Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.9.2:9.9.2 Aanbevelingen heffingswetten
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.9.2
9.9.2 Aanbevelingen heffingswetten
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633823:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het in de heffingswetten niet om significante verschillen in fiscale behandeling gaat, maar om details, denk ik dat mijn aanbevelingen voor de heffingswetten zullen bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van de betreffende wetten. Het gaat om aanbevelingen voor de volgende belastinggebieden: inkomstenbelasting, schenk- en erfbelasting, ozb en energiebelasting.
Bij aftrek van giften aan natuurlijke personen die met een anbi vereenzelvigd kunnen worden, raad ik aan om voor de inkomstenbelasting dezelfde vereenzelvigingstoets toe te passen als die nu bestaat voor de schenk- en erfbelasting. Dit betekent dat giften aan een natuurlijke persoon die deze giften aanwendt voor een anbi waarmee de verkrijgende natuurlijke persoon kan worden vereenzelvigd, op een bij de Belastingdienst in te dienen verzoek in de inkomstenbelasting in aanmerking komen voor de giftenaftrek en in de schenk- en erfbelasting voor de anbi-vrijstelling.
Hoewel ik bij de vrijstelling schenk- en erfbelasting voor bijdragen aan met een anbi te vereenzelvigen natuurlijke personen geen ongelijke behandeling tussen rsli’s en andere anbi’s of tussen rsli’s onderling heb geconstateerd, zou het goed zijn als dit explicieter zou blijken uit de voorbeelden die de staatssecretaris geeft in het goedkeuringsbesluit. Die voorbeelden zijn nu namelijk beperkt tot bijdragen aan natuurlijke personen van religieuze anbi’s.
De eredienstuitzondering in de ozb zou onder soortgelijke voorwaarden moeten worden uitgebreid naar onroerende zaken in hoofdzaak bestemd voor openbare activiteiten van andere anbi’s. In de voorloper van de ozb bestond een dergelijke uitzondering voor andere anbi’s wel. Een andere optie om de ongelijkheid in fiscale behandeling tussen gebouwen in hoofdzaak bestemd voor rsl-activiteiten en die voor activiteiten van overige anbi’s weg te nemen, is de eredienstuitzondering voor gebouwen in gebruik bij rsli’s af te schaffen. Het is aan de politiek om hierin een keuze te maken.
De extra wettelijke voorwaarde die de teruggaafregeling in de energiebelasting voor overige anbi’s stelt, zou geschrapt moeten worden. Overige anbi’s hoeven dan evenmin als rsli’s te voldoen aan de voorwaarde dat ze voor de toepassing van de teruggaafregeling niet aan vennootschapsbelasting mogen zijn onderworpen of daarvan moeten zijn vrijgesteld. Het alternatief is om deze voorwaarde ook voor rsli’s toe te passen. Ik laat de keuze tussen deze opties aan de politiek over.