Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/7.2:7.2 Informatieplicht
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/7.2
7.2 Informatieplicht
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS402418:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 april 2001, Nj 2002, 385 (cond. A-G Hartkamp; VNP/Havrij; m.nt. H.J. Snijders).
HR 1 oktober 1999, Nj 2000, 207 (concl. A-G Hartkamp; Geurtzen/Kampstaal; m.nt. Hijma; JOR 2000, 21, m.nt. Wessels).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De informatieplicht houdt onder andere in dat een 'kleine afnemer' (art. 6:235 lid 1 BW) die niet in een internationale transactie is verwikkeld (art. 6:247 lid 2 BW) de door hem aanvaarde (zie 7.1) algemene voorwaarden kan vernietigen als de leverancier hem geen redelijke mogelijkheid heeft geboden van deze algemene voorwaarden kennis te nemen (art. 6:233 sub b BW). De leverancier heeft de afnemer deze mogelijkheid wel geboden als hij (kort gezegd):
de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de afnemer ter hand heeft gesteld;
als a. redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de afnemer bekend heeft gemaakt dat de algemene voorwaarden ter inzage liggen bij een opgegeven Kamer van Koophandel of griffie van een rechtbank en deze voorwaarden op verzoek zullen worden toegestuurd;
als de overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt:
de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de afnemer langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld zodat hij deze voorwaarden kan opslaan en later kan lezen;
als c.i. redelijkerwijs niet mogelijk is, de leverancier voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de afnemer heeft bekend gemaakt waar hij de algemene voorwaarden kan inzien, en dat deze op verzoek langs elektronische weg of op een andere manier zullen worden toegestuurd.
De Hoge Raad beslist in vNP/Havrij dat de hierboven onder a. en b. weergegeven opsomming limitatief is en dat de daarin opgenomen stappen stap voor stap moeten worden doorlopen.1 Een leverancier die vóór de totstandkoming van de overeenkomst onderaan zijn briefpapier verwijst naar gedeponeerde voorwaarden en vermeldt dat deze op verzoek zullen worden toegestuurd (zonder deze voor of bij het sluiten van de overeenkomst ooit ter hand te stellen) heeft dus pas aan de informatieplicht van art. 6:233 sub b jo. 6:234 lid 1 BW voldaan als het redelijkerwijs niet mogelijk is deze voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de afnemer ter hand te stellen.
Wel stelt de Hoge Raad zich in Geurtzen/Kampstaal wat minder strikt op door te oordelen dat een afnemer zich niet op het schenden van de informatieplicht mag beroepen als hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met het beding dat hij wenst te vernietigen, bekend was of geacht kon worden daarmee bekend te zijn.2 Verder oordeelt de Hoge Raad dat zich ook omstandigheden kunnen voordoen waarin een beroep op vernietigbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:248 lid 2 BW).