FED 2014/48
De wetgever is ervan uitgegaan dat, wanneer het aan het bestuur redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de gemachtigde advocaat is, niet om een machtiging zal worden gevraagd
RvS 19-03-2014, ECLI:NL:RVS:2014:916, m.nt. P. van der Wal
- Instantie
Raad van State
- Datum
19 maart 2014
- Magistraten
Vlasblom
- Zaaknummer
201210017/1/A3
- Noot
P. van der Wal
- JCDI
JCDI:ADS273694:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2014:916, Uitspraak, Raad van State, 19‑03‑2014
- Wetingang
Art. 2:1 Awb
Essentie
De wetgever is ervan uitgegaan dat, wanneer het aan het bestuur redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de gemachtigde advocaat is, niet om een machtiging zal worden gevraagd
Samenvatting
De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat in art. 2:1 lid 2 Awb de bevoegdheid is neergelegd om van een gemachtigde een schriftelijke machtiging te verlangen en dat, anders dan in art. 8:24 van die wet, in art. 2:1 geen uitzondering is gemaakt voor advocaten. Uit de memorie van toelichting bij dit artikel volgt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.