RAV 2023/86
Onrechtmatige overheidsdaad. Is een bij ministeriële regeling opgelegde verzwaring van de huisregels van een PI, waardoor een gedetineerde zeer beperkt telefonisch contact mag hebben met de buitenwereld, in strijd met art. 8 EVRM? Is de burgerlijke rechter bevoegd kennis te nemen van de vorderingen?
Rb. Den Haag 21-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10483
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
21 juli 2023
- Magistraten
Mr. D.R. Glass
- Zaaknummer
C/09/648558 / KG ZA 23-461
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS856624:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Penitentiair recht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Penitentiair recht / Rechtspositie gedetineerde
Penitentiair recht / TBS-inrichtingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2023:10483, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 21‑07‑2023
- Wetingang
Art. 8 EVRM; art. 6:162 BW; art. 38, 39 Penitentiaire beginselenwet
Essentie
Onrechtmatige overheidsdaad. Family life. Ontvankelijkheid.
Levert de strenge huisregel die door de minister aan de directeur van een PI is gedicteerd schending van het recht op family life op jegens een gedetineerde en/of zijn vrouw kinderen? Is er een andere rechtsgang met voldoende waarborgen omkleed voorhanden voor het verzoek van de gedetineerde?
Samenvatting
Een man is veroordeeld tot 19 jaar en 10 maanden celstraf voor afpersing en het medeplegen van uitlokking van vijftien aanslagen, waaronder aanslagen die zijn gepleegd terwijl hij gedetineerd zat. Kort na zijn veroordeling heeft de Minister voor Rechtsbescherming via een wijziging van een ministeriële ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.