Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.2.1
5.2.1 Het fiscale winstbegrip
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630489:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Die Körperschaftsteuer bemisst sich nach dem zu versteuernden Einkommen.
Zie ook Elsweier, paragraaf 5.3.1.1.
Lang in Tipke/Lang pagina 126: ‘die Summe aller periodisch erwirtschafteten Ergebnisse eines Betriebs von der Gründung bis zur Veräusserung oder liquidation’
Elsweier, paragraaf 5.3.1.2.
In Duitsland kennen ze echter ook verkapte dividenduitkeringen als sprake is van een onzakelijke transactie, zie Elsweier, hoofdstuk 5.
HvJ EU 31 mei 2018, zaak C-38, 2/16, Hornbach-Baumarkt AG.
Het Hof lijkt hiermee tevens in ogenschouw te hebben genomen dat de kans op misbruik in een grensoverschrijdende situatie aanwezig is: ‘Het Hof heeft overwogen dat indien het ingezeten vennootschappen van een lidstaat zou worden toegestaan om hun winsten in de vorm van abnormale of goedgunstige voordelen over te dragen aan in andere lidstaten gevestigde vennootschappen waarmee zij zich in een situatie van wederzijdse afhankelijkheid bevinden, de evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen de lidstaten in gevaar zou kunnen worden gebracht, alsmede dat met een regeling van een lidstaat volgens welke over dergelijke voordelen belasting wordt geheven bij de ingezeten vennootschap die deze voordelen aan een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap heeft verleend, de eerstgenoemde lidstaat zijn belastingbevoegdheid kan uitoefenen met betrekking tot de activiteiten die plaatsvinden op zijn grondgebied. Het Hof heeft tevens geoordeeld dat een dergelijke nationale regeling rechtmatige doelstellingen nastreeft die verenigbaar zijn met het Verdrag en die dwingende redenen van algemeen belang opleveren, en dat deze regeling geschikt moet worden geacht om die doelstellingen te verwezenlijken (zie in die zin arrest van 21 januari 2010, SGI, C-311/08, ECLI:EU:C:2010:26, punten 63, 64 en 69).’
§ 5, Abs 1. EstG: 1) Bei Gewerbetreibenden, die auf Grund gesetzlicher Vorschriften verpflichtet sind, Bücher zu führen und regelmäßig Abschlüsse zu machen, oder die ohne eine solche Verpflichtung Bücher führen und regelmäßig Abschlüsse machen, ist für den Schluss des Wirtschaftsjahres das Betriebsvermögen anzusetzen (§ 4 Absatz 1 Satz 1), das nach den handelsrechtlichen Grundsätzen ordnungsmäßiger Buchführung auszuweisen ist, es sei denn, im Rahmen der Ausübung eines steuerlichen Wahlrechts wird oder wurde ein anderer Ansatz gewählt. Voraussetzung für die Ausübung steuerlicher Wahlrechte ist, dass die Wirtschaftsgüter, die nicht mit dem handelsrechtlich maßgeblichen Wert in der steuerlichen Gewinnermittlung ausgewiesen werden, in besondere, laufend zu führende Verzeichnisse aufgenommen werden. In den Verzeichnissen sind der Tag der Anschaffung oder Herstellung, die Anschaffungs- oder Herstellungskosten, die Vorschrift des ausgeübten steuerlichen Wahlrechts und die vorgenommenen Abschreibungen nachzuweisen.
Voor de fiscale waardering van vermogensbestanddelen mogen namelijk onder voorwaarden andere keuzes worden gemaakt.
Elsweier, paragraaf 5.3.2 Hij verwijst hiervoor naar De Bont, Schanz & Schanz, Schön en Hey in Tipke/Lang.
In § 7 KstG is bepaald dat de vennootschapsbelasting wordt berekend over het belastbaar inkomen.1 Bij de bepaling van het belastbaar inkomen is de jaarwinst het uitgangspunt. In § 7, Abs. 3 KStG is namelijk bepaald dat de vennootschapsbelasting een jaarlijkse belasting is. De belastinggrondslag moet worden bepaald voor elk kalenderjaar. Duitsland kent echter ook een totaalwinstbegrip. Deze is opgenomen in § 7, Abs. 1 KstG. Hierin is bepaald dat belasting wordt geheven over het belastbaar inkomen. Een omschrijving inhoudende dat de totale winst van een onderneming gedurende het bestaan belast dient te worden, is echter niet expliciet in de wet te vinden.2 In de Duitse literatuur wordt de totaalwinst omschreven als de som van alle periodiek gegenereerde resultaten voorafgaand aan de verkoop of liquidatie.3 Het belastbaar inkomen is nader uitgewerkt in § 8, Abs. 1 KStG. Daarin is geregeld dat het inkomen wordt bepaald volgens de regels van de inkomstenbelasting (EStG). In §4 Abs. 1 EStG is winst gedefinieerd als het verschil tussen de waarde van het bedrijfsvermogen aan het einde van het boekjaar en de waarde van het bedrijfsvermogen aan het eind van het vorig boekjaar, verhoogd met de waarde van de onttrekkingen en verminderd met de waarde van de stortingen. De winst kan ook worden vastgesteld aan de hand van de winst en verliesrekening. Dit is conform het Nederlandse systeem. Beide manieren dienen namelijk tot hetzelfde resultaat te leiden.4
Bij het bepalen van de fiscale winst speelt het zogenoemde objektive Nettoprinzip een prominente rol. Volgens dit principe kan alleen het nettoresultaat, dat wil zeggen het resultaat na aftrek van de uitgaven, aan belasting worden onderworpen. Dit beginsel is een uitvloeisel van het uitgangspunt dat belastingen dienen te worden gebaseerd op de individuele financiële draagkracht.
Voor onderlinge transacties is in § 1, AstG bepaald dat op transacties tussen verbonden lichamen een transfer pricing-correctie wordt toegepast als voorwaarden worden overeengekomen die afwijken van wat onafhankelijke derden onder dezelfde of vergelijkbare omstandigheden zouden zijn overeengekomen. De Duitse grondslag wordt dan vastgesteld alsof sprake is geweest van zakelijke verrekenprijzen. Een dergelijke correctie vindt echter alleen plaats in grensoverschrijdende situaties. In een zuiver binnenlandse situatie wordt geen correctie toegepast.5 In de zaak C-382/16 heeft het HvJ EU overwogen dat een dergelijke regeling die onderscheid maakt tussen grensoverschrijdende en binnenlandse situatie is gerechtvaardigd met oog op het waarborgen van een evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid.67
De Duitse belastingheffing is sterk afhankelijk van de commerciële winstbepaling.8 Een in Duitsland gevestigd lichaam dient zijn resultaat te bepalen aan de hand van de Duitse commerciële regels (Duitse GAAP). Op het commerciële resultaat worden wel enkele correcties gemaakt om uiteindelijk tot het fiscale resultaat te komen.9 Uitgangspunt van de Duitse GAAP is dat de vermogensbestanddelen worden gewaardeerd tegen de oorspronkelijke aanschafprijs minus de afschrijvingen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in Duitsland het fair-value-principe van minder belang is. Voorzichtigheid vormt een belangrijker uitgangspunt. Hieruit blijkt dat in Duitsland ook het realisatiebeginsel geldt. Winst wordt pas verantwoord bij realisatie in plaats van het moment van de vermogensmutatie. In zijn dissertatie merkt Elsweier op dat in Duitsland ook wordt onderkend dat de commerciële en fiscale winstbepaling verschillende doeleinden dienen. De fiscale winstbepaling heeft zich echter in Duitsland niet autonoom ontwikkeld. De aansluiting van de fiscale winstbepaling aan de commerciële winstbepaling komt in eerste instantie voort uit de gedachte van uitvoerbaarheid en eenvoud. Naast de vereenvoudigingsfunctie komt ook het gelijkheidsbeginsel naar voren. De fiscus wordt naast andere aandeelhouders gezien als een gerechtigde tot het vermogen en de winst van de onderneming.10