Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/7.2.4
7.2.4 Publicatieverplichtingen vergroten de vertrouwenscomponent in de "principal-agent" relatie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577854:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Eisenberg (1999b), p. 835, spreekt in dit verband over een voorwaarde voor het efficiënt functioneren van vennootschappen: '[t]he corporate system operates most efficiently where corporate actors act loyally — that is, deal fairly and in a trustworthy manner — and are perceived to do so'. Hierover § 3 van hoofdstuk 17.
De belangrijke reden voor het ontbreken van deze aandacht is, zoals Hart (2001), op p. 1703 schrijft, dat 'economists do not have a very good way to formalize trust.'
In deze zin: Kerkmeester/Holzhauer (2000), p. 18-19.
In deze zin ook Cools (2005), p. 102-106.
Als derde en laatste deeldoelstelling van de publicatieverplichtingen met als oogmerk het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen, onderscheid ik het vergroten van de vertrouwenscomponent in de "principal-agent"relatie.1 De aanwezigheid van "vertrouwen" heeft op relatief weinig aandacht in de (rechts)economische literatuur mogen rekenen.2 Het speelt echter een belangrijke rol bij het beperken van transactiekosten.3 Zoals in hoofdstuk 6 van deze studie is beschreven, kan het opleggen van publicatieverplichtingen leiden tot een toename van het vertrouwen van investeerders dát, voor hen relevante, informatie door (leidinggevenden van) beursvennootschappen zal worden gepubliceerd. Dit door de publicatieverplichtingen vergrote vertrouwen kan tot op zekere hoogte als substituut fungeren voor (verdergaande) "monitoring" door investeerders.4 Hierdoor kan vergroting van vertrouwen, op indirecte wijze, aan verlaging van de "agency-kosten" bijdragen.