NJB 2019/216
Kan een taakstraf worden opgelegd aan een verdachte die woonachtig is in een ander land van de Europese Unie dan Nederland? Voor de beantwoording van die vraag zijn onder meer relevant art. 11 Kaderbesluit 2008/947/JBZ inzake wederzijdse erkenning van vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, en de artt. 3:2 lid 1, 3:3 lid 2, 3:18 en 3:19 WETS. De enkele omstandigheid dat de verdachte in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland woonachtig is, staat niet in de weg aan de oplegging van een taakstraf. Dat laat onverlet dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of oplegging van een taakstraf aangewezen is, mede betrekt of een reëel vooruitzicht bestaat dat die straf ook zal (kunnen) worden tenuitvoergelegd. De strafoplegging wordt bepaald door uiteenlopende factoren, waaronder de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De feitenrechter is – binnen de grenzen van het ter zake geldende strafmaximum – vrij in de keuze van de straf, waaronder ook is te verstaan de keuze van de strafsoort, en in de waardering van de factoren die hij daartoe van belang acht
HR 15-01-2019, ECLI:NL:HR:2019:46
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
15 januari 2019
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers en M.T. Boerlage
- Zaaknummer
17/03511
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:46, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑01‑2019
ECLI:NL:PHR:2018:1237, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑11‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑05‑2018
- Wetingang
Essentie
Kan een taakstraf worden opgelegd aan een verdachte die woonachtig is in een ander land van de Europese Unie dan Nederland? Voor de beantwoording van die vraag zijn onder meer relevant art. 11 Kaderbesluit 2008/947/JBZ inzake wederzijdse erkenning van vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, en de artt. 3:2 lid 1, 3:3 lid 2, 3:18 en 3:19 WETS. De enkele omstandigheid dat de verdachte in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland woonachtig is, staat niet in de weg aan de oplegging van een taakstraf. Dat laat onverlet dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.