NJB 2019/1932
Huwelijkse voorwaarden. Afwikkeling na echtscheiding. Hoge Raad: In het licht van de stellingen van de man zijn de oordelen van het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Voorts zijn deze oordelen zonder nadere motivering niet te verenigen met de uitleg die het hof heeft gegeven aan de huwelijkse voorwaarden
HR 30-08-2019, ECLI:NL:HR:2019:1292
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 augustus 2019
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
18/01099
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1292, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑08‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:498, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑05‑2019
- Wetingang
(art. 79 RO)
Essentie
Huwelijkse voorwaarden. Afwikkeling na echtscheiding. Hoge Raad: In het licht van de stellingen van de man zijn de oordelen van het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Voorts zijn deze oordelen zonder nadere motivering niet te verenigen met de uitleg die het hof heeft gegeven aan de huwelijkse voorwaarden
Partij(en)
De vrouw, adv. mr. A.H.M. van den Steenhoven, vs. de man, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Partijen zijn op 25 april 1996 met elkaar gehuwd. Vooraf zijn zij huwelijkse voorwaarden aangegaan met een periodiek verrekenbeding. In juni 1996 zijn partijen een zogeheten ‘potovereenkomst’ aangegaan, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.