Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/4.3.4:4.3.4 Slotgedachten over art. 2:9 BW
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/4.3.4
4.3.4 Slotgedachten over art. 2:9 BW
Documentgegevens:
mr. D.A.M.H.W. Strik, datum 20-07-2010
- Datum
20-07-2010
- Auteur
mr. D.A.M.H.W. Strik
- JCDI
JCDI:ADS439557:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook Van den Hoek 1986, p. 71, heeft hierbij een kritische kanttekening geplaatst.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de discussie in de literatuur is af te leiden dat er thans onduidelijkheid is over de toepasselijkheid en de reikwijdte van de hoofdelijkheid in art. 2:9 BW. Dit is ongelukkig. Ik vind bovendien de ongenuanceerde toepassing van deze hoofdelijkheid in het huidige wettelijke regime bezwaarlijk. Als uitgangspunt zou iedere bestuurder zijn eerlijke deel moeten dragen in de schade die is geleden door een onbehoorlijke vervulling van zijn taak. Het is niet billijk indien een bestuurder, met een geringe betrokkenheid, eerst als een soort verzekeraar de totale schade moet vergoeden en vervolgens verhaal moet halen op zijn medebestuurders en daarbij een incassorisico loopt.1
Hoewel naar mijn mening de tekst van het huidige art. 2:9 BW voldoende ruimte biedt voor een aansprakelijkheidsstelsel gestoeld op individuele verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, zou het voor de positie van de bestuurders wenselijk zijn om art. 2:9 BW te wijzigen. Ik zal daartoe in het volgende hoofdstuk 5, par. 5.6.4., waarin ook het Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht aan de orde komt, een voorstel doen.