NJ 1936/424
Bouwvergunning, verleend door B. en W. van Teteringen, door B. en W. van Breda niet erkend na annexatie van het betrokken gebied. Verval der vergunning, volgens de Teteringsche verordening, indien niet binnen 6 maanden met bouwen is begonnen. Vordering tot schadevergoeding door den bouwer ingesteld tegen de gemeente Breda.
HR 07-11-1935, ECLI:NL:HR:1935:4, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 november 1935
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Polak, de Menthon Bake, Nypels, Servatius
- Zaaknummer
[07111935/NJ_1936-424]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- JCDI
JCDI:ADS153639:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1935:4, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑11‑1935
- Wetingang
(BW art. 1401; Woningwet (oud) art. 6 (5 (oud)).)
Essentie
Bouwvergunning, verleend door B. en W. van Teteringen, door B. en W. van Breda niet erkend na annexatie van het betrokken gebied. Verval der vergunning, volgens de Teteringsche verordening, indien niet binnen 6 maanden met bouwen is begonnen. Vordering tot schadevergoeding door den bouwer ingesteld tegen de gemeente Breda.
Samenvatting
De bouwvergunning is verleend ter uitvoering, niet van een gemeenteverordening, maar van art. 5 (oud) der Woningwet. Volgens het systeem dezer wet kan deze vergunning, eenmaal gegeven — behoudens in geval van niet-nakoming van bij de vergunning verleende voorwaarden — niet worden teruggenomen. Door gebiedsovergang kan die vergunning ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.