Hof Amsterdam, 28-11-2023, nr. 200.299.442/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2023:2877
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
28-11-2023
- Zaaknummer
200.299.442/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2023:2877, Uitspraak, Hof Amsterdam, 28‑11‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2022:1128, Uitspraak, Hof Amsterdam, 12‑04‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2021:3980, Uitspraak, Hof Amsterdam, 21‑12‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2022-0086
OR-Updates.nl 2022-0073
Uitspraak 28‑11‑2023
Inhoudsindicatie
OK; uitkoop 2:92a BW; vaststelling prijs; eindarrest
Partij(en)
arrest
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.442/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 28 november 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
EISERES,
advocaat: thans zonder advocaat, voorheen mr. B. Verkerk, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. De naamloze vennootschap
ORANJEWOUD N.V.,
gevestigd te Gouda,
GEDAAGDE,
advocaten: mr. M.E.C. Lok en A.H.M. Noordam, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
2. De rechtspersoon naar buitenlands recht
LEGAL AND GENERAL ASSURANCE SOCIETY LTD.,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
3. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te York, Verenigd Koninkrijk,
4. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te Surrey, Verenigd Koninkrijk,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te gemeente [....] ,
7. [D],
wonende te [....] ,
8. [E],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
9. [F],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
10. [G],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
11. [H],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
12. DE GEZAMENLIJKE, NIET BIJ NAAM BEKENDE HOUDERS VAN AANDELEN IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP ORANJEWOUD N.V., GEVESTIGD TE GOUDA,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
13. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
zonder bekend vestigingsadres in of buiten Nederland,
GEDAAGDEN,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
Eiseres zal hierna worden aangeduid als [A] en gedaagde 1 als Oranjewoud.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar arresten in deze zaak van 21 december 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:3980, hierna: het eerste tussenarrest) en van 12 april 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2022:1128, hierna: het tweede tussenarrest).
1.3
In het eerste tussenarrest heeft de Ondernemingskamer overwogen dat [A] op de dag van dagvaarding voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud verschafte, dat zowel Oranjewoud als de (mogelijk) overige aandeelhouders op de juiste wijze zijn gedagvaard en dat een afwijzingsgrond op de voet van artikel 2:92a lid 4 BW zich niet voordoet, zodat de vordering van [A] kan worden toegewezen. De Ondernemingskamer heeft de peildatum bepaald op de datum van het eerste tussenarrest of een andere daarbij zo dicht mogelijk gelegen, voor de hand liggende, datum zoals 31 december 2021. Ten behoeve van de vaststelling van de door [A] te betalen prijs voor de over te dragen aandelen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door drs. J. Bouman RC RV te Amersfoort (hierna: de deskundige) en de deskundige verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. Voorts heeft de Ondernemingskamer in het eerste tussenarrest overwogen dat zij om twee redenen niet met zekerheid kan vaststellen hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud (mogelijk) uitstaan en hoeveel aandelen daar mogelijk bijkomen:
- i.
In het aandeelhoudersregister van Oranjewoud staan 55.978 aandelen A nog ten name van een aantal bij naam genoemde partijen geregistreerd, terwijl uit een schriftelijke verklaring van R. van Vlerken, Head of Listing van Euronext Amsterdam, volgt dat alle aandelen A in het giraal effectenverkeer zijn opgenomen en zijn genoteerd aan Euronext N.V. te Amsterdam. De situatie met betrekking tot deze 55.978 aandelen is onduidelijk (zie r.o. 3.4. en 3.14 van het eerste tussenarrest).
- ii.
Het is onbekend of er voormalige houders van aandelen aan toonder zijn die na de statutenwijziging van 17 oktober 2001 hun aandelen niet hebben ingeleverd en van wie de aandelen per 1 januari 2021 op de voet van artikel 2:82 lid 6 BW van rechtswege zijn overgegaan op Oranjewoud. Deze voormalige aandeelhouders kunnen zich tot 31 december 2025 bij Oranjewoud melden en hebben dan recht op een aandeel op naam in het kapitaal van Oranjewoud (artikel 2:82 lid 9 BW) (zie r.o. 2.4 en 3.14 van het eerste tussenarrest).
De Ondernemingskamer overwoog dat zij daardoor de prijs per aandeel niet kon vaststellen, ook niet nadat de deskundige zijn bericht zal hebben uitgebracht. De Ondernemingskamer heeft [A] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de onder i en ii genoemde punten. Ook heeft de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de voorzieningen die [A] voornemens is te treffen indien zich nog houders van niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A of voormalige houders van aandelen aan toonder bij [A] of Oranjewoud melden.
1.4
Op 28 januari 2022 heeft [A] een akte na tussenarrest genomen.
1.5
Op 31 januari 2022 heeft de deskundige zijn plan van aanpak met begroting van de kosten van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd.
1.6
Bij akte na uitlaten van 15 februari 2022 heeft [A] zich uitgelaten over het plan van aanpak met begroting van de kosten van de deskundige. [A] heeft daarbij kenbaar gemaakt geen opmerkingen te hebben.
1.7
Bij antwoordakte van 1 maart 2022 heeft Oranjewoud zich uitgelaten over de in 1.4 genoemde akte na tussenarrest en zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
1.8
In het tweede tussenarrest heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 67.513, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. In het tweede tussenarrest is daarnaast bepaald dat bij de vaststelling van de door [A] te betalen prijs voor de over te dragen aandelen de (mogelijk) niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A en de mogelijk nog aan voormalige houders van aandelen aan toonder te verstrekken aandelen op naam niet zullen worden meegerekend; de totale waarde van de aandelen in Oranjewoud op de peildatum zal worden gedeeld door 62.872.869 (29.553.066 aandelen A en 33.319.803 aandelen B). Daarbij heeft de Ondernemingskamer overwogen dat nu niet vast is komen te staan hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud (mogelijk) nog uitstaan, Oranjewoud en [A] zich er rekenschap van moeten blijven geven dat er mogelijk nog andere houders van aandelen in het kapitaal van Oranjewoud zijn.
1.9
De deskundige heeft op 7 juli 2023 zijn rapport met betrekking tot de waarde van de aandelen Oranjewoud ter griffie van de Ondernemingskamer ingediend, met daarbij gevoegd een specificatie van de aan het rapport bestede uren. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 67.513, exclusief btw.
1.10
Op 26 september 2023 heeft mr. Verkerk zich als advocaat van [A] onttrokken. Namens [A] heeft zich geen opvolgende advocaat gesteld.
1.11
Oranjewoud heeft zich bij memorie na deskundigenbericht van 26 september 2023 gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer en arrest gevraagd.
1.12
Op 6 oktober 2023 heeft Oranjewoud bij wege van niet-geregeld verzoek via de rol een brief toegezonden waarin zij melding maakt van volgens haar nog vertrouwelijke informatie die naar zij meent van belang zou kunnen zijn voor de waardering van de aandelen per 31 december 2021. Oranjewoud heeft in die brief geen concreet verzoek gedaan. De Ondernemingskamer laat deze brief daarom verder buiten beschouwing.
2. De gronden van de beslissing
2.1
De deskundige heeft in het deskundigenbericht de waarde van de aandelen in Oranjewoud per 31 december 2021 gewaardeerd op € 632.588.349, hetgeen uitgaande van 62.872.869 uitstaande aandelen leidt tot een waarde per over te dragen aandeel Oranjewoud per 31 december 2021 van € 10,06.
2.2
Oranjewoud heeft zich wat betreft de waarde van de aandelen gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer. [A] heeft zich niet uitgelaten over het rapport van de deskundige.
2.3
De Ondernemingskamer ziet ook overigens geen aanleiding af te wijken van de conclusies van de deskundige in het deskundigenbericht en kan zich vinden in de keuze van 31 december 2021 als peildatum.
2.4
De Ondernemingskamer zal gelet op het voorgaande de door [A] te betalen prijs voor de over te dragen aandelen Oranjewoud per 31 december 2021 vaststellen op € 10,06 per aandeel.
2.5
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over de door de deskundige opgestelde specificatie van de kosten van het deskundigenbericht uit te laten. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag van € 67.513, exclusief btw komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de deskundige dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
veroordeelt gedaagden het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatste kapitaal van Oranjewoud N.V., gevestigd te Gouda, waarvan zij houder zijn, aan [A] , gevestigd te Gouda, over te dragen;
stelt de prijs van de over te dragen aandelen vast per 31 december 2021, en wel op € 10,06 per aandeel;
bepaalt dat die prijs, zolang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021 tot de dag van de overdracht of de dag van consignatie van de prijs met rente overeenkomstig artikel 2:92a BW;
bepaalt dat uitkeringen, in laatstbedoeld tijdvak op de aandelen betaalbaar gesteld, tot gedeeltelijke betaling van de prijs met rente op de dag van betaalbaarstelling strekken;
veroordeelt [A] de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen;
bepaalt de vergoeding van de deskundige op € 67.513, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, welke kosten voor rekening komen van [A] ;
compenseert de overige proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.
Uitspraak 12‑04‑2022
Inhoudsindicatie
OK; Uitkoop artikel 2:92a BW; vaststelling onderzoeksbudget
Partij(en)
arrest
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.442/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 12 april 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [...] ,
EISERES,
advocaat: mr. B. Verkerk, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. De naamloze vennootschap
ORANJEWOUD N.V.,
gevestigd te Gouda,
GEDAAGDE,
advocaten: mr. M.E.C. Lok en A.H.M. Noordam, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
2. De rechtspersoon naar buitenlands recht
LEGAL AND GENERAL ASSURANCE SOCIETY LTD.,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
3. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te York, Verenigd Koninkrijk,
4. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te Surrey, Verenigd Koninkrijk,
5. [B],
wonende te [...] ,
6. [C],
wonende te [...] ,
7. [D],
wonende te [...] ,
8. [E],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
9. [F],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
10. [G],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
11. [H],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
12. DE GEZAMENLIJKE, NIET BIJ NAAM BEKENDE HOUDERS VAN AANDELEN IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP ORANJEWOUD N.V., GEVESTIGD TE GOUDA,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
13. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
zonder bekend vestigingsadres in of buiten Nederland,
GEDAAGDEN,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
Eiseres zal hierna worden aangeduid als [A] en gedaagde als Oranjewoud.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar arrest in deze zaak van 21 december 2021 (hierna: het tussenarrest).
1.3
In het tussenarrest heeft de Ondernemingskamer overwogen dat [A] op de dag van dagvaarding voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud verschafte, dat zowel Oranjewoud als de (mogelijk) overige aandeelhouders op de juiste wijze zijn gedagvaard en dat een afwijzingsgrond op de voet van artikel 2:92a lid 4 BW zich niet voordoet, zodat de vordering van [A] kan worden toegewezen. Ten behoeve van de vaststelling van de door [A] te betalen prijs voor de over te dragen aandelen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door drs. J. Bouman RC RV te Amersfoort (hierna: de deskundige) en de deskundige verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. Voorts heeft de Ondernemingskamer in het tussenarrest overwogen dat zij om twee redenen niet met zekerheid kan vaststellen hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud (mogelijk) uitstaan en hoeveel aandelen daar mogelijk bijkomen:
- i.
In het aandeelhoudersregister van Oranjewoud staan 55.978 aandelen A nog ten name van een aantal bij naam genoemde partijen geregistreerd, terwijl uit een schriftelijke verklaring van R. van Vlerken, Head of Listing van Euronext Amsterdam, volgt dat alle aandelen A in het giraal effectenverkeer zijn opgenomen en zijn genoteerd aan Euronext N.V. te Amsterdam. De situatie met betrekking tot deze 55.978 aandelen is onduidelijk (zie r.o. 3.4. en 3.14 van het tussenarrest).
- ii.
Het is onbekend of er voormalige houders van aandelen aan toonder zijn die na de statutenwijziging van 17 oktober 2001 hun aandelen niet hebben ingeleverd en van wie de aandelen per 1 januari 2021 op de voet van artikel 2:82 lid 6 BW van rechtswege zijn overgegaan op Oranjewoud. Deze voormalige aandeelhouders kunnen zich tot 31 december 2025 bij Oranjewoud melden en hebben dan recht op een aandeel op naam in het kapitaal van Oranjewoud (artikel 2:82 lid 9 BW) (zie r.o. 2.4 en 3.14 van het tussenarrest).
De Ondernemingskamer kan daardoor de prijs per aandeel niet vaststellen, ook niet nadat de deskundige zijn bericht zal hebben uitgebracht. De Ondernemingskamer heeft [A] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de onder i en ii genoemde punten. Ook heeft de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de voorzieningen die [A] voornemens is te treffen indien zich nog houders van niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A of voormalige houders van aandelen aan toonder bij [A] of Oranjewoud melden.
1.4
Op 28 januari 2022 heeft [A] een akte na tussenarrest genomen.
1.5
Op 31 januari 2022 heeft de deskundige zijn plan van aanpak met begroting van de kosten van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd.
1.6
Bij akte na uitlaten van 15 februari 2022 heeft [A] zich uitgelaten over het plan van aanpak met begroting van de kosten van de deskundige. [A] heeft daarbij kenbaar gemaakt geen opmerkingen te hebben.
1.7
Bij antwoordakte van 1 maart 2022 heeft Oranjewoud zich uitgelaten over de in 1.4 genoemde akte na tussenarrest en zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
2. De gronden van de beslissing
De vaststelling van het onderzoeksbudget
2.1
De deskundige heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot en opgave gedaan van zijn uurtarief en het uurtarief van het door hem in te schakelen team. De deskundige heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 67.513 exclusief btw.
2.2
Nu de Ondernemingskamer geen bezwaren heeft ontvangen tegen de door de deskundige ingediende begroting en de Ondernemingskamer die begroting niet onredelijk voorkomt, zal zij het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op het door de deskundige begrote bedrag.
Het aantal aandelen en de ter zake te treffen voorzieningen
2.3
[A] heeft met betrekking tot het in 1.3 onder ii genoemde punt – samengevat – gesteld dat een vordering van voormalige houders van aandelen aan toonder op Oranjewoud inmiddels is verjaard. Vanaf 17 oktober 2001 hadden de houders van aandelen aan toonder een vordering op Oranjewoud om de aandelen op naam te doen stellen. Dit vormde aan de zijde van Oranjewoud een verplichting om te geven of te doen in de zin van artikel 3:296 lid 1 BW. De vordering is op de voet van artikel 3:306 BW na 20 jaar, dat wil zeggen op 17 oktober 2021, verjaard. Met de inwerkingtreding van de Wet omzetting aandelen aan toonder is niet beoogd reeds lopende verjaringstermijnen te verlengen. [A] stelt verder dat voormalige houders van aandelen aan toonder hun recht hebben verwerkt om toonderaandelen om te wisselen in aandelen op naam. Zij hebben niet voldaan aan de op hen rustende plicht om aan Oranjewoud naam en adres op te geven (artikel 6.2 van de statuten van Oranjewoud). Voor het geval de Ondernemingskamer van oordeel is dat nog altijd een aanspraak op omwisseling van de toonderaandelen in aandelen op naam kan bestaan, gaat [A] in deze uitkoopprocedure akkoord met een waardebepaling van de aandelen waarbij de toonderaandelen buiten beschouwing worden gelaten.
2.4
Met betrekking tot het in 1.3 onder i genoemde punt heeft [A] vooropgesteld dat 10 van de in het aandeelhoudersregister vermelde 55.978 aandelen door Oranjewoud zelf worden gehouden en dat een aantal houders van de overige in het aandeelhoudersregister vermelde 55.968 aandelen inmiddels heeft gemeld er niet van op de hoogte te zijn aandelen in Oranjewoud te houden. Voor zover zij bevoegd waren om over die aandelen te beschikken hebben zij die aandelen om niet aan [A] overgedragen. Voor het overige zijn ook hier de leerstukken van verjaring en rechtsverwerking van toepassing, aldus [A] . De houders van de voornoemde 55.968 aandelen hebben al meer dan 20 jaar geen aandeelhoudersbetrokkenheid getoond. Voor het geval de Ondernemingskamer oordeelt dat geen sprake is van verjaring of rechtsverwerking dan gaat [A] akkoord met een waardebepaling van de aandelen waarbij de voornoemde 55.968 aandelen buiten beschouwing worden gelaten.
2.5
[A] heeft aangevoerd dat, in het geval de Ondernemingskamer [A] niet volgt in haar standpunt omtrent rechtsverwerking en verjaring, het niet noodzakelijk is dat [A] voorzieningen treft. [A] zal, in het geval in een civiele bodemprocedure wordt geoordeeld dat de vervangende aandelen op naam op de voet van artikel 2:82 lid 9 BW nog uitstaan, aan de voormalige houders van toonderaandelen de in deze procedure vastgestelde prijs uitkeren. Ook zal [A] de houders van de 55.968 aandelen A die nog ten name van een aantal bij naam genoemde partijen in het aandeelhoudersregister vermeld staan benaderen (artikel 2:92a lid 7 BW) en het arrest eventueel aan hen laten betekenen, inclusief bevel om de aandelen over te dragen. [A] zal tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen aan die partijen de vastgestelde prijs betalen.
2.6
Oranjewoud heeft met betrekking tot het in 1.3 onder ii genoemde punt aangevoerd dat iedere inschatting van het aantal niet ingeleverde aandeelbewijzen neerkomt op willekeur. Een prijsberekening op basis van willekeur voldoet niet aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid en evenredigheid die ten opzichte van de andere aandeelhouders gelden. Het ligt daarom voor de hand deze aandelen niet te betrekken bij de vaststelling van de prijs per aandeel. Met betrekking tot het in 1.3 onder i genoemde punt onderschrijft Oranjewoud dat 10 van de 55.978 aandelen bij Oranjewoud zelf uitstaan. Oranjewoud betwijfelt of de overige aandelen in deze categorie bij de prijsvaststelling moeten worden betrokken. Voor Oranjewoud weegt zwaar dat [A] akkoord gaat met een vaststelling van de uitkoopprijs zonder de 55.968 aandelen en de voormalig toonderaandelen te betrekken in de vaststelling van de prijs per aandeel. Dat leidt tot een hogere prijs per aandeel. Een dergelijke prijsvaststelling is voor de bekende en onbekende gezamenlijke minderheidsaandeelhouders die in het kader van de onderhavige uitkoopprocedure zullen worden uitgekocht het beste resultaat.
2.7
De Ondernemingskamer stelt voorop dat het in het kader van deze procedure niet aan haar is om vast te stellen of [A] of Oranjewoud zich jegens eventuele voormalige houders van aandelen aan toonder of houders van niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A met succes zal kunnen beroepen op verjaring of rechtsverwerking.
2.8
[A] heeft vervolgens geconcludeerd dat bij vaststelling van de door haar te betalen prijs voor de over te dragen aandelen de (mogelijk) niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A en de mogelijk nog aan voormalige houders van aandelen aan toonder te verstrekken aandelen op naam niet zullen worden meegerekend. De Ondernemingskamer kan daarmee instemmen. Dit brengt immers mee dat voor de vaststelling van de prijs per aandeel de totale waarde van de aandelen in Oranjewoud op de peildatum zal worden gedeeld door 62.872.869 (29.553.066 aandelen A en 33.319.803 aandelen B) in plaats van door een (nog onbekend) groter aantal uitstaande aandelen, met als gevolg dat dat de prijs per aandeel mogelijk te hoog zal worden vastgesteld, maar in ieder geval niet te laag. De Ondernemingskamer acht de belangen van de uit te kopen minderheidsaandeelhouders daarmee voldoende beschermd.
2.9
Ten aanzien van de voorzieningen die [A] voornemens is te treffen indien zich nog houders van niet in het giraal effectenverkeer opgenomen aandelen A of voormalige houders van aandelen aan toonder melden, heeft [A] gesteld dat zij voornemens is de aandelen die in het giraal effectenverkeer zijn opgenomen te verkrijgen door consignatie, maar dat dit niet geldt voor de in 1.3 onder i en ii genoemde (mogelijke) aandelen. Dit onderscheid is volgens [A] gerechtvaardigd, gelet op de onzekerheid over het bestaan van deze laatste categorie van aandelen en artikel 2:92a lid 8 BW staat een dergelijk onderscheid ook toe. De Ondernemingskamer stelt voorop dat het [A] vrij staat zelf te bepalen of zij de nog uitstaande aandelen in het kapitaal van Oranjewoud wil verkrijgen door betaalbaarstelling van de prijs, gevolgd door aanbieding en overdracht door de aandeelhouders (2:92a lid 7 BW), of door consignatie (2:92a lid 8 BW). Daarbij geldt echter wel dat nu niet vast is komen te staan hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud (mogelijk) nog uitstaan, [A] door consignatie niet met zekerheid zal kunnen bewerkstelligen dat zij 100% van het uitstaande aandelenkapitaal verwerft en dat Oranjewoud en [A] zich er dus rekenschap van zullen moeten blijven geven dat er ook na consignatie, mogelijk nog andere houders van aandelen in het kapitaal van Oranjewoud zullen zijn.
2.10
[A] heeft nog aangevoerd dat zij de zaak heeft aangebracht tegen Friends’ Provident Life Office met vestigingsadressen in York en in Surrey en zonder bekend vestigingsadres (gedaagden sub 3, 4 en 13), terwijl in het aandeelhoudersregister slechts één partij met die naam is opgenomen. Omdat niet bekend is welke van deze drie gedaagden in het aandeelhoudersregister is vermeld, komt het [A] “voor dat de Ondernemingskamer zich ten opzichte van (tenminste) twee van de genoemde gedaagden niet-ontvankelijk zal moeten verklaren. Omdat niet bekend is welke partij het [Friends’ Provident Life Office] is dat in het aandeelhoudersregister staat vermeld, komt het [ [A] ] voor dat die niet-ontvankelijk verklaring betrekking moet hebben op de gedaagden 3 en 4 (…)”. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding een niet-ontvankelijkheid uit te spreken met betrekking tot Friends’ Provident Life Office.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 67.513, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van dinsdag 12 juli 2022 voor de indiening van het deskundigenbericht;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, drs. J.S.T. Tiemstra RA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 12 april 2022.
Uitspraak 21‑12‑2021
Inhoudsindicatie
OK; uitkoop 2:92a BW; tussenarrest
Partij(en)
arrest
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.442/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 21 december 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
EISERES,
advocaat: mr. B. Verkerk, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
ORANJEWOUD N.V.,
gevestigd te Gouda,
GEDAAGDE,
advocaten: mr. M.E.C. Lok en A.H.M. Noordam, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
2. De rechtspersoon naar buitenlands recht
LEGAL AND GENERAL ASSURANCE SOCIETY LTD.,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
3. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te York, Verenigd Koninkrijk,
4. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
gevestigd te Surrey, Verenigd Koninkrijk,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te gemeente [....] ,
7. [D],
wonende te [....] ,
8. [E],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
9. [F],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
10. [G],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
11. [H],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
12. DE GEZAMENLIJKE, NIET BIJ NAAM BEKENDE HOUDERS VAN AANDELEN IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP ORANJEWOUD N.V., GEVESTIGD TE GOUDA,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
13. De rechtspersoon naar buitenlands recht
FRIENDS’ PROVIDENT LIFE OFFICE,
zonder bekend vestigingsadres in of buiten Nederland,
GEDAAGDEN,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
Eiseres (hierna: [A] ) heeft bij exploten van 2 en 4 juni 2021 en van 23 juli 2021 gedaagden gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 7 september 2021 en – kort weergegeven – gevorderd om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
a. gedaagden te veroordelen het onbezwaarde recht op de door hen gehouden aandelen in het kapitaal van Oranjewoud N.V. (hierna: Oranjewoud) over te dragen aan [A] ;
b. de prijs per 1 juni 2021, althans op een door de Ondernemingskamer in goede justitie vast te stellen peildatum, te bepalen op € 6,10 per aandeel, althans op een door de Ondernemingskamer in goede justitie te bepalen bedrag;
c. te bepalen dat, zolang en voor zover de prijs als voormeld onder b. niet is betaald, deze wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf de vastgestelde (peil)datum tot de datum van onbezwaarde overdracht van de aandelen dan wel de dag van consignatie van de prijs;
d. te bepalen dat uitkeringen die in het hiervoor onder c. bedoelde tijdvak op de aandelen betaalbaar worden gesteld strekken tot gedeeltelijke betaling van de prijs op de dag van betaalbaarstelling;
e. [A] te veroordelen de vastgestelde prijs voor de aandelen, met rente als voormeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren, tegen levering van het onbezwaarde recht op deze aandelen;
f. gedaagden, voor zover zij in rechte verschijnen en verweer voeren, te veroordelen in de kosten van het geding.
1.2
Tegen gedaagden sub 2 tot en met 13 is op de rol van 7 september 2021 verstek verleend.
1.3
Oranjewoud heeft zich bij conclusie van antwoord van 12 oktober 2021 gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
1.4
[A] heeft op de rol van 12 oktober 2021 de stukken van het geding overgelegd en arrest gevraagd.
2. De feiten
2.1
Oranjewoud, de topholding van Strukton Groep en Antea Group, is een onderneming waarin nationaal en internationaal opererende bedrijven zijn ondergebracht. De tot Oranjewoud behorende ondernemingen verrichten activiteiten op het gebied van civiele infrastructuur, railsystemen, techniek en gebouwen, milieu, ruimtelijke ordening, water en recreatie.
2.2
[A] is op 22 juli 1988 opgericht. Enig aandeelhouder van [A] is Stichting Administratiekantoor [A] en enig bestuurder is [I] .
2.3
Oranjewoud, destijds Multihouse N.V. genaamd, is op 28 juli 1986 opgericht. Bij statutenwijziging van 17 oktober 2001 is de naam Multihouse N.V. gewijzigd in Centric KSI Holding N.V. Bij statutenwijziging van 30 mei 2006 heeft de vennootschap haar huidige naam gekregen. In het hiernavolgende wordt de vennootschap telkens met Oranjewoud aangeduid.
2.4
Bij oprichting luidden de aandelen in het kapitaal van Oranjewoud op naam of aan toonder. Bij de statutenwijziging van 17 oktober 2001 zijn alle toonderaandelen omgezet in aandelen op naam. In de overgangsbepalingen van die gewijzigde statuten is opgenomen dat houders van aandelen aan toonder deze op naam kunnen doen stellen tegen inlevering van de desbetreffende aandeelbewijzen en dat de aan een aandeel aan toonder verbonden rechten niet kunnen worden uitgeoefend tot na inlevering van het aandeelbewijs aan de vennootschap.
2.5
Bij de statutenwijziging van 30 mei 2006 is het maatschappelijk kapitaal van Oranjewoud gewijzigd in 50 miljoen aandelen A met een nominale waarde van € 0,10 per aandeel en 50 miljoen converteerbare aandelen B met eveneens een nominale waarde van € 0,10 per aandeel. Alle 20.671.731 op dat moment uitstaande aandelen zijn daarbij omgezet in aandelen A. In artikel 4.3 van die gewijzigde statuten is opgenomen dat ieder aandeel B converteerbaar is in één aandeel A. De aandelen A zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam.
2.6
Eveneens op 30 mei 2006 heeft [A] 19.014.687 aandelen A verkregen, die zijn geregistreerd bij het Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer B.V. (hierna: Euroclear Nederland). Op diezelfde datum heeft [A] 12.000.000 aandelen B verkregen door middel van een emissie van aandelen B.
2.7
In de periode daarna heeft [A] haar belang in Oranjewoud uitgebreid door dividenduitkeringen in aandelen, onderhandse transacties en als gevolg van emissies van aandelen.
2.8
Bij persberichten van 1 februari 2021 en 31 mei 2021 heeft Oranjewoud aangekondigd kennis te hebben genomen van het voornemen van [A] om deze uitkoopprocedure te starten.
3. De gronden van de beslissing
3.1
[A] heeft haar vordering gegrond op artikel 2:92a BW. Nu tegen gedaagden 2 tot en met 13 verstek is verleend, dient de Ondernemingskamer op grond van het bepaalde in artikel 2:92a lid 3 BW ambtshalve te onderzoeken (i) of [A] als aandeelhouder voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud verschaft en (ii) of de vordering is ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders.
3.2
[A] heeft gesteld dat op de dag van dagvaarding het geplaatste kapitaal van Oranjewoud € 6.287.286,90 bedraagt en volgens het aandeelhoudersregister is verdeeld in 29.553.066 aandelen A en 33.319.803 aandelen B, elk met een nominale waarde van € 0,10 en alle op naam en dat Oranjewoud 10 aandelen in haar eigen kapitaal houdt.
Het kapitaalbelang van [A]
3.3
[A] heeft ter ondersteuning van de stelling dat zij per datum van het uitbrengen van de dagvaarding ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud verschaft overgelegd (kopieën van):
(1) de statuten van Oranjewoud zoals deze luiden na akte van statutenwijziging van 29 oktober 2010 waaruit onder meer blijkt dat het kapitaal is verdeeld in aandelen A en aandelen B, alle met nominale waarde van het aandeel € 0,10 (artikel 4.2) en dat de aandelen op naam luiden (artikel 5.1);
(2) een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende Oranjewoud van 2 juni 2021, waarin is vermeld dat het geplaatste en gestorte kapitaal van Oranjewoud € 6.287.286,90 bedraagt;
(3) het aandeelhoudersregister van Oranjewoud, bijgewerkt tot 29 januari 2021, waaruit blijkt dat op die datum het aandelenkapitaal van Oranjewoud is verdeeld in 29.553.066 aandelen A en 33.319.803 aandelen B en dat [A] op die datum gerechtigd was tot 28.978.342 aandelen A en 33.319.803 aandelen B in het kapitaal van Oranjewoud;
(4) een verklaring van mr. R. Bosveld, notaris te Amsterdam, van 2 juni 2021 waarin hij op grond van in die verklaring weergegeven onderzoek van de hierboven genoemde documenten en op grond van:
a. een verklaring van het bestuur en de raad van commissarissen van Oranjewoud van 1 juni 2021 waarin zij verklaren dat het aandeelhoudersregister is bijgewerkt tot 29 januari 2021, dat zij niet bekend zijn met feiten of omstandigheden die tussen die datum en 1 juni 2021 zijn voorgevallen die een verdere actualisering van het aandeelhoudersregister vereisen, dat het aandeelhoudersregister met inachtneming van hetgeen hierna in 3.4 wordt opgemerkt juist is, en dat [A] op 1 juni 2021 houder was van 28.978.342 aandelen A en 33.319.803 aandelen B in het kapitaal van Oranjewoud, welke aandelen afgerond 99,09% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud vertegenwoordigen;
b. een schriftelijke verklaring van ABN Amro Bank N.V. van 31 mei 2021;
c. een schriftelijke verklaring van R. van Vlerken, Head of Listing of Euronext Amsterdam, waarin wordt verklaard dat op 31 mei 2021 29.553.066 aandelen zijn genoteerd aan Euronext N.V. te Amsterdam,
onder meer verklaart dat op 1 juni 2021 [A] gerechtigd is tot 62.298.145 aandelen in het kapitaal van Oranjewoud, vertegenwoordigend ongeveer 99,09%, althans 99,00% van de geplaatste en gestorte aandelen in het kapitaal van Oranjewoud, waarbij door Oranjewoud in haar eigen kapitaal gehouden aandelen niet zijn meegerekend.
3.4
[A] heeft opgemerkt dat het mogelijk is dat het geplaatste aandelenkapitaal van Oranjewoud naast genoemde 29.553.066 aandelen A en 33.319.803 aandelen B uit nog 55.978 aandelen A bestaat. Uit de schriftelijke verklaring van R. van Vlerken (zie 3.3.4.c) volgt dat 29.553.066 aandelen A in het giraal effectenverkeer zijn opgenomen en zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam. Desondanks staan 55.978 aandelen A in het aandeelhoudersregister van Oranjewoud nog ten name van een aantal bij naam genoemde partijen geregistreerd. De situatie met betrekking tot deze aandelen is onduidelijk. Dit maakt echter geen verschil voor het antwoord op de vraag of aan het 95%-vereiste is voldaan, aldus [A] .
3.5
Op grond van de overgelegde stukken, mede in onderling verband bezien, staat naar het oordeel van de Ondernemingskamer genoegzaam vast dat [A] op de dag van dagvaarding voor eigen rekening 62.298.145 aandelen van de in totaal 62.872.869, althans 62.928.847 aandelen in het geplaatste kapitaal van Oranjewoud hield, zijnde (afgerond) 99,09%, althans 99,00% van het aandelenkapitaal van Oranjewoud. Bij de toets of [A] voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal in de vennootschap verschaft, tellen aandelen die Oranjewoud in haar eigen kapitaal houdt ingevolge het bepaalde in artikel 2:24d BW in verbinding met 2:118 lid 7 BW niet mee. Niet duidelijk is of na de statutenwijziging van 17 oktober 2001 alle aandeelbewijzen aan toonder zijn ingeleverd en alle aandelen aan toonder zijn omgezet in aandelen op naam. Indien voormalig houders van aandelen aan toonder na de statutenwijziging van 17 oktober 2001 (zie 2.4) hun aandeelbewijzen niet hebben ingeleverd dan geldt dat deze aandelen per 1 januari 2021 op de voet van artikel 2:82 lid 6 BW van rechtswege zijn overgegaan op Oranjewoud, zodat dit niet van invloed is op de beoordeling van het kapitaalbelang van [A] . Aldus verschafte [A] op de dag van dagvaarding voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud. De vordering is in zoverre deugdelijk.
Het dagvaarden van de gezamenlijke andere aandeelhouders
3.6
Wat betreft het dagvaarden van de gezamenlijke andere aandeelhouders overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Oranjewoud is als aandeelhouder bij name bekend en op de juiste wijze gedagvaard. De aandelen die niet door Oranjewoud worden gehouden worden gehouden door Euroclear Nederland. Uit het systeem van de Wet giraal effectenverkeer volgt dat niet Euroclear Nederland, maar de – niet bij name bekende – deelgenoten in het depot gerechtigd zijn tot de aandelen. Zij zijn op de juiste wijze gedagvaard. Ten aanzien van de in 3.4 genoemde 55.978 aandelen A waarover onzekerheid bestaat geldt dat [A] de in het aandeelhoudersregister vermelde personen op de juiste wijze heeft gedagvaard. Nu zowel Oranjewoud als de overige (mogelijk) minderheidsaandeelhouders op juiste wijze zijn gedagvaard is de vordering ook in zoverre deugdelijk.
3.7
Aan de door gedaagden gehouden aandelen zijn geen bijzondere statutaire rechten inzake de zeggenschap in Oranjewoud verbonden. Gesteld noch gebleken is dat een gedaagde ondanks de geboden vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht van de aandelen of dat [A] jegens (een der) gedaagde(n) afstand gedaan heeft van haar bevoegdheid de onderhavige vordering in te stellen. Een afwijzingsgrond op de voet van artikel 2:92a lid 4 BW doet zich hier dus niet voor.
3.8
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen kan de vordering van [A] worden toegewezen en resteert de vaststelling van de door [A] te betalen prijs voor de over te dragen aandelen.
Prijsbepaling
3.9
[A] vordert primair dat de Ondernemingskamer de prijs vaststelt op € 6,10 per aandeel. [A] verwijst ter onderbouwing van deze prijs uitsluitend naar een door haar overgelegde fairness letter van 1 juni 2021 opgesteld door Talanton Valuation, waarin Talanton Valuation oordeelt dat de gevorderde uitkoopprijs vanuit financieel oogpunt op die datum fair (billijk) is.
3.10
Ten behoeve van haar subsidiaire vordering, vaststelling van de prijs door de Ondernemingskamer op basis van eigen nader onderzoek, heeft [A] overgelegd de vastgestelde jaarrekeningen 2017, 2018 en 2019 van Oranjewoud, de halfjaarcijfers van Oranjewoud per 30 juni 2020, een overzicht van de koers van de aandelen A op dagen dat transacties hebben plaatsgevonden in combinatie met de handelsvolumes over de afgelopen vijf jaar, een overzicht van de onderhandse transacties waarbij [A] sinds 24 februari 2012 aandelen A heeft verkregen en de notulen van de algemene vergaderingen van Oranjewoud van de afgelopen vijf jaar.
3.11
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Op basis van enkel de fairness letter van 1 juni 2021, waaraan geen onderleggers zijn gehecht, en de zeer beknopte toelichting daarop, kan de Ondernemingskamer niet vaststellen dat een bedrag van € 6,10 een reële en redelijke vergoeding betreft voor de aandelen. De Ondernemingskamer verlangt voor die vaststelling in het geval aan de vordering geen openbaar bod is voorafgegaan in ieder geval een beredeneerde verklaring van een onafhankelijke waarderingsdeskundige over de waarde van de aandelen per een zo recent mogelijke datum. De fairness letter voldoet daaraan niet, nu daarin niet is opgenomen op welke wijze en op basis van welke gegevens de waardering van de aandelen die fair wordt bevonden tot stand is gekomen.
3.12
Ook aan de hand van de ten behoeve van de subsidiaire vordering overgelegde stukken is de Ondernemingskamer niet in staat om vast te stellen dat de waarde van een aandeel € 6,10 bedraagt. Evenmin is zij op basis van die stukken in staat zelf de prijs van de over te dragen aandelen vast te stellen. Op basis van de overgelegde jaarrekeningen 2017, 2018 en 2019 is immers niet vast te stellen wat de (huidige) waarde van de aandelen is. Hetzelfde geldt voor de halfjaarcijfers per 30 juni 2020. [A] heeft een overzicht van de koers van de aandelen A op dagen dat transacties hebben plaatsgevonden in combinatie met de handelsvolumes over de afgelopen vijf jaar overgelegd. Voor zover [A] betoogt dat voor het vaststellen van de waarde van de aandelen aansluiting moet worden gezocht bij de prijs die op de beurs voor de aandelen wordt betaald, verwerpt de Ondernemingskamer dit betoog. De recente transacties hebben tezamen slechts betrekking op een gering deel van het geplaatst kapitaal. Daarbij varieerde de beurskoers in de periode tussen 1 januari 2021 en 3 juni 2021 tussen € 5,65 en € 6,70, zodat een en ander onvoldoende houvast biedt voor de vaststelling van de prijs op het gevorderde bedrag of voor een eigen vaststelling van de prijs door de Ondernemingskamer. In 2021 heeft tot het moment van betekening van de dagvaarding in deze zaak slechts één onderhandse transactie plaatsgevonden, welke transactie eveneens betrekking had op een gering deel van het geplaatst kapitaal. [A] heeft daarbij niet toegelicht of de koper in dat geval zich in een bijzondere positie ten opzichte van haar of van Oranjewoud bevond, zodat ook dit onvoldoende houvast biedt voor de vaststelling van de prijs.
3.13
Dit brengt mee dat de Ondernemingskamer behoefte heeft aan een deskundigenbericht over de waarde van de over te dragen aandelen. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer kan met de benoeming van één deskundige worden volstaan. Het staat de te benoemen deskundige vrij om zo nodig de deskundigheid van (een) ander(en) in te roepen. De Ondernemingskamer zal de te benoemen deskundige vragen om binnen zes weken een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer zal [A] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens het onderzoeksbudget vaststellen. De Ondernemingskamer zal bepalen dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komt van [A] .
3.14
Met betrekking tot de vaststelling van de prijs overweegt de Ondernemingskamer voorts het volgende. [A] heeft gesteld dat zij niet met zekerheid kan vaststellen hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud (mogelijk) uitstaan. Zij weet niet wat de status is van de 55.978 in 3.4 genoemde aandelen. Ook is onbekend of er voormalig houders van aandelen aan toonder zijn die na de statutenwijziging van 17 oktober 2001 (zie 2.4) hun aandelen niet hebben ingeleverd en van wie de aandelen per 1 januari 2021 van rechtswege zijn overgegaan op Oranjewoud. Deze voormalig aandeelhouders kunnen zich tot 31 december 2025 bij Oranjewoud melden en hebben dan recht op een aandeel op naam in het kapitaal van Oranjewoud (artikel 2:82 lid 9 BW). Desondanks heeft de Ondernemingskamer kunnen vaststellen dat [A] op de dag van dagvaarding voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van Oranjewoud verschafte. Dat onbekend is hoeveel aandelen in het kapitaal van Oranjewoud er precies uitstaan en hoeveel aandelen daar op de voet van artikel 2:82 lid 9 BW mogelijk bijkomen, maakt echter dat de Ondernemingskamer de prijs per aandeel niet exact kan vaststellen, ook niet nadat de deskundige zijn bericht zal hebben uitgebracht. De prijs per aandeel hangt immers mede af van het aantal uitstaande aandelen. De Ondernemingskamer zal [A] in de gelegenheid stellen zich bij akte hierover uit te laten. Ook stelt de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid zich bij die akte uit te laten over de voorzieningen die zij voornemens is te treffen ter zake van het betaalbaar stellen van de prijs voor die aandelen voor het geval zich in de periode tot 31 december 2025 nog voormalig houders van aandelen aan toonder bij Oranjewoud melden of in het geval de in 3.4 genoemde mogelijk aandeelhouders zich melden. Oranjewoud zal in de gelegenheid worden gesteld op die akte te reageren.
Peildatum
3.15
Gelet op vaste jurisprudentie van de Ondernemingskamer is bij vorderingen als de onderhavige, waaraan geen openbaar bod is voorafgegaan, de peildatum bij de vaststelling van de prijs de datum van het tussenarrest waarin de Ondernemingskamer constateert dat artikel 2:92a lid 1 en 4 BW de toewijzing van de vordering niet beletten en de vordering daarom in beginsel kan worden toegewezen. De te benoemen deskundige dient derhalve de waarde van de over te dragen aandelen te bepalen per de datum van dit tussenarrest (21 december 2021) of een andere daarbij zo dicht mogelijk gelegen, voor de hand liggende, datum (zoals 31 december 2021) met inachtneming van alle daarvoor relevante feiten en omstandigheden.
Concluderend
3.16
De slotsom is dat de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over hetgeen in 3.14 is overwogen. Gelijktijdig zal de Ondernemingskamer een onderzoek door een deskundige naar de waarde van de over te dragen aandelen gelasten zoals hierna te vermelden.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van dinsdag 1 februari 2022 voor het nemen van een akte door [A] over hetgeen is overwogen in 3.14;
beveelt een onderzoek door drs. J. Bouman RC RV te Amersfoort naar de waarde van de over te dragen aandelen in het geplaatste kapitaal van Oranjewoud N.V., gevestigd te Gouda, een en ander met inachtneming van hetgeen in dit arrest is overwogen;
houdt in verband met het bepaalde in 3.13 de vaststelling van het onderzoeksbudget aan en verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van dinsdag 1 februari 2022 voor indiening van het plan van aanpak en de begroting door de deskundige;
bepaalt dat [A] voor de betaling van de kosten van het onderzoek ten genoegen van de deskundige zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van zijn werkzaamheden;
bepaalt dat de deskundige, in het kader van zijn onderzoek, partijen in de gelegenheid dient te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijke bericht van het onderzoek dient te blijken dat aan dit voorschrift is voldaan;
bepaalt dat de griffier van de Ondernemingskamer onverwijld een afschrift van dit arrest en van het procesdossier aan de deskundige zal doen toekomen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, drs. J.S.T. Tiemstra RA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 december 2021.