RSV 2024/108
Recht op WW – Fictieve opzegtermijn – Artikel 19, vierde lid, WW niet van toepassing indien tussentijds opzegbeding eerst is opgenomen in de vaststellingsovereenkomst
CRvB 18-04-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:791
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
18 april 2024
- Magistraten
Mrs. A.I. van der Kris, M.L. Noort, L.A. Kjellevold
- Zaaknummer
23/360 WW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid werkloosheid / Verplichtingen en sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2024:791, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 18‑04‑2024
- Wetingang
Art. 19 lid 4 WW
Essentie
Recht op WW – Fictieve opzegtermijn – Artikel 19, vierde lid, WW niet van toepassing indien tussentijds opzegbeding eerst is opgenomen in de vaststellingsovereenkomst
Samenvatting
Betrokkene had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die liep van 9 september 2021 tot en met 8 april 2022. Betrokkene is op 30 november 2021 met zijn werkgeefster een vaststellingsovereenkomst overeengekomen waarin het dienstverband per 1 januari 2022 (dus voortijdig) is beëindigd. UWV heeft geweigerd om aan betrokkene een WW-uitkering toe te kennen per 1 januari 2022 omdat betrokkene een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had die liep tot en met 8 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.