Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.2.0:6.2.0 Introductie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.2.0
6.2.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS303407:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
210.
Wanneer de activiteit van de rechter met betrekking tot de aanvang van een procedure of met betrekking tot de vordering in beschouwing wordt genomen, komen eventuele bezwaren vooral voort uit artikel 6 EVRM. Als het meer of anders toewijzen dan gevorderd dan wel het ambtshalve bepalen van de inzet van een procedure niet is toegestaan, komt de vraag op of de rechter wel een andere vorm van activiteit in de aanvangsfase ten toon kan spreiden en welke vorm dat dan precies is. Denkbaar is bijvoorbeeld dat de consument-eiser een vordering instelt die niet kan worden toegewezen, maar dat toewijzing ervan (wellicht) mogelijk is wanneer deze wordt aangepast. Kan de rechter een suggestie tot aanpassing van de vordering ambtshalve opwerpen? En wat heeft bijvoorbeeld te gelden als de vordering op zich wel voor toewijzing in aanmerking komt, maar dat iedere vorm van feitelijke grondslag ontbreekt?