NJB 2026/479:Bewijslastverdeling. Specificatie bewijsaanbod. Een boerderij wordt executoriaal verkocht. De verkrijger vordert ontruiming van de boerderij door een stichting die bestuurd wordt door de oude eigenaar van de boerderij. De stichting beroept zich op een huurovereenkomst en biedt bewijs aan. Het hof passeert het bewijsaanbod wegens onvoldoende specificatie, oordeelt dat de huurovereenkomst niet bestaat en wijst de ontruimingsvordering toe. Hoge Raad: Het oordeel van het hof moet aldus worden begrepen dat (i) de verkrijger zijn ontruimingsvordering baseert op zijn eigendomsrecht, (ii) de stichting het bevrij dende verweer voert dat een huurovereenkomst in de weg staat aan ontruiming, en (iii) de verkrijger het bestaan van de huur overeenkomst betwist. Hieraan heeft het hof kennelijk de gevolgtrekking verbonden dat de bewijslast van het bestaan van de huurovereenkomst op de stichting rust. Aldus verstaan geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de bewijslastverdeling of de eisen die aan het bewijsaanbod van de stichting konden worden gesteld.