Vgl. HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8952, NJ 2012/208 m.nt. Schalken.
HR, 30-06-2020, nr. 19/01084
ECLI:NL:HR:2020:1166
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30-06-2020
- Zaaknummer
19/01084
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2020:1166, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑06‑2020; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:663
ECLI:NL:PHR:2020:663, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑05‑2020
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1166
Uitspraak 30‑06‑2020
Inhoudsindicatie
Beklag, klaagschrift a.b.i. art. 164.8 WVW 1994 tegen invordering en inhouding rijbewijs. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Rb heeft bij beschikking van 18-12-2018 klaagschrift van klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat rijbewijs op 5-6-2019 is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij cassatieberoep tegen beschikking van Rb zodat hij daarin n-o moet worden verklaard. Klager n-o.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01084 B
Datum 30 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2018, nummer RK 18/8325, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De raadsman van de klager heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door de advocaat‑generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat het rijbewijs op 5 juni 2019 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.
Conclusie 12‑05‑2020
Inhoudsindicatie
Beklag, klaagschrift a.b.i. art. 164.8 WVW 1994 tegen invordering en inhouding rijbewijs. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Rb heeft bij beschikking van 18-12-2018 klaagschrift van klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat rijbewijs op 5-6-2019 is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij cassatieberoep tegen beschikking van Rb zodat hij daarin n-o moet worden verklaard. Klager n-o.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/01084 B
Zitting 12 mei 2020
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klager.
1. De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van klager ex artikel 164 lid 8 Sv, strekkende tot teruggave van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs, ongegrond verklaard.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. De bestreden beschikking houdt, voor zover relevant, het volgende in:
“Op 10 december 2018 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs uiterlijk - 6 (zes) maanden - tot 6 juni 2019 wordt ingehouden.”
4. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat het rijbewijs op 5 juni 2019 aan klager is teruggegeven en dat aldus het beslag op grond van artikel 134 lid 2 onder a Sv is geëindigd, heeft klager geen belang bij het cassatieberoep.1.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 12‑05‑2020