Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/7.2.4
7.2.4 Wat wordt verstaan onder woonplaats?
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413188:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Strikwerda, De Overeenkomst, p. 14.
Art. 59 EEX-V° bepaalt in vergelijkbare bewoordingen en materieel hetzelfde (tussen haken en niet cursief heb ik de afwijkingen in het Verdrag geplaatst):'Om vast te stellen of een partij woonplaats heeft op het grondgebied van de lidstaat [verdragsluitende Staat], bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is, past de rechter zijn intern recht [interne wet] toe.Indien een partij geen woonplaats heeft in de lidstaat [Staat], bij een van welks gerechten een zaak aanhangig is, past het gerecht voor de [de rechter ter] vaststelling of zij een woonplaats heeft in een andere lidstaat [verdragsluitende Staat], het recht [de wet] van die lidstaat [Staat] toe.'.
Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 567; Hof Amsterdam 14 april 2005, NIPR 2005, 262.
Hof Amsterdam 14 april 2005, NIPR 2005, 262.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 294 (augustus 2004), p. A-a-869; Ras, TvP 1975, p. 860 die ingaat op art. 36 GW dat derogeert aan de algemene bepalingen over woonplaats in het Belgisch BW (art. 102 e.v.). Art. 4 lid 1 WIPR heeft dezelfde inhoud als art. 36 GW, maar geldt alleen voor toepassing van de WIPR, zie Boularbah e.a. (red), Le nouveau droit international privé belge, JT 2005, p. 173-203, par. 25 en de aanhef van deze bepaling; vgl. over art. 4 lid 1 WIPR Erauw in Erauw (red), WIPR Becommentarieerd, p. 21.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/15; Ras, TvP 1975, p. 860; Kropholler, EZPR, p. 493.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 18; Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 567.
Laenens, TvP 1982, p. 241; Rapport Jenard, p. C 59/18; Ras TvP 1975, p. 862; Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 30; Kropholler, EZPR, p. 493; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 294 (augustus 2004), p. A-a-864-868 die verwijst naar de art. 1:10 tot en met 1:12 BW; Schlosser, EZPR, p. 320.
Laenens, TvP 1982, p. 242.
Op de vraag of de verzekeringnemer een beroep toekomt op EEX-V°, EEX of EVEX ga ik hierna in onder par. 7.5 betreffende samenloop tussen EEX-V°, EEX en EVEX.
HvJ EG 9 december 1987, zaak 218/96; Schotte/Rothschild, Jur. 1987, p. 4905, NJ 1989, 750; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-73.
In de EEX-V° en het Verdrag komt het woord 'woonplaats' voor in vele bepalingen. Ik verwijs onder meer naar de art. 2, 3, 4, 5, 6, 9, 15 en 19 EEX-V° en 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 14 Verdrag. De woonplaats is voor forumkeuze een belangrijk begrip, omdat de woonplaats het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag mede bepaalt.1 EEX-V°Nerdrag kent in art. 52 Verdrag2 niettemin geen autonome definitie van woonplaats, maar slechts een verwijzingsregel.
Voor het begrip 'woonplaats' in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag moet dus worden teruggegrepen op art. 59 EEX-V°/52 Verdrag.3 Door de verwijzing in het laatste artikel worden de nationale verwijzingsregels geïntegreerd in EEX-V°Nerdrag. Op grond van art. 59 EEX-V°/52 Verdrag kan het derhalve voorkomen dat aan de hand van Nederlands recht de woonplaats moet worden bepaald. De woonplaats van fysieke personen wordt geregeld in Boek 1 BW. De Nederlandse en vreemde rechter bepalen op basis van de art. 1:10 tot en met 1:15 BW of een persoon in Nederland woonplaats heeft.4 Naar Belgisch recht zal de rechter van de EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten aan de hand van art. 36 GW moeten nagaan of sprake is van een woonplaats in die staten.5
Door gebruik van het woord 'woonplaats' sluiten EEX-V°Nerdrag de 'gewone verblijfplaats' uit.6 De gewone verblijfplaats komt ook niet naast de woonplaats in aanmerking, met uitzondering van met name genoemde gevallen (bijv. art. 5 sub 2, 13 sub 3 c.q. 12 sub 3, 17 sub 3 c.q. 15 sub 3 EEX-V°Nerdrag). Het is daarentegen denkbaar dat een persoon nergens ter wereld woonplaats heeft, maar wel een gewone verblijfplaats. In dat geval mag naar Nederlands recht (art. 1:10 lid 2 BW) de werkelijke verblijfplaats als woonplaats (in de zin van EEX-V°Nerdrag) worden beschouwd.
Is de partij een rechtspersoon dan is de plaats van vestiging beslissend (art. 60 EEX-V°/53 Verdrag).7 Art. 60 EEX-V° kent echter een ander regime dan art. 53 Verdrag. Art. 60 EEX-V° definieert autonoom de plaats van vestiging van een rechtspersoon. Het begrip plaats van vestiging is in art. 53 Verdrag daarentegen niet autonoom. Art. 53 Verdrag verwijst naar het internationaal privaatrecht van het forum.
In verband met het vaststellen van de 'woonplaats' volgen nog twee bijzondere problemen in verband met het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag:
Is een gekozen woonplaats een 'woonplaats' in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag?
Zijn nevenwoonplaatsen (bijv. een filiaal) mede als woonplaats in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag te beschouwen?
Ad (i): De gekozen woonplaats
Algemeen wordt aangenomen dat de gekozen woonplaats geen woonplaats is in de zin van Verdrag, aangezien dat zou leiden tot een fictieve woonplaats.8 Voor de EEX-V° is dat voor rechtspersonen en vennootschappen uitgesloten gelet op de limitatieve omschrijving in art. 60 EEX-V° van de mogelijke woonplaatsen van rechtspersonen en vennootschappen. De gekozen woonplaats is daar niet vermeld. Daardoor geldt ook voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag dat een gekozen woonplaats geen relevante woonplaats van de natuurlijke, rechtspersoon of vennootschap is.
Ad (a.): De nevenvestigingen en filialen
Hoe zit het met nevenvestigingen en filialen? Voor geschillen voortvloeien uit 'verzekeringsovereenkomsten' (art. 9 lid 2 EEX-V°/8 lid 2 Verdrag), 'consumentenovereenkomsten' (art. 15 lid 2 EEX-V°/13 lid 2 Verdrag) en 'individuele arbeidsovereenkomsten' (art. 18 lid 2 EEX-V°; geen overeenstemmende bepaling in het Verdrag) is een bijzondere regel opgenomen. De verzekeraar, wederpartij van de consument en de werkgever (lees: de sterke partijen) worden geacht in een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat woonplaats te hebben, indien zij aldaar een filiaal, agentschap of enige andere vestiging hebben en het geschil betrekking heeft op de exploitatie daarvan. Het gaat hier derhalve om een uitbreiding van het woonplaatsbegrip in EEX-V°/ Verdrag9 voor deze categorieën bijzondere overeenkomsten. Voor een forumkeuze in verzekeringsovereenkomsten, overeenkomsten met consumenten en arbeidsovereenkomsten geldt de (neven)woonplaats van de art. 9 lid 2/8 lid 2, 15 lid 2/13lid 2 resp. 18 lid 2 EEX-V°Nerdrag als woonplaats in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Een verzekeringnemer met woonplaats in Turkije kan derhalve een beroep doen op art. 23 EEX-V°/17 Verdrag betreffende een forumkeuze voor de rechter te Londen in een geschil met een Amerikaanse verzekeraar, mits de laatste een filiaal, agentschap of andere vestiging in een EEX-V°Nerdrag staat heeft (vgl. art. 17 EEX-V°/15 sub 2 Verdrag).10
Het gevolg van de uitbreiding van het woonplaatsbegrip is dat een forumkeuze in deze categorieën eerder zal moeten worden getoetst aan de regeling in EEX-V°/ Verdrag. Voor andere soorten overeenkomsten geldt (a contrario) dat een filiaal, agentschap of nevenvestiging geen woonplaats is in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.11Dat volgt voor rechtspersonen daarenboven uit art. 60 EEX-V°/53 Verdrag waar de plaats van vestiging als woonplaats geldt voor toepassing van EEX-V°/ Verdrag.12 Het afleiden van een woonplaats voor de toepassing van art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag uit de aanwezigheid van een filiaal, agentschap of medevestiging zou ook in strijd zijn met de bepaling in art. 5 sub 5 EEX-V°Nerdrag.