FED 2026/60
Verdeling immateriële schadevergoeding.
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:590, m.nt. mr. M.H.W.N. Lammers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/04636
- Noot
mr. M.H.W.N. Lammers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD108947:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:590, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑04‑2026
- Wetingang
Art. 8:72 Awb
Essentie
Verdeling immateriële schadevergoeding.
Samenvatting
Het gerechtshof heeft aan belanghebbende een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof heeft bepaald dat de overschrijding moet worden toegerekend aan de inspecteur en dat die de schadevergoeding dient te betalen aan de belanghebbende. Echter uit de feiten volgt dat de overschrijding van de redelijke termijn is te wijten aan de behandelduur van het beroep door de rechtbank. De Hoge Raad oordeelt dan ook dat op basis van de feiten de Staat moet worden veroordeeld tot betaling van de immateriële schadevergoeding. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.