Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.4.1:18.4.1 Algemeen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.4.1
18.4.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495825:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), NJ 2009, 214; FED 2009/96 (m.nt. Thomas); AB 2010/82 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de cautie dient de verdachte voorafgaand aan het verhoor (in fiscale strafzaken: door FIOD-ambtenaren) te worden gewezen op het recht om een advocaat te raadplegen. Het recht op rechtsbijstand in art. 6, lid 3, onderdeel c EVRM neemt een aanvang vanaf het eerste moment dat sprake is van een vrijheidsbeperkend dwangmiddel, als gevolg waarvan de rechten van de verdediging onherroepelijk kunnen worden aangetast. In overeenstemming met Salduz1zal in fiscale strafzaken het aanvangsmoment gewoonlijk liggen bij de aanhouding voor het (eerste) verhoor door FIOD-ambtenaren.