Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.2
8.5.2 Ratio
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291713:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 30 maart 2006, zaak C-184/04, V-N 2006/18.25, r.o. 26 (Uudenkaupungin Kaupinki).
Deze bewoordingen komen uit de koker van de vertegenwoordiger van Centralan (conclusie A-G Kokott 17 maart 2005, zaak C-63/04, ECLI:EU:C:2005:185, punt 32 (Centralan)).
De woorden ‘zoveel als mogelijk’ hanteert het Hof van Justitie niet. Omdat recht op aftrek bestaat voor zover sprake is van gebruik voor belaste handelingen, meen ik - net als A-G Kokott - dat het zuiverder is om het zoveel als mogelijk waarborgen van de fiscale neutraliteit te beschouwen als het doel van de herzieningsregels (conclusie A-G Kokott 17 maart 2005, zaak C-63/04, ECLI:EU:C:2005:185, punt 32 (Centralan)).
HvJ EG 15 december 2005, zaak C-63/04, V-N 2005/61.19, r.o. 57 (Centralan).
Onder een ongerechtvaardigd voor- of nadeel verstaat het Hof een mate van aftrek die niet strookt met het daadwerkelijke gebruik voor belaste handelingen (vgl. HvJ EG 29 april 2004, gevoegde zaken C-487/01 en C-7/02, BNB 2004/260, m.nt. Bijl r.o. 90 (Gemeente Leusden/Holin Groep) en HvJ EG 14 september 2006, zaak C-72/05, V-N 2006/50.13, r.o. 35 (Wollny)).
HvJ EG 30 maart 2006, zaak C-184/04, V-N 2006/18.25, r.o. 25 (Uudenkaupungin Kaupinki).
De ratio van de herzieningsregeling is niet los te zien van de ratio van het recht op aftrek: het waarborgen van de volstrekte neutraliteit voor zover sprake is van gebruik voor belaste handelingen (zie paragraaf 8.2.3). Het Hof beschouwt de herzieningsregels als een essentieel bestanddeel van de aftrekregeling in de Btw-richtlijn.1 Waarom? De herzieningsregels hebben tot doel de precisie van de aftrek te vergroten2 om de fiscale neutraliteit zoveel als mogelijk3 te waarborgen, zodat de in het vorige stadium verrichte handelingen slechts recht blijven geven op aftrek voor zover zij worden gebruikt voor belaste handelingen. De herzieningsregels beogen dus een nauw en rechtstreeks verband te vestigen tussen het recht op aftrek van voorbelasting en het gebruik van de betrokken goederen en diensten voor belaste handelingen.4 Of, zoals het Hof van Justitie in het Uudenkaupungin Kaupinki-arrest overweegt: de herzieningsregels maken het mogelijk dat onjuistheden in de berekening van de aftrek en ongerechtvaardigde voor- of nadelen5 voor de belastingplichtige te voorkomen, met name wanneer zich na de aangifte wijzigingen voordoen in de elementen die aanvankelijk in aanmerking zijn genomen voor het bepalen van het bedrag van de aftrek. De waarschijnlijkheid van die wijzigingen is bijzonder groot bij investeringsgoederen die vaak gedurende een periode van meerdere jaren wordt gebruikt, in de loop waarvan de bestemming kan veranderen. Om die reden voorziet art. 187 Btw-richtlijn e.v. in een bijzondere herzieningsregeling voor investeringsgoederen op grond waarvan de aftrek gedurende een periode van vijf jaar – voor onroerende investeringsgoederen kan deze periode worden opgerekt tot maximaal 20 jaar – wordt gevolgd.6