Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.4
14.4 De verhoging van de billijke prijs (art. 5:80a lid 3 sub aWft en art. 25 lid 1 Bob Wft)
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370026:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit artikel vloeit voort uit art. 5:80a lid 3 sub a Wft. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan art. 5 lid 4, laatste volzin Overnamerichtlijn. Zie hierover Nieuwe Weme 2004, p. 205.
Bij de wijziging van de biedingsregels in 2010 is in art. 25 Bob Wft de certain funds-regeling van art. 15 lid 4 Bob Wft (gedeeltelijk) van overeenkomstige toepassing verklaard.
In de literatuur is bij de implementatie van de Overnamerichtlijn de suggestie gedaan om deze regels samen te voegen, zie Nieuwe Weme 2004, p. 205 en p. 244.
Indien na de aankondiging van het verplicht bod en voor het einde van de aanmeldingstermijn door de bieder of de personen waarmee deze in onderling overleg handelt effecten worden verkregen voor een hogere prijs dan de billijke prijs dient de bieder de prijs te verhogen tot ten minste de hoogste prijs die is betaald voor de aldus verworven effecten (art. 25 lid 1 Bob Wft).1,2 Dit wordt ook wel als de best price-regel aangeduid. Inzake het vrijwillig bod geldt een soortgelijke regel (art. 19 Bob Wft).3
Hiervoor kwam aan de orde dat de zinsnede “personen waarmee deze in onderling overleg handelt” voor tweeërlei uitleg vatbaar is (§ 14.2.3). Dit speelt ook bij de verwijzing daarnaar in art. 5:80a lid 3 sub a Wft en het daarop gebaseerde art. 25 lid 1 Bob Wft. Ik zou menen dat ook hier niet is bedoeld te verwijzen naar de definitie van personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld in art. 1:1 Wft. De regeling van art. 5:80a lid 3 sub a Wft is van toepassing op transacties die zijn verricht na het ontstaan van de biedplicht. Niet valt in te zien hoe na de change of control die aanleiding tot de biedplicht heeft gegeven nog ruimte laat voor samenwerking door partijen met het oog op de verwerving daarvan, zoals bedoeld in de onderling overlegdefinitie van art. 1:1 Wft.