Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/5.7.1
5.7.1 Wettelijke restitutieverplichting voor aandeelhouders
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403515:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§ 8.33 (b): A director held liable under subsection (a) for an unlawful distribution is entitled to: (1) contribution from every other director who could be held liable under subsection (a) for the unlawful distribution; and (2) recoupment from each shareholder of the pro-rata portion of the amount of the unlawful distribution the shareholder accepted, knowing the distribution was made in violation ofsection 6.40(a) or 14.09(a). […] C.2. [C]ontribution or recoupment under subsection (b) is barred unless it is commenced within one year after the liability of the claimant has been finally adjudicated under subsection (a).
Black 2010, § 4:35.
§ 506 CCC: (a) Any shareholder who receives any distribution prohibited by this chapter with knowledge of facts indicating the impropriety thereof is liable to the corporation for the benefit of all of the creditors or shareholders entitled to institute an action under subdivision (b) for the amount so received by the shareholder with interest thereon at the legal rate on judgments until paid, but not exceeding the liabilities of the corporation owed to nonconsenting creditors at the time of the violation and the injury suffered by nonconsenting shareholders, as the case may be.
Alleen crediteuren waarvan de vordering dateert van voor de uitkering kunnen de vordering instellen. Zie § 506 (b) CCC.
Zie bijvoorbeeld § 12:93 (D) Louisiana Revised Statutes: “Every shareholder who receives any unlawful dividend or other unlawful distribution of assets shall be liable to the corporation, or to creditors of the corporation, or to both, in an amount not exceeding the amount so received by him. An action to enforce this liability must be brought within two years from the date on which the unlawful distribution was received, and this time limit shall not be subject to suspension on any ground, nor to interruption except by timely suit.” En § 302A.557 Minnisota Statutes bepaalt: “A shareholder who receives a distribution made in violation of the [dividend] provisions […] is liable to the corporation, its receiver or other person winding up its affairs, or a director […], but only to the extent that the distribution received by the shareholder exceeded the amount that properly could have been paid under [the dividend] section […].”
De bestuurder die op grond van § 8.33 RMBCA met succes wordt aangesproken vanwege een ongeoorloofde uitkering, kan regres nemen op de aandeelhouders die wisten dat de uitkering in strijd met de dividendregeling plaatsvond.1 In Delaware, New York en Californië lijkt een iets lichter subjectief criterium te worden gehanteerd:in die staten kunnen aandeelhouders tot restitutie van het dividend worden aangesproken als zij wetenschap hadden van feiten die duidden op het ongeoorloofde karakter van het dividend (“knowledge of facts indicating its illegality”).2 De RMBCA voorziet opvallend genoeg niet in een directe restitutieplicht voor aandeelhouders jegens de vennootschap. Een aantal staten heeft niettemin wél een dergelijke regeling opgenomen. Zo bepaalt bijvoorbeeld het vennootschapsrecht van Californië dat aandeelhouders die wetenschap hadden van het ongeoorloofde karakter van een uitkering, aansprakelijk zijn jegens de vennootschap voor het door hen ontvangen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente.3 Bijzonder is dat de restitutievordering (namens de vennootschap) kan worden ingesteld door benadeelde crediteuren of aandeelhouders.4 Californië is daarnaast één van de weinige staten die in de dividendregeling uitdrukkelijk heeft opgenomen dat naast de vennootschapsrechtelijke bepalingen, fraudulent transfer law van toepassing is op uitkeringen aan aandeelhouders (zie daarover hoofdstuk 6). Daarmee brengt de wetgever tot uitdrukking dat bij de beoordeling van vermogensonttrekkingen verder moet worden gekeken dan louter de vennootschapsrechtelijke dividendregels.
Een klein aantal staten voorziet in een restitutieplicht voor aandeelhouders die te goeder trouw – dat wil zeggen: zonder enige vorm van wetenschap over het ongeoorloofde karakter van de uitkering – een ongeoorloofde dividenduitkering hebben ontvangen.5 Onder dergelijke regelingen kunnen aandeelhouders doorgaans tot twee jaar na de uitkering gehouden worden het te veel ontvangen bedrag te restitueren.