Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.6:1.6 Controverses
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.6
1.6 Controverses
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS490738:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks zijn ruime erkenning is het nemo tenetur-beginsel nog steeds controversieel. Een sterk tegenstander was de negentiende-eeuwse filosoof Jeremy Bentham, die meende dat het ‘privilege against self-incrimination’ enkel in het voordeel van de schuldige strekt. Zij was het product van irrationele presumptie, waarvoor geen overtuigende rechtvaardiging bestaat.1
Hedendaagse argumenten contra nemo tenetur
De hedendaagse kritiek spitst zich toe op de intrinsiek negatieve invloed die het beginsel zou hebben op het strafrechtsysteem, doordat het de verdachte als bron van bewijs van de overtreding van een voorschrift buitenspel zet.2 Dit speelt in het bijzonder wanneer de overtreding zich voordoet in de privésfeer van burgers. Vooral overtredingen van (bijzondere) voorschriften op het gebied van belastingen, financiën, economie of milieu, zullen geregeld moeten worden bewezen aan de hand van verklaringen of documenten afkomstig van de verdachte zelf.
Inherent aan het recht van de verdachte om zichzelf niet te hoeven belasten is ook dat het de positie van het eventuele slachtoffer in het strafproces kan ondermijnen, terwijl juist het slachtoffer vanwege vergelding, financiële compensatie of andere vormen van genoegdoening belang kan hebben bij een veroordeling van de (on)schuldige verdachte.
Invulling eigen procespositie verdachte draagt bij aan integer strafproces
Tegen deze en andere argumenten contra nemo tenetur kan worden ingebracht dat het de prijs is die het (straf)rechtssysteem moet betalen voor de bescherming van onschuldige personen, in die zin, dat zij worden gevrijwaard van dwang om te verklaren en daarmee het risico van een valse bekentenis. Bovendien draagt nemo tenetur bij aan een menswaardige behandeling van (on)schuldigen.
Meer in het algemeen draagt het beginsel bij aan de integriteit van het strafproces. Het beginsel moet waarborgen dat de vervolgende autoriteiten de verdachte ruimte laten om zijn eigen procespositie te kiezen en daaraan invulling te geven.