Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/10.3.2:10.3.2 Absolute en relatieve bevoegdheid
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/10.3.2
10.3.2 Absolute en relatieve bevoegdheid
Documentgegevens:
Daniël van Gerven, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Daniël van Gerven
- JCDI
JCDI:ADS982397:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met uitzondering van statutair bestuurders van rechtspersonen – waar de bevoegde rechter de rechter in de handelskamer van de rechtbank is, zie art. 2:50a BW (vereniging), art. 2:131 BW (naamloze vennootschap), art. 2:241 BW (besloten vennootschap) en art. 2:300a BW (stichting)1 – worden procedures die verband houden met de arbeidsovereenkomst in eerste aanleg aangebracht bij de kantonrechter. Dit volgt uit art. 93 Rv in combinatie met art. 7:686a lid 9 BW, zoals ook uitvoerig beschreven in hoofdstuk 3.
Relatief bevoegd is de rechter van de woonplaats (of bij gebreke daarvan: werkelijk verblijf) van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.