JAR 2013/199
Medezeggenschap. Heeft Nederland art. 16 van de Richtlijn 2005/56/EG over grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen op juiste wijze geïmplementeerd?
HvJ EU 20-06-2013, ECLI:EU:C:2013:408 (Commissie/Nederland)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
20 juni 2013
- Magistraten
E. Jarašiūnas, A. Ó Caoimh, C.G. Fernlund
- Zaaknummer
C-635/11
- Conclusie
A-G Y. Bot
- Roepnaam
Commissie/Nederland
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2013:408, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 20‑06‑2013
- Wetingang
Art. 2:333k BW; art. 16 Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen
Essentie
In art. 16 van de Richtlijn grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (Richtlijn 2005/56/EG, hierna de richtlijn) is een regeling neergelegd omtrent de (vennootschapsrechtelijke) medezeggenschap van werknemers in de betrokken vennootschappen. De hoofdregel van art. 16 van de richtlijn is dat de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap bij de uit de fusie ontstane vennootschap zal worden vormgegeven overeenkomstig de regeling van de lidstaat waarin zij gevestigd is. Op deze hoofdregel wordt een aantal uitzonderingen geformuleerd. Nederland heeft art. 16 van de richtlijn geïmplementeerd in art. 2:333k BW, maar daarbij niet alle uitzonderingen van art. 16 opgenomen. Er is geen regeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.