Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/2.3.3
2.3.3 Materiële wetssystemen
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS361008:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook Hirsch Ballin meent dat er verschillende gezichtspunten zijn volgens welke de samenhang van wettelijke bepalingen in de indeling tot uitdrukking kan worden gebracht (Hirsch Ballin, Architectuur van wetgeving 1984, p. 79). Eijlander en Voermans geven aan dat er vele gezichtspunten denkbaar zijn (Eijlander & Voermans, Wetgevingsleer 2000, p. 221).
Zie par. 3.3.
Hill, Einführung in die Gesetzgebungslehre 1982, p. 103.
Eijlander & Voermans, Wetgevingsleer 2000, p. 220-221.
Zie par. 3.4.4.
Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb).
Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan (art. 1:3 lid 2 Awb).
Een wetssysteem heb ik hiervoor gedefinieerd als volgens bepaalde criteria geordende, onderling samenhangende regels. Ligt bij formele wetssystemen het accent op de uiterlijk zichtbare ordening, bij materiële wetssystemen ligt het accent op de inhoudelijke systeemordeningscriteria en de onderlinge samenhang.
In beginsel heeft de wetgever een schier oneindig aantal mogelijkheden aan inhoudelijke criteria om onderlinge samenhang aan te brengen.1 Daarbij maak ik onderscheid tussen zakelijke en typisch juridische samenhangcriteria. In hoofdstuk 3 zullen deze systeemordeningscriteria worden toegelicht; op deze plaats worden zij slechts kort genoemd met een enkel voorbeeld.
Van zakelijke systeemordeningscriteria2is sprake als de criteria aansluiten bij de echte werkelijkheid van het te beschermen belang (zoals milieu, natuur, ruimtelijke ordening), een activiteit (zoals het oprichten van een bedrijf), een object (zoals een stof of een inrichting) of een (rechts)subject (zoals de exploitant van een bedrijf). Deze criteria sluiten aan bij de gezichtspunten die Hill noemt om wetssystemen in te delen: beschermd rechtsgoed, rechtsvormen en rechtsbetrekkingen, chronologie en groepen personen.3Eijlander & Voermans geven voor elk van deze gezichtspunten een voorbeeld in het Nederlandse recht.4
Van typisch juridische systeemordeningscriteria5is sprake bij criteria die gewoonlijk hun oorsprong vinden in de juridische wetenschap. Voorbeelden zijn het onderscheid tussen publiek- en privaatrecht, rechtsverhoudingen en de aard van een wettelijke regeling (wet in formele zin, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling). Van typisch juridische systeemordeningscriteria is ook sprake als wettelijke regelingen worden geordend in categorieën zoals algemeen en bijzonder, of omvattend begrip en ondergeschikt begrip. Als voorbeeld van die laatste categorie noem ik hoofdstuk 3 Awb dat algemene bepalingen over besluiten bevat en hoofdstuk 4 van diezelfde wet waarin bijzondere bepalingen over besluiten,6 waaronder beschikkingen,7 staan.