Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.5:2.5 Samenvatting
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.5
2.5 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS352194:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechter heeft als primaire taak de wet toe te passen. Daarbij dient de rechter zich in beginsel te houden aan de taal van de wettekst. Afwijking daarvan is slechts toegestaan indien dat noodzakelijk is. De rechter dient zich voorts te houden aan de door de wetgever vastgestelde of geïmpliceerde gedragsnormen, toetsings- en beslissingsregels. Wetten zijn echter niet steeds duidelijk en bevatten ook open termen en normen. De rechter dient deze dan uit te leggen en in te vullen, waarbij hij gebruik kan maken van verschillende interpretatie- en redeneermethoden. Er zou dan gesproken kunnen worden van ‘rechtsvormende rechtsvinding’ door de rechter. Gelet op de trias politica verdient het de voorkeur dat de rechter daarbij gebruikmaakt van de grammaticale, (wet)systematische en/of wets- en rechtshistorische interpretatie. De rechter kan echter bijvoorbeeld ook anticiperen op nieuwe regelgeving. In alle gevallen zal de rechter bij zijn uitspraak en bij de door hem gekozen terminologie in die uitspraak rekening moeten (blijven) houden met de gangbare taalkundige en institutionele betekenis van de door de wetgever gekozen terminologie en van de in de rechtspraak ontwikkelde terminologie. Hoewel de doctrine vanzelfsprekend een invloed kan hebben op de rechtspraak, kan de doctrine gelet op de trias politica strikt genomen niet als een bron voor rechtsvinding worden beschouwd.