Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.D.2
III.D.2. De huwelijksvermogensrechtelijke status van erflater of erfgenaam
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408240:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een stap te ver is wellicht art. 1:102 BW de aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden in het geding te brengen. Dat dit niet helemaal uitgesloten is, blijkt uit de beschouwingen van L.C.A.VERSTAPPEN, Rechtsopvolging onder algemene titel (diss. Nijmegen) Deventer: Kluwer 1996, p. 499 waar hij andere verplichtingen dan geldschulden behandelt. Volgt men de goederenrechtelijke werking van het bewindsaspect dan kan op die grond derden-werking van de executele aangenomen worden. Men kan ook stellen dat door de goederen-rechtelijke werking 'alle' in dit kader 'achtervrouwen en achtermannen' automatisch onbevoegd worden en het handelen van de executeur moeten dulden.
WALTER ZIMMERMANN, Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag 2003, p. 301.
Zie voor deze belangrijke regel bijvoorbeeld HR 8 februari 1995, BNB 1995, 105 in het lichtvan art. 10 SW1956.
Art. 3:170 BWen HR 18 maart 1994, NJ 1995, 410 (VanTholen/Nationale Nederlanden).
HANS RAINER KUNZLE, Der Willensvollstrecker im schweizerischen undUS-ameri-kanischen Recht, (Habilitationsschrift Zurich 1998), Zurich: Schulthess Juristische Medien2000, p. 272.
Thans aandacht voor de executeur in relatie tot het huwelijksvermogensrecht.
Aangezien de executeur, door de werking van art. 3:77 BW, handelt op het niveau van erflater en niet op het niveau van de erfgenaam, deert hem de status van het huwelijksgoederenregime van een erfgenaam in beginsel niet. Ook de rechtsopvolger van een erfgenaam is aan de (quasi-overeenkomst) execu-tele gebonden en ook de rechtsopvolgers van een erfgenaam zijn onbevoegd als bedoeld in art. 4:145 lid 1 BW. De executeur ontleent zijn rechten rechtstreeks aan erflater en niet aan de erfgenaam, hoezeer art. 4:145 lid 2 BWons ook op het verkeerde been lijkt te zetten. Ook hier komt naast de quasi-over-eenkomstgedachte en het bewindsaspect van executele, art. 3:77 BW weer naar voren.1 In de Duitse doctrine wordt het, althans wat het resultaat betreft, ook zo gezien:2
'Wenn ein Miterbe aufgrunddes ehelichen Guterrechts Beschrankungen un-terliegt (§ 1365 BGB), gilt dies fur den Testamentsvollstrecker nicht.'
Nu de executeur zijn rechten ontleent aan erflater en hij deze rechten alleen heeft met betrekking tot de goederen die zich in de nalatenschap bevinden, is de huwelijksvermogensrechtelijke status van het vermogen van erflater wel van groot belang. Het huwelijksgoederenregime van erflater bepaalt immers de omvang van de nalatenschap. Hieruit vloeit voort dat in dezen de verdeling van de huwelijksgemeenschap van belang is, aangezien eerst door de verdeling van de huwelijksgemeenschap komt vast te staan welke goederen zich in de nalatenschap bevinden en derhalve onder het beheer van de executeur komen te staan.3 In de door het overlijden ontbonden huwelijksgemeenschap is de echtgenoot van erflater deelgenoot. Zolang de ontbonden huwelijksgemeenschap nog onverdeeld is en de nalatenschap daarvan deel uitmaakt, komt de executeur het beheer toe tezamen met de langstlevende echt-genoot.4 Deze echtgenoot kan onder omstandigheden derhalve een belangrijke tegenspeler van de executeur worden. Dit valt in de praktijk echter in zoverre mee, omdat de langstlevende echtgenoot veelal ook tot executeur is benoemd en deze derhalve met twee petten op kan handelen. Een huwelijks-vermogensrechtelijke en een erfrechtelijke. In dat licht spreekt dan ook, getransformeerd naar het Nederlandse recht de navolgende passage voor zich:5
'Der Willensvollstrecker kann schon vor der dem Abschluss der guterrechtli-chenTeilung zusammen mit dem uberlebenden Ehegatten uber gemeinschaftli-chen Eigentum (wie eine Liegenschaft) verfugen, bzw. der uberlebende Ehegatten kann alleine verfugen, wenn er als Willensvollstrecker eingesetzt wird.'
(Curs. BS)
Naast de eventuele twee petten van de langstlevende echtgenoot wijs ik ook op het bepaalde in art. 4:213 BW waarin geregeld is dat de rechtbank ook een vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap kan benoemen. Exe-cutele kent een dergelijke faciliteit niet.
Een echtgenoot kan in het licht van executele nog op grondvan een andere erfrechtelijke regeling een belangrijke tegenspeler zijn van de executeur, en wel op grond van de andere wettelijke rechten.