Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/15.2.0
15.2.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577856:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Benston (1973), p. 153.
Benston (1973), p. 153. Zie over de in de Amerikaanse literatuur geuite kritiek op de (effectenrechtelijke) publicatieverplichtingen door — onder meer — Benston, vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw; Coffee (1984), p. 717-718 en Langevoort (1992), p. 873-874.
Het betoog van Benston is overigens niet zonder kritiek gebleven. Naast inhoudelijke kritiek van o.m. Coffee (1984), p. 719 e.v., zijn bij het betoog van Benston kanttekeningen van methodologische aard geplaatst. Hierover zeer uitgebreid Seligman (1983), p. 12-18, die met name kritisch is over de conclusie van Benston (in Benston (1969), p. 519-520 en in Benston (1973), p. 133-134) dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Securities Exchange Act of 1934 door beursvennootschappen al in ruime mate vrijwillig informatie werd gepubliceerd. Over het betoog van Seligman ook Coffee (1984), p. 718. Ook door Fox (1999b) zijn de studies van Benston uitvoerig bekritiseerd, vgl. p. 1373-1380 en 1385-1391. De kanttekeningen van Seligman en Fox bij het betoog van Benston zijn overigens evenmin van kritiek ontbloot gebleven; zie Romano (1998), p. 2373-2378, in het bijzonder voetnoot 37 en Romano (2001), p. 64-79.
Zie Langevoort (1992), p. 873. Hij merkt op dat '[i]mplicit was the view that the same private forces that make the market efficient would allo produce optimal disclosure.' Benston (1973), p. 133-134, merkt dit zelf overigens ook op. Evenzo in Benston (1969), p. 519-520.
Romano (1998), p. 2374.
Zie bijvb. Ferrell (2004), p. 19. Hij noemt drie mechanismen: 'reducing adverse selection costs; reducing the level of private information held by traders; and reducing the expected level of diversion of corporate resources.' Zie verder Verrecchia (2001), p. 103-104. Hij schrijft: '[t]he cost of capital is the percentage of the firm an entrepreneur must sell to raise a fixed amount of capital. The information asymmetry component of the cost of capital is the difference in the cost of capital in the presence versus absence of an adverse selection problem that arises from information asymmetry.' Over de — intuïtieve — veronderstelling dat betere informatieverstrekking leidt tot lagere 'cost of capital', zijn overigens verrassend weinig publicaties verschenen waarin een theoretisch onderbouwing van deze aanname is te vinden, zoals ook Lambert/Leuz/Verrecchia (2005), p. 1 opmerken.
Romano (1998), op p. 2374 meent dat daarvan sprake kan zijn. Zij verwijst daarbij naar uitkomsten van economisch onderzoek. Bovendien, zo wordt door haar opgemerkt, bestaat er overtuigend bewijs dat beursvennootschappen vrijwillig significant veel meer informatie publiceren dan waartoe zij verplicht zijn op grond van wet- en regelgeving (Romano (1998), p. 2375). Weliswaar is het 'difficult to prove what, if any item, among required disclosure is of less value to investors than items voluntarily disclosed, but the great variety in content across disclosure regimes (...) suggests that a number of mandates are not cost effective', aldus Romano (op dezelfde pagina).
Sinds de invoering van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen in de jaren '30 van de vorige eeuw in de Amerikaanse federale wet- en regelgeving, zijn deze verplichtingen in de Amerikaanse literatuur geregeld bekritiseerd. Deze kritiek werd oorspronkelijk onder andere geventileerd door Benston. Hoewel de publicatieverplichtingen aanzienlijke kosten met zich brengen is naar zijn mening sprake van "no measurable positive effect on the securities traded on the /VYSE."1 Op basis hiervan was zijn conclusie dat "there appears to have been lilde basis for the legislation and no evidence that it was needed or desirable. Certainly there is doubt that more required disclosure is warranted."2
Aan het betoog van Benston3 lag, impliciet, de veronderstelling ten grondslag dat beursvennootschappen zelf op vrijwillige basis afdoende informatie zullen publiceren.4 Door Romano is hierover, in 1998, opgemerkt dat dit "should not be surprising: Because firms need capital and investors need information, firms have powerful incentives to disclose information if they are to compete successfully for funds against alternative investment opportunities."5
De maatstaf die Benston en Romano hanteren om te beoordelen of het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen wenselijk is, is de afname van de "cost of capital" van beursvennootschappen. Dat de omvang van de door een beursvennootschap gepubliceerde informatie invloed heeft op die kosten, staat niet ter discussie.6 De vraag is echter of terugdringen van de "cost of capital" ook mogelijk is indien beursvennootschappen slechts op vrijwillige basis informatie publiceren.7