AB 2023/199
Vaststellen bestemmingsplan. Nuancering relativiteitsvereiste in verband met VIN-arrest. Procedurele normen over het recht op inspraak hebben voortaan zelfstandige betekenis bij de toepassing van het relativiteitsvereiste.
ABRvS 15-02-2023, ECLI:NL:RVS:2023:606, m.nt. A.G.A. Nijmeijer & H.D. Tolsma
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
15 februari 2023
- Magistraten
Mrs. R. Uylenburg, J.E.M. Polak, J. Hoekstra
- Zaaknummer
202101013/1/R2
- Noot
A.G.A. Nijmeijer & H.D. Tolsma
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS708980:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2023:606, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 15‑02‑2023
- Wetingang
Art. 3.1 Wro; art. 8:69a Awb
Essentie
Vaststellen bestemmingsplan. Nuancering relativiteitsvereiste in verband met VIN-arrest. Procedurele normen over het recht op inspraak hebben voortaan zelfstandige betekenis bij de toepassing van het relativiteitsvereiste.
Samenvatting
In 8.1 van de overzichtsuitspraak over het relativiteitsvereiste van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706 heeft de Afdeling als volgt overwogen:
"Voor de inroepbaarheid van schending van een procedurele norm of de schending van een formeel beginsel van behoorlijk bestuur is het beschermingsbereik van de onderliggende materiële norm bepalend. De schending van procedurele normen of formele beginselen van behoorlijk bestuur kan bij de toepassing van artikel 8:69a van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.