RAR 2019/15
Ontslag en WW. Dient bij de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid een onderscheid te worden gemaakt tussen de objectief dringende reden en de subjectief dringende reden?
CRvB 07-11-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3469
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
7 november 2018
- Magistraten
Mrs. C.C.W. Lange, H.G. Rottier, G.A.J. van den Hurk
- Zaaknummer
17/347 WW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS289855:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:3469, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 07‑11‑2018
- Wetingang
Art. 24 lid 2 aanhef en onder a WW; art. 7:678 BW
Essentie
Ontslag en WW. Dringende Reden. Ontslag op staande voet.
Dient bij de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid in de zin van art. 24 WW een onderscheid te worden gemaakt tussen de objectief dringende reden en de subjectief dringende reden, waarmee wordt gedoeld op de voortvarendheid waarmee de werkgever bij de beëindiging van het dienstverband heeft gehandeld?
Samenvatting
Betrokkene was in dienst bij werkgever, een onderwijsinstelling. Op 31 maart 2015 heeft betrokkene aan werkgever meegedeeld dat de politie bij hem thuis een inval had gedaan, dat hij kinderpornografisch materiaal had gedownload op zijn thuiscomputer en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.