AB 2022/358
Weging van gemoedsbezwaren tegen de leerplicht. Afwegingsverbod. Onvoldoende zwaarwegende bedenkingen. Welbepaalde godsdienst. Puritanisme.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1004, m.nt. A. Vleugel
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M. Kuijer
- Zaaknummer
21/02601
- Noot
A. Vleugel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS679034:1
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1004, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:506, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑2022
- Wetingang
Essentie
Gemoedsbezwaren dienen voldoende concreet en zwaarwegend te zijn voor een geslaagd beroep op de vrijstelling van de leerplicht.
Samenvatting
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch: Voordat het hof vragen gaat stellen, moet het hof ingaan op een andere kwestie waarop u in de door mij laatst genoemde verklaring hebt gewezen, namelijk het afweegverbod. Met betrekking tot de vraag of bezwaren voldoende concreet en voldoende zwaarwegend zijn, wijst het hof op de conclusie van advocaat-generaal B.F. Keulen van 10 maart 2020 (ECLI:NL:PHR:2020:219) (…). De advocaat-generaal ziet in de formulering ‘voldoende concrete en voldoende zwaarwegende bezwaren’ een vernieuwing en leidt af dat er ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.