Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/3.4.3.4:3.4.3.4 Het toewijzen van emissierechten, bijzondere reserve
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/3.4.3.4
3.4.3.4 Het toewijzen van emissierechten, bijzondere reserve
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604563:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 16.39o Wm.
De verwijzing in artikel 16.23 lid 1 Wm naar artikel 10 Richtlijn ETS heeft verder geen invloed op de veiling als bedoeld in artikel 16.39q Wm. Immers, artikel 10 Richtlijn ETS is alleen van toepassing op installaties en dus niet op vliegtuigexploitanten
Artikel 31 Rhe.
Artikel 16.39m Wm heeft echter geen betrekking op de bijzondere reserve. Aangezien de maatregelen van de Commissie ook niet van toepassing zullen zijn op hetgeen in artikel 16.39m Wm is geregeld, heeft dit verder geen gevolgen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor vliegtuigexploitanten die pas na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn overlegd als bedoeld in artikel 16.39j lid 2 Wm een luchtvaartactiviteit aanvangen, geldt dat ze in aanmerking komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve. Daarnaast komt een vliegtuigexploitant, wanneer de tonkilometers met meer dan 18% zijn gestegen tussen het referentiejaar voor en het tweede jaar van de handelsperiode, eveneens voor een extra toewijzing in aanmerking. Betreft het echter een geheel of gedeeltelijke voortzetting van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit, dan komt de ‘nieuwe’, resp. uitgebreide luchtvaartactiviteit niet voor een kosteloze toewijzing in aanmerking.1 Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een geheel of gedeeltelijke voortzetting van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit, wordt tevens rekening gehouden met luchtvaartactiviteiten van vliegtuigexploitanten ten aanzien waarvan Nederland niet de administrerende lidstaat is.
Het een en ander met betrekking tot de toewijzing is geregeld in de artikelen 16.39n-16.39p Wm en bevatten een inhoudelijk gelijke regeling als artikel 3 septies Richtlijn. De procedure verloopt als volgt.
Een vliegtuigexploitant die voor een toewijzing in aanmerking komt, kan hiervoor een aanvraag indienen bij het bestuur van de NEa.2 Deze aanvraag moet uiterlijk op 30 juni van het derde jaar van de betrokken handelsperiode worden ingediend.3 De eisen die aan de aanvraag worden gesteld zijn in artikel 16.39n lid 2 Wm jo artikel 16.39k lid 2, tweede en derde volzin, lid 3, lid 4, lid 7 Wm jo afdeling 2.2 Rhe vastgesteld. Hierin wordt onder meer vereist dat er tonkilometergegevens worden aangeleverd over het tweede jaar van de betreffende handelsperiode en gegevens waaruit blijkt dat aan de criteria voor toewijzing wordt voldaan. Waar de aanvraag betrekking heeft op een toewijzing in verband met een groei van de luchtvaartactiviteiten met meer dan 18%, dienen er gegevens te worden aangeleverd over zowel de procentuele als de absolute toename van de luchtvaartactiviteiten van de vliegtuigexploitant.
De aanvragen die voldoen aan de bij artikel 16.39n Wm gestelde eisen dienen door het bestuur van de NEa te worden doorgezonden aan de Commissie. Deze toezending dient plaats te vinden voor 1 januari van het vierde jaar van de betreffende handelsperiode.4
Vervolgens neemt de Commissie een besluit overeenkomstig artikel 3 septies lid 5 Richtlijn ETS. Binnen drie maanden na vaststelling van dit besluit berekent het bestuur van de NEa per vliegtuigexploitant wiens aanvraag overeenkomstig artikel 16.39o Wm aan de Commissie was overlegd, het totaal aantal toe te wijzen emissierechten uit de bijzondere reserve voor de handelsperiode en per jaar.5 De wijze van berekening is opgenomen in de leden 2 en 3 van artikel 16.39p Wm. Het besluit houdende de toewijzing van de emissierechten uit de bijzondere reserve wordt bekend gemaakt binnen dezelfde drie maanden termijn die staat voor de berekening van de toe te wijzen emissierechten. Van het besluit moet tevens mededeling worden gedaan door plaatsing in de Staatscourant.6
Emissierechten uit de bijzondere reserve die niet kosteloos worden toegewezen, moeten worden geveild. Dit volgt uit artikel 16.39q lid 1 Wm en implementeert artikel 3 septies lid 8 Richtlijn ETS. Artikel 16.39q lid 2 Wm verklaart artikel 16.23 lid 2 Wm van overeenkomstige toepassing. Door de verwijzing in artikel 16.23 lid 1 Wm naar artikel 29bis Richtlijn ETS is ook de werking van dit artikel, mocht hier in de toekomst toepassing worden gegeven, ten aanzien van vliegtuigexploitanten verzekerd.7 Verder kunnen door deze verwijzing bij ministeriële regeling tevens regels worden gesteld ter uitvoering Verordening (EU) 1031/2010 ten aanzien van vliegtuigexploitanten. De enige bepaling die in dit kader is vastgesteld is de aanwijzing van het bestuur van de NEa als veiler in de zin van artikel 22 lid 1 van de Verordening.8
Ingevolge artikel 16.39r Wm neemt het bestuur van de NEa, bij de toepassing van de artikelen 16.39m-16.39o Wm, de eisen in acht die de Commissie ten aanzien van de bijzondere reserve op grond van artikel 3 septies lid 9 Richtlijn ETS heeft vastgesteld.9 De Commissie heeft van de bevoegdheid uit artikel 3 septies lid 9 Richtlijn ETS tot op heden nog geen gebruik gemaakt.