegd:
1. witte punten/streepjes (kleiknolletjes) op/in stenen (foto’s 10 t/m 13 deskundigenrapport);
2. kleurverschil in voegwerk over alle gevelvlakken (foto’s 14 en 15 deskundigenrapport);
3. verontreiniging, voornamelijk op de zij- en achtergevel, met specie/betonmortel;
4. op diverse plaatsen gaatjes c.q. ontbreken van voegwerk;
5. op diverse plaatsen onregelmatig in diepte uitgevoerd metselwerk (foto 16 deskundigenrapport).
4.7.
De rechtbank stelt vast dat het deskundigenrapport Beeren zorgvuldig en met inachtneming van hoor en wederhoor tot stand is gekomen. De bouwdeskundige Beeren is op 8 februari 2021 door de rechtbank benoemd (beschikking met zaaknr. C/03/286128 /HA RK 20-248) en heeft als onafhankelijk deskundige - kort gezegd - de woning met aangebouwde garage (visueel) onderzocht. Zijn bevindingen naar aanleiding van dat onderzoek zijn te lezen in zijn deskundigenrapport van 9 april 2021 en de aanvulling daarop van 21 mei 2021. Beeren heeft het aanneemwerk als bouwkundige geïnspecteerd. En vervolgens heeft hij zijn bevindingen ter beantwoording van de vragen van deze rechtbank - geformuleerd in de beschikking van de rechtbank van 8 februari 2021 - voldoende helder uiteengezet in zijn rapport van 9 april 2021 en de aanvulling daarop van 21 mei 2021. Hij heeft beoordeeld waarom, en op welke punten het aanneemwerk niet voldoet. In het deskundigenrapport Beeren zijn detailfoto’s van het werk als illustraties van de door Beeren geconstateerde gebreken te zien. Partijen zijn daarbij voldoende in de gelegenheid geweest hun standpunten over het aanneemwerk aan de deskundige toe te lichten. Zo is op pagina 3 van het deskundigenrapport te lezen dat partijen bij de locatie-bezichtiging aanwezig waren en zijn partijen door de deskundige in de gelegenheid gesteld om te reageren op het deskundigenrapport van 9 april 2021. Op de betreffende schriftelijke reacties van partijen van 11 en 12 mei 2021 heeft de deskundige op 21 mei 2021 schriftelijk gereageerd en voor zover nodig voor de beoordeling van het werk zijn rapport aangevuld.
De rechtbank maakt de bevindingen van de deskundige, voor zover relevant voor de beoordeling van de tweede categorie gebreken, dan ook tot de hare en overweegt nog het navolgende.
4.8.
Beeren heeft geoordeeld dat het aangetroffen uitgevoerde werk voldoet, met uitzondering van de door hem visueel op 30 maart 2021 aan de woning en garage aangetroffen gebreken. Relevant voor de beoordeling van de tweede categorie gebreken en het herstel ervan, zijn de bevindingen van de deskundigen zoals te lezen op de pagina’s 5 t/m 7 en 12 t/m 15 van het deskundigenrapport Beeren, welke, voorover nodig, hierna kort samengevat worden weergegeven.
ad. 1. witte punten/streepjes (kleiknolletjes) op/in stenen
De foto’s 10 t/m 12 (p. 6 en 7 deskundigenrapport Beeren) laten kleiknobbeltjes op de rechter- en linkerzijgevel en achtergevel van de woning zien. Sprake is van lichte plekjes in een deel van de bakstenen die, volgens de fabrikant van de baksteen, ook wel kleiknobbeltjes worden genoemd (p. 14 deskundigenrapport Beeren). De witte klei-knobbeltjes zijn ontstaan doordat deze tijdens het wals-proces niet voldoende geraakt zijn. Beeren concludeert dat die kleiknobbeltjes niet in de bakstenen hadden mogen zitten. Doordat ook (ondeugdelijke) bakstenen met kleiknobbeltjes door de metselaar (in opdracht van Varianthuis) zijn gemetseld, zijn witte kleiknobbeltjes duidelijk zichtbaar in de gevel van de woning. Het gevelwerk is gelet hierop onvoldoende. De deskundige concludeert dat het buitenspouwblad in zijn geheel moet worden vervangen met deugdelijke bakstenen. Het deels vervangen van ondeugdelijke bakstenen is geen optie. Andere oplossingen, zoals het uitboren en vervangen alle verstorende stenen, dan wel het ‘pigmenteren’ van de witte plekken in die stenen in een kleur als zoveel mogelijk overeenkomstig de steen, zijn onvoldoende om, zonder de bakstenen en het voeg- en metselwerk te beschadigen, alsnog aan de aanneemovereenkomst en aan de eisen van goed en deugdelijk werk te kunnen voldoen. Beeren begroot de herstelkosten op € 77.333,32 (bijlage d.d. 9 april 2021, deskundigenrapport Beeren) en na hercalculatie op € 82.885,30 (productie 59, vermeerdering van eis in conventie).
ad 2. kleurverschil in voegwerk over alle gevelvlakken
Conform de aannemingsovereenkomst moeten alle voegen in dezelfde kleur worden uitgevoerd (zie blad 3 aannemingsovereenkomst: “voeg uitgevoerd in een plaat en vol geborstelde voeg in 1 kleur”). Op locatie heeft Beeren over alle gevels een wisselend kleurverschil van het voegwerk waargenomen (p. 13 en 14 deskundigenrapport Beeren). Op de foto’s 14 en 15 (p. 7 deskundigenrapport Beeren) is het kleurverschil in het voegwerk in de achtergevel ook te zien. Beeren heeft daarbij vastgesteld dat het kleurverschil geen nuanceverschil in kleurhelderheid is en zijn bevindingen dienaangaande onderbouwd. De kosten voor het herstel van dit gebrek zijn mee-begroot in de calculatie ad. 1.
ad 3. verontreiniging zij- en achtergevel met specie/betonmortel
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat op de zij- en achtergevel spetters (verontreiniging van specie/betonmortel) zitten (zie ook deskundigenrapport Beeren, p. 5). Zij hebben echter onvoldoende onderbouwd dat die enkele omstandigheid maakt dat Varianthuis in de nakoming van de aannemingsovereenkomst is tekortgeschoten. Ook de deskundige Beeren heeft hiervoor geen aparte kostenpost berekend. De onderhavige stelling in conventie is dan ook ongegrond en wordt verworpen.
ad 4. gaatjes c.q. ontbreken voegwerk
De deskundige heeft vastgesteld dat op diverse plaatsen gaatjes in het voegwerk zitten c.q. dat voegwerk ontbreekt (eveneens p. 5 deskundigenrapport Beeren) alsmede dat het voegwerk wisselend van diepte is uitgevoerd (p. 5 en 13 deskundigenrapport Beeren), inhoudende dat op veel plaatsen in de gevels voegen niet vlak liggen met de voorkant van de bakstenen, maar terug-liggen, dan wel uitkragen over de bakstenen. Dit terwijl het voegwerk conform de aannemingsovereenkomst platvol moet worden uitgevoerd. Het niet platvol uitgevoerde voegwerk is dan ook onvoldoende. De kosten voor het herstel zijn eveneens begroot bij de calculatie ad. 1.
ad 5. onregelmatig in diepte uitgevoerd metselwerk
Op pagina 14 van het deskundigenrapport Beeren is te lezen dat het metselwerk is uitgevoerd met een vorm-baksteen in wild verband en dat dit metselwerk - op enige locaties na - voldoet aan de reguliere richtlijnen (SKG-IKOB URL 2826-01) (voegwerk buiten beschouwing gelaten). De wijze waarop de bakstenen in hoofdzaak zijn gemetseld is derhalve voldoende en onvoldoende om tot ontbinding van de aannemingsovereenkomst te kunnen komen.
4.9.
Slotsom moet derhalve zijn dat door de gemetselde ondeugdelijke bakstenen (ad. 1), de niet platvol uitgevoerde voegen (ad. 2) en het kleurverschil van de voegen (ad. 4) het aanneemwerk in ieder geval deels gebrekkig is en sprake is van ernstige tekortkomingen aan de zijde van de aannemer. De omvang van dit gebrekkige werk en de herstelkosten van in totaal € 82.885,30 - bezien in verhouding tot de aanneemsom van € 351.200,00 vermeerderd met het bedrag aan meerwerk - maken dat de buitengerechtelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in ieder geval in zoverre (art. 6:265 BW jo. art. 6:270 BW) terecht was. De rechtbank heeft daarbij het navolgende in aanmerking genomen.
4.9.1.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben aan de hand van de foto’s 23 t/m 32 en 34 t/m 38 bij partijrapport Beeren voldoende onderbouwd dat de tweede categorie gebreken tijdens de inspectie op locatie op 7 juli 2021 nog steeds aanwezig waren. Gesteld nog gebleken is dat de tweede categorie gebreken ad.1, ad. 2 en ad. 4 alsnog voldoende zijn opgelost.
4.9.2.
Varianthuis verwerpt aansprakelijkheid. Volgens haar is [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zelf debet aan het feit dat de verontreinigde bakstenen zijn gebruikt, doordat zij bij de bemonstering van de bakstenen en bij de aflevering ervan, de bakstenen hebben bekeken en goed bevonden (randnr. 28, conclusie van antwoord in conventie). Varianthuis toont echter niet aan dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] naast de goedgekeurde conforme stenen, (uitdrukkelijk) akkoord zijn gegaan met het gebruik van ook ondeugdelijke stenen. Mede gelet op het feit dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op 25 september 2020 hebben geklaagd over de gemetselde verontreinigde bakstenen, had een nadere onderbouwing van die stelling in de rede gelegen en is deze vervolgens onvoldoende gegeven. Van een nadere overeenkomst tussen partijen dan wel een schriftelijk akkoord van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot het gebruik van verontreinigde bakstenen is niet gebleken. Evenmin is gesteld noch gebleken dat Varianthuis ex artikel 7:754 BW [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft gewaarschuwd voor het gebruik van non-conforme stenen en het (visuele) gevolg daarvan. De aansprakelijkheid voor het gebruik van non-conforme stenen is derhalve bij Varianthuis blijven liggen.
4.9.3.
De door Varianthuis gestelde alternatieve herstelmethodes en lagere herstelkosten als beperking van de rechtsgevolgen van haar aansprakelijkheid, worden eveneens verworpen. De door Varianthuis voorgestelde (goedkopere) alternatieve herstelmethoden van de gevel (vervangen bakstenen en opnieuw voegen) zijn immers reeds door Beeren bij deskundigenrapport onvoldoende geoordeeld en worden verworpen. Op foto 23 bij het partijrapport Beeren is bovendien te zien dat een groter kleurverschil in voegkleur is ontstaan nadat Varianthuis een deel van de achtergevel heeft gereinigd volgens haar alternatieve herstelmethoden (randnr. 2.33 dagvaarding). Die omstandigheid versterkt de conclusie dat de door de deskundige voorgestelde herstelmethode moet worden gevolgd. De rechtbank herhaalt dat het deskundigenrapport Beeren voldoende duidelijk is en de totstandkoming met waarborgen is omkleed, alsook dat de bevindingen en voorgestelde herstelmethoden in dat rapport door Beeren als onafhankelijke bouwdeskundige zijn onderbouwd. Mede gelet hierop is het verweer van Varianthuis dat het metselwerk nader moet worden onderzocht (randnr. 4 akte overlegging producties) tardief en wordt ook dit verweer verworpen.
4.9.4.
Varianthuis heeft aansprakelijkheid eveneens verworpen op grond van artikel 21 AV. Zij stelt dat, terwijl eind juni 2020 respectievelijk op 17 september 2020 de gehele buitengevel al gemetseld en gevoegd was, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] eerst na 17 september 2020 hebben geklaagd (randnr. 69, conclusie van antwoord in conventie). Kennelijk bedoelt Varianthuis dat de opdrachtgever nalatig heeft gehandeld door eerst nadat op 17 september 2020 de oplevering was aangekondigd te klagen over de gebrekkige stenen.
4.9.4.1. In artikel 21 AV is het volgende bepaald:
Varianthuis is niet aansprakelijk voor de kosten, schaden en interesten die mochten ontstaan als direct of indirect gevolg van daden of nalatigheden van de opdrachtgever, zijn ondergeschikten, dan wel andere personen die door of vanwege hem te werk zijn gesteld.
4.9.4.2. Het beroep van Varianthuis op artikel 21 AV is ongegrond. Niet gebleken is immers dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] akkoord is gegaan met het gebruik van verontreinigde stenen, respectievelijk dat zij Varianthuis hebben gevrijwaard door eventuele (visuele) schade als gevolg van het gebruik van die verontreinigde stenen. Het was aan Varianthuis als aannemer om het gevelwerk deugdelijk te maken, zoals bij aannemingsovereenkomst bepaald. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn (niet-professionele) consumenten en in tegenstelling tot de aannemer behoeven zij niet, zonder een voldoende toelichting die niet door Varianthuis is gegeven, op de hoogte te zijn van het (visuele) gevolg van het betreffende gebruik van de verontreinigde stenen en de omvang van het (toekomstige) herstel ervan. Zij hoeven daarop ook niet al voordat het werk is voltooid te anticiperen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben bij brief van 25 september 2020 (rov. 2.17) tijdig geklaagd over dit gebrekkige aanneemwerk, ruim voor de oplevering van het werk op 9 maart 2022. De stelling dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] c.s. op dit punt nalatig jegens Varianthuis hebben gehandeld wordt dan ook verworpen. Om diezelfde redenen kan niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te laat hebben geklaagd en vanwege rechtsverwerking geen recht meer zouden hebben op compensatie van de schade. Reeds gelet hierop hoeven de overige weren van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] inzake artikel 21 AV geen nadere beoordeling.
4.9.4.3. De in conventie ad 5 gevorderde vernietiging van artikel 21 AV zal bij eindvonnis, gelet op het vorenoverwogene, bij gebreke van een voldoende rechtens relevant belang, worden afgewezen.
- Derde categorie gebreken (fundering)
4.10.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen - kort gezegd - dat Varianthuis wist dat een grondverbetering van 1,3 m diende te worden gerealiseerd in verband met de bouw van de woning en desalniettemin een grondverbetering van slechts 0,5 m heeft geoffreerd en, nadat die offerte door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] was geaccordeerd, het betreffende werk heeft laten uitvoeren. Varianthuis heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet geïnformeerd waarom van het voorgeschreven funderingsadvies en de voorgeschreven grondverbetering van 1,3 m is afgeweken (randnr. 3.17 e.v. dagvaarding). Evenmin heeft Varianthuis gewaarschuwd dat het uit te voeren grondwerk niet voldeed aan het funderingsadvies en de wettelijk geldende normen. De fundering is bovendien onvoldoende en daardoor is scheurvorming in de woning ontstaan. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben partijrapporten ter onderbouwing van hun stellingen overgelegd.
4.11.
Varianthuis betwist dat de fundering van de woning onvoldoende is (randnr. 56 conclusie van antwoord in conventie). Varianthuis heeft op de mondelinge behandeling van 1 december 2022 nogmaals aangevoerd dat de fundering voldoet aan de eisen van deugdelijk werk. Immers, uit de nieuwe berekening van de constructeur ( [naam ingenieursbureau] ) bleek dat met 50 centimeter grondverbetering, in combinatie met het uitgevoerde werk, kon worden volstaan. Varianthuis betwist dat de scheurvorming het gevolg is van een onvoldoende fundering en dat er in die zin sprake zou zijn van een fundamenteel gebrek aan het uitgevoerde aanneemwerk. Volgens Varianthuis is de oorzaak van de scheurvorming gelegen in andere omstandigheden, waarover de deskundigen van mening verschillen en waarnaar nog nader (onafhankelijk) onderzoek zal moeten worden gedaan. Zo is bijvoorbeeld de in 2021 geconstateerde omstandigheid dat er sprake was van hangwater ((tijdelijk) stagnerend regenwater), een omstandigheid die nog niet speelde bij de bouw en waarmee door Varianthuis geen rekening behoefde te worden gehouden. Varianthuis heeft 10 jaar garantie gegeven op de fundering. Ook Varianthuis heeft partijrapporten ter onderbouwing van haar weren overgelegd.
4.12.
De oorzaak van de scheurvorming van de woning (rov. 2.20 en 2.29), zal, gelet op de overgelegde partijrapporten, nader moeten worden vastgesteld. Anders dan bij de beoordeling van de tweede categorie gebreken heeft er nog geen onafhankelijk deskundigenonderzoek plaatsgevonden. Beide partijen hebben - kort gezegd - onderzoek laten verrichten door gerenommeerde partijdeskundigen, die tot anders luidende (goed onderbouwde) conclusies en oorzakelijke verbanden (feiten) komen. De rechtbank is onvoldoende deskundige om de verschillende (deels tegenstrijdige) partijrapporten te beoordelen.
4.13.
De enkele omstandigheid dat Varianthuis voor een andere hoogte grondverbetering dan bepaald bij besluit [vergunningsnummer] heeft gekozen, maakt overigens niet automatisch dat Varianthuis daardoor in de aannemingsovereenkomst tekort is geschoten. Varianthuis is ter zake het grondwerk immers bij aannemingsovereenkomst overeengekomen dat de hoogte van de grondaanvulling (nader) door haar zal worden bepaald. En zij heeft eerst na herberekening door de constructeur, die ook het oorspronkelijke advies had gegeven, een grondverbetering van 0,5 m geoffreerd en uitgevoerd. Het uitgevoerde werk is kennelijk ook goedgekeurd door die constructeur. Dat Varianthuis kennelijk bij andere huizen in de straat van de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een andere (hoogte) grondverbetering heeft toegepast plaatst het vorenoverwogene in beginsel niet in een ander daglicht. Varianthuis heeft op de mondelinge behandeling immers toegelicht dat dit een ander soort huizen betreft.
4.14.
Op [eisers in conventie, verweerders in reconventie] rust, gelet op het vorenoverwogene (rov. 4.11 - 4.14), op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv, de (nadere) bewijslast van haar stelling dat Varianthuis te kort is geschoten in haar waarschuwingsplicht en het aanneemwerk grondverbetering/fundering en de daardoor geleden en te lijden schade.
4.15.
De rechtbank acht het nodig om ter zake de derde categorie gebreken en schade zich te laten voorlichten door één of meerdere deskundigen en dienaangaande een deskundigenbericht in te winnen. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich bij gelijktijdig te nemen akten uit te laten over 1) de wenselijkheid van een deskundigenbericht, 2) over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en 3) over de aan de te benoemen deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke te benoemen deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen.
4.16.
De rechtbank is voorlopig van oordeel dat de navolgende vragen dienen te worden voorgelegd aan de te benoemen deskundige(n):
Welke grondverbetering en fundering zijn aangebracht?
Zijn die grondverbetering en fundering aangebracht conform de aannemings-overeenkomst (rov. 2.1) en/of de bij dìe overeenkomst genoemde bijlagen (rov. 2.1) en/of de offerte (rov. 2.5)?
Voldoet de grondverbetering en fundering, gelet op de (soort) woning? Is sprake van bijzondere (omgevings-)omstandigheden die relevant zijn voor een woning als de onderhavige?
Indien de grondverbetering en fundering niet voldoen aan de normen van deugdelijk werk - waaronder voldoende veiligheidswaarborgen - welk duurzaam herstel dient dan plaats te vinden? Wat zijn de kosten van dit herstel inclusief btw?
Wat is de oorzaak van de scheurvorming in de woning?
Wat zijn de kosten voor herstel van de scheurvorming?
Kunt u toekomstige omstandigheden noemen die relevant zijn voor een verdere waarborging van het werk en staat van de woning?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
4.17.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd.
4.18.
De rechtbank maakt tevens gebruik van haar bevoegdheid ex artikel 22 Rv. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dienen bij akte op dezelfde rol (rov. 4.15) de rechtbank te informeren over de stand van zaken inzake de, voor het eerst op de mondelinge behandeling gestelde, (op handen zijnde) onbewoonbaarverklaring van de woning door de gemeente. Varianthuis heeft immers betwist dat daarvan sprake is.
4.19.
De rechtbank zal in afwachting van de door partijen te nemen akten iedere verdere beslissing in conventie en reconventie aanhouden.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie en reconventie
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 juli 2023 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage (rov. 4.13 - 4.17),
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 juli 2023 voor het nemen van een akte door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] waarin zij zich uitlaten over hetgeen de rechtbank in rechtsoverweging 4.19 (de onbewoonbaarverklaring) heeft beslist,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 21‑06‑2023
type: CM
Uitspraak 09‑02‑2022
Inhoudsindicatie
Oplevering ex.art.7:758 BW.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/300765 / HA ZA 22-25
Vonnis bij vervroeging in het incident van 9 februari 2022
in de zaak
[eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] ,
en
[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2] ,
wonend te [woonplaats] ,
eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident,
advocaat mr. A.A. Mukuchian,
tegen
[gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident,
advocaat mr. L. Pander.
1. De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- -
de dagvaarding tevens provisionele vordering ex art. 223 Rv met 33 producties;
- -
de conclusie van antwoord in het incident met 13 producties;
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De feiten
2.1
De rechtbank gaat in het incident ex art. 223 Rv uit van het volgende.
a. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben op 10 juli 2019 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten met [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] waarbij [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] op een perceel grond van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] , [adres] te [plaats] , een woning zou bouwen voor € 351.200,- (productie 1 dagvaarding). Er zijn negen termijnbetalingen overeengekomen die zijn genummerd van nul tot en met acht.
b. Tijdens de bouw zijn door [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] meerwerkopdrachten verstrekt. De overeenkomst houdt in dat oplevering zal plaatsvinden binnen 130 werkdagen na leggen beganegrondvloer. De vloer is op of omstreeks 2 april 2020 gelegd (productie 28 dagvaarding).
c. Bij brief van 17 september 2020 (productie 1 [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ) aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] deelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] mee dat de woning kan worden opgeleverd en dat een dag daarvoor kan worden afgesproken nadat alle openstaande nota’s zijn betaald.
Het huis is nog niet opgeleverd.
d. Volgens het op verzoek van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] opgemaakte rapport van [naam bedrijf] (productie 5 dagvaarding) is onder meer het metselwerk aan de gevel op meerdere onderdelen onvoldoende. Herstel van de in voornoemd rapport gesignaleerde gebreken kost € 50.085,58.
e. Op verzoek van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] heeft deze rechtbank een deskundige benoemd om onderzoek te doen naar de gestelde gebreken. Deze deskundige, Beeren ( [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] schrijft “Beerens” in nr. 25 antwoord incident) komt in zijn rapport (productie 9 dagvaarding) tot de conclusie dat herstel van de door hem gesignaleerde gebreken € 6.280,- kost. De gevelgebreken zijn hierbij uitgezonderd. Terzake die gevelgebreken rapporteert de deskundige dat het voegwerk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, dat er sprake is van kleurverschil, dat het voegwerk met wisselende diepte is uitgevoerd en dat de baksteen lichte plekken vertoont. Volgens de fabrikant is dit veroorzaakt door kleiknolletjes die tijdens het maakproces niet voldoende zijn geraakt tijdens het walsen. De deskundige adviseert om het buitenspouwblad in zijn geheel te vervangen, hetgeen volgens hem € 77.333,32 kost.
f. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben onbetaald gelaten de laatste termijnfacturen zeven en acht en twee facturen inzake meerwerk, die allen voor de dag van oplevering hadden moeten zijn betaald. Zij hebben hiermee in totaal € 64.908,24 onbetaald gelaten.
g. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben beslag gelegd onder [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] waarbij hun totale vordering is begroot op € 338.854,15 (productie 26 dagvaarding).
h. Bij brief van 18 november 2021 (productie 22 dagvaarding) heeft (de gemachtigde van) [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] nogmaals laten weten dat de woning opleveringsklaar is, maar dat [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] eerst nog € 64.908,24 moeten betalen.
3. Het geschil
In de hoofdzaak:
3.1.1 [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen in de hoofdzaak dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat:
1. Primair: buitengerechtelijke ontbindingsvorderingen
1. voor recht verklaart dat de overeenkomst van aanneming tussen [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] door middel van de aangetekende brief van 23 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden;
II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt tot betaling aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van primair € 220.598,24, subsidiair € 201.593,03 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
2. Subsidiair: gerechtelijke ontbindingsvorderingen
I. uitspreekt de ontbinding van de overeenkomst van aanneming tussen [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en
[gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ;
II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt tot betaling aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van primair € 220.598,24, subsidiair € 201.593,03 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
3. Voorwaardelijke vordering schadevergoeding
I. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt tot betaling aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van de herstelkosten van in totaal € 190.480,42 dan wel het deel daarvan dat niet in het kader van de vordering strekkende tot ontbinding voor vergoeding in aanmerking komt, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf primair de oorspronkelijk geplande opleveringsdatum van 4 november 2020 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
4. Aanvullende schadevergoeding
I. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt om aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te betalen € 13.593.60, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente primair vanaf 30 september 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt om aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te betalen € 13.519,97, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 27 juli 2021, subsidiair 30 september 2021 en meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt om aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te betalen € 1.939,89, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 30 september 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
IV. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordelen om aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te betalen de contractuele boete, zijnde € 10.195,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
Alsmede
I. vernietigt artikel 21 van de algemene voorwaarden van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ;
II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt tot betaling aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.923,64, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder € 2.416,01 aan beslagkosten, onder bepaling dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis zijn betaald alsook € 131,00 aan nakosten zonder betekening en € 199,00 aan nakosten in geval van betekening van het in deze te wijzen vonnis,
3.1.2
Zij leggen hieraan ten grondslag dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] gebrekkig heeft gepresteerd en, na ontbinding van de overeenkomst, verplicht is tot vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de gebrekkige prestatie. Het betreft naast de gebreken die zijn gesignaleerd door de deskundige die door de rechtbank is benoemd, ook funderingsgebreken. Herstel van alleen al die funderingsgebreken wordt geraamd op meer dan € 100.000,-.
In het incident ex art. 223 Rv:
3.2.1
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen in het incident dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat:
I. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt om binnen vijf dagen na het wijzen van het vonnis in het incident aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] de volledige toegang tot zowel het bouwperceel (zoals de rechtbank
“bouwtermijn” leest) gelegen aan [adres] te [plaats] , als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel te verschaffen, zulks door het aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te verschaffen van alle toegang verschaffende sleutels en voor zover nodig het wegnemen van alle toegang belemmerende hekken en andere obstakels, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] niet aan deze veroordeling voldoet, zulks tot een maximum van € 100.000,- althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt direct na het wijzen van het vonnis in het incident alle bouwwerkzaamheden in en/of aan zowel het bouwperceel (zoals de rechtbank “bouwtermijn” leest) gelegen aan [adres] te [plaats] , als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm
van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel volledig te staken en gestaakt te houden en binnen één dag na het wijzen van het vonnis in incident het bouwperceel (zoals de rechtbank “bouwtermijn” leest) gelegen aan [adres] te [plaats] volledig te verlaten, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] niet aan deze veroordeling voldoet, zulks tot een maximum van € 200.000,- althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
III. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt in de kosten van de procedure in dit incident onder bepaling dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis zijn betaald alsook €131,00 aan nakosten zonder betekening en € 199,00 aan nakosten in geval van betekening van het in deze te wijzen vonnis.
3.2.2
[eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] leggen hieraan ten grondslag dat zij de overeenkomst hebben ontbonden zodat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] geen verdere werkzaamheden meer mag verrichten. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] moet dus van het bouwperceel vertrekken en ongestoorde en volledige toegang tot het bouwperceel verlenen aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] Zij zijn immers eigenaars die ongestoord genot moeten hebben.
3.3
[gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] wil toegang tot het bouwperceel behouden zodat zij allereerst de gelegenheid krijgt om op behoorlijke wijze contra-expertise uit te voeren. Vooralsnog betwist zij dat de woning gebreken kent. Indien er gebreken komen vast te staan, wenst zij deze te repareren en ook daarvoor moet zij toegang tot het perceel behouden. Herstel van de buitengevel op de wijze die Beeren heeft gerapporteerd, gaat volgens [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] te ver en kost disproportioneel veel gelet op het feit dat het, zo die gebreken al bestaan, alleen maar gaat om visuele gebreken. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] mogen nog geen toegang tot de woning krijgen omdat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] bang is dat zij goed verricht werk zullen gaan beschadigen. Er is geen sprake van retentierecht omdat de woning nog niet is opgeleverd. Voor zover wel sprake is van retentierecht wordt dit terecht uitgeoefend omdat [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] de laatste vier facturen niet hebben betaald. Een dwangsom acht [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] niet nodig omdat zij zich zal houden aan een toewijzend vonnis.
4. De beoordeling
in het incident ex art. 223 Rv
4.1
De vordering van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] wordt uitgelegd als zijnde een vordering tot oplevering van de woning.
4.2
Voor toewijzing van een vordering ex art. 223 Rv is noodzakelijk dat die vordering samenhangt met de hoofdzaak en dat er voldoende belang moet zijn bij een voorziening
voor de duur van het hoofdgeding. Dat belang is in dit geval gegeven met de stelling van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] dat zij er op grond van het contract op mochten rekenen dat zij eind 2020 de woning zouden bewonen. Die stelling is ook juist omdat de bouw af moest zijn 130 werkdagen nadat de begane grond vloer zou zijn gelegd. Die vloer is uiterlijk 2 april 2020 gelegd, zodat [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] erop mochten rekenen eind 2020 begin 2021 in hun woning te kunnen trekken.
4.3
Een vordering tot oplevering als de onderhavige is toewijsbaar indien de aannemer bijvoorbeeld heeft gezegd, zoals hier, dat de woning opleveringsklaar is. In beginsel ligt de vordering dus voor toewijzing gereed en moet worden bezien of de argumenten van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] om niet het bouwterrein te verlaten en [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] daartoe toegang te verlenen, terecht zijn.
4.4
Er bestaat geen regel dat een aannemer de oplevering kan tegenhouden indien hij het bestaan van door de aanbesteder gestelde gebreken betwist. Art. 7:758 BW bepaalt wat dit betreft dat als de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, het werk kan worden gekeurd en door de aanbesteder al dan niet onder voorbehoud kan worden aanvaard of onder aanwijzing van gebreken kan worden aanvaard. De aannemer hoeft het met die gebreken niet eens te zijn, maar dat maakt niet dat de aannemer de oplevering kan tegenhouden. Nu [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] heeft laten weten dat kan worden opgeleverd, moet zij ook opleveren. Juist die oplevering is er voor om partijen in staat te stellen gebreken te constateren. Voor zover [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de oplevering nu wil tegenhouden omdat zij bang is dat [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] mogelijk goed werk vernielt, maakt juist een goede en duidelijke oplevering het niet goed mogelijk dat goed verricht werk wordt vernield ten koste van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] .
4.5
In beginsel staat een ontbinding, zoals is ingeroepen door [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] , niet in de weg aan de regel dat een aanbesteder een aannemer in staat moet stellen beweerdelijke gebreken te herstellen. Gelet op die regel is het niet nodig dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] baas moet blijven op het bouwperceel en moet kunnen bepalen wie wel en niet toegang heeft. Er wordt dus voorbij gegaan aan het argument van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] dat niet zou kunnen worden opgeleverd omdat zij anders geen toegang meer heeft tot het perceel.
4.6
Ervan uitgaande dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] serieus is met haar wens om een contra-expertise te regelen in reactie op het deskundigenrapport van Beeren, heeft zij geen reden gegeven waarom een dergelijk rapport nog niet is opgemaakt. Het rapport van Beeren is immers van 9 april 2021, zodat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ruim negen maanden tijd heeft gehad voor een contra-expertise. Deze termijn maakt dat zij nu oplevering niet (meer) kan tegenhouden omdat er nog geen contra-expertise zou zijn. Ook dit argument van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] kan niet leiden tot afwijzing van de vordering.
4.7
Uitgangspunt ook bij de bouw van een woning is dat die woning ook visueel in orde moet zijn. Het enkele feit dat reparatie van visuele gebreken veel kost, maakt niet dat niet hoeft te worden gerepareerd of dat de waardevermindering niet door [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] moet worden vergoed. Op dit moment bestaan er geen steekhoudende redenen om het rapport van de deskundige Beeren niet te volgen, zodat ervan wordt uitgegaan dat de woning voorshands gebreken heeft waarvan herstel in totaal € 83.613,32 (€ 6.280,- + € 77.333,32) kost. Dit is ruim meer dan het totale door [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] aan Van Eckevort gefactureerde bedrag van
€ 64.908.24. Voor zover [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] meent dat zij een retentierecht op de woning heeft, bestaat dat recht dan ook niet meer door de verrekening van wat partijen voorshands over en weer van elkaar hebben te vorderen.
4.8
Met inachtneming van het vorenstaande en het belang van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] op huisvesting en het niet langer betalen van dubbele woonlasten, terwijl de woning af en, kennelijk, bewoonbaar is en gelet op het belang dat beide partijen hebben inzake het niet langer leegstaan van de woning dan noodzakelijk is, zal de vordering worden toegewezen als hierna is verwoord. De enkele stelling van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] dat zij zich zal houden aan een veroordeling, betekent niet dat een stok achter de deur in de vorm van de gevorderde dwangsom moet worden afgewezen. Kort gezegd: een dwangsom kan geen kwaad als elke partij zich aan de veroordeling houdt. De dwangsom zal wel worden gemaximeerd.
4.9
Al met al heeft [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en zal zij worden veroordeeld in de kosten van dit incident, die worden aan de zijde van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] begroot op € 656,- (laagste tarief kort geding).
In de hoofdzaak
4.10
[gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] is in staat gesteld een conclusie van antwoord te nemen op de rol van 23 februari 2022, op welke rol partijen eveneens hun verhinderdata moeten opgeven voor een mondelinge behandeling.
4.11
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De rechtbank:
In het incident
5.1
veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan haar ex art. 7:758 BW te hebben opgeleverd aan en te hebben laten keuren door [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] de woning aan [adres] te [plaats] ;
5.2
veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] om met ingang van de dag volgend op de dag van oplevering en keuring aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van de woning genoemd in rov. 5.1, aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] te verschaffen de volledige toegang tot zowel het bouwperceel gelegen aan [adres] te [plaats] , als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel, zulks door het aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] verschaffen van alle toegang verschaffende sleutels en voor zover nodig door het wegnemen van alle toegang belemmerende hekken en andere obstakels
5.3
veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] om met ingang van de dag volgend op de dag van oplevering en keuring:
- alle bouwwerkzaamheden in en/of aan zowel het bouwperceel gelegen aan [adres] te [plaats] , als de in aanbouw zijnde opstal in de vorm van de woning en bijgebouwen, als de volledige kavel volledig te staken en gestaakt te houden
- het bouwperceel gelegen aan [adres] te [plaats] volledig te verlaten;
5.4
veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] tot het betalen van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] niet aan veroordeling sub 5.1 en/of 5.2 en/of 5.3 voldoet, zulks tot een totaal maximum van € 100.000,-;
5.5
veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] in de kosten van de procedure in dit incident, tot op heden aan de zijde van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] begroot op € 656,- en onder bepaling dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald alsook €131,- aan nakosten zonder betekening en € 199,- aan nakosten in geval van betekening van dit vonnis.
5.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst het meer of anders gevorderde af;
In de hoofdzaak
5.8
verstaat dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] in staat is gesteld haar conclusie van antwoord te nemen ter rolle van 23 februari 2022, waarbij beide partijen in staat zijn gesteld hun verhinderdata voor mondelinge behandeling op te geven voor de reeds bepaalde periode;
5.9
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2022.