Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/10.2.2.2
2.2.2 Girale overboeking naar andere eigen bankrekening
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948072:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie W.A.K. Rank, Geld, geldschuld en betaling (R&P nr. 94) 1996, p. 194; R.E van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 203; B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4 en F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/14.1.
Zie W.A.K. Rank, Geld, geldschuld en betaling (Serie Recht &Praktijk, nr. 94) 1996, p. 194; R.E van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 203 en F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/14.1.
Zie W.A.K. Rank, Geld, geldschuld en betaling (R&P nr. 94) 1996, p. 194.
Zie R.E van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 203.
601. In de vorige paragraaf is stilgestaan bij hetgeen er gebeurt wanneer een schuldenaar een verbintenis tot betaling van een geldsom jegens een derde middels een girale betaling voldoet. Het komt echter ook veelvuldig voor dat een rekeninghouder een bedrag van de ene betaalrekening naar een van zijn andere betaalrekeningen overboekt. In de literatuur is er weinig over deze situatie geschreven. Dat komt wellicht doordat het betalingsverkeer tussen schuldeiser en schuldenaar een veel grotere economische en juridische impact heeft. Door dergelijke betalingen vindt een vermogensverschuiving plaats tussen het ene en het andere rechtssubject. Wanneer een rekeninghouder een bedrag van zijn ene bankrekening naar zijn andere bankrekening boekt, is van een dergelijke vermogensverschuiving geen sprake. Beide bankrekeningen behoren tot het vermogen van dezelfde rekeninghouder, en het overgeboekte bedrag verlaat zijn vermogen dus niet. Het karakter van een dergelijke overboeking is echter wél relevant wanneer hetzelfde rechtssubject is gerechtigd tot verschillende vermogens, en de ene bankrekening tot het ene vermogen behoort, en de andere bankrekening tot het andere vermogen. Van een dergelijke situatie is onder andere sprake wanneer de rekeninghouder in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval kan het zo zijn dat hij één of meer bankrekeningen houdt waarvan het saldo tot zijn privévermogen behoort, en een aantal bankrekeningen die tot de huwelijksgemeenschap behoren. Als er dan bedragen van de ene naar de andere bankrekening worden overgeboekt, kan dit gevolgen hebben voor de omvang van beide van elkaar gescheiden vermogens. Hetzelfde geldt voor de in het vorige hoofdstuk beschreven figuur van de tweetrapserfstelling. Ook dan kan het zijn dat de bezwaarde één of meer bankrekeningen heeft die tot het tweetrapsvermogen behoren, en één of meer bankrekeningen die tot zijn ‘overige’ vermogen behoren, waartussen dan transacties plaatsvinden. Om de gevolgen hiervan vast te kunnen stellen, is het belangrijk om eerst op hoofdlijnen duidelijk te hebben wat er gebeurt wanneer een rekeninghouder geld van zijn ene bankrekening naar een andere bankrekening overboekt.
602. In de vorige paragraaf is er al op gewezen dat over het karakter van de girale betaling verschillende theorieën zijn verdedigd. Een van die theorieën is dat een girale betaling een vorm van schuldvernieuwing zou zijn (ook wel ‘novatie’ genoemd).1 Onder schuldvernieuwing wordt verstaan de overeenkomst strekkend tot afstand van een vorderingsrecht met de bijzonderheid dat daarbij, en in verband daarmee, een nieuwe verbintenis in het leven wordt geroepen, hetzij van de schuldenaar jegens de ouder schuldeiser, hetzij van de schuldenaar jegens een nieuwe schuldeisers, hetzij van een nieuwe schuldenaar jegens de oude schuldeiser.2 Een van de vereisten voor schuldvernieuwing is dat deze tot stand komt door een overeenkomst waarbij de wil van partijen om de bestaande verbintenis te vervangen door een nieuwe, uitdrukkelijk tot uiting moet komen.3Asser/Sieburgh vermeldt hierover dat de eigenlijke overeenkomst van afstand wordt gesloten door de schuldeiser en de schuldenaar. Tegenover de afstand wordt een nieuwe verbintenis in het leven geroepen, hetzij tussen dezelfde partijen, hetzij tussen de schuldenaar en een nieuwe schuldeiser dan wel tussen een nieuwe schuldenaar en de schuldeiser. Het eerste geval wordt ‘objectieve schuldvernieuwing’ genoemd, en de twee laatste situaties subjectieve schuldvernieuwing. In die beide laatste situaties is de schuldvernieuwing een driepartijenovereenkomst.4 Voor de girale betaling is tegen deze theorie van schuldvernieuwing aangevoerd dat voor schuldvernieuwing een overeenkomst is vereist, terwijl een girale betaling als zodanig zonder toestemming of medewerking van de schuldeiser tot stand komt.5 Bovendien zou de schuldenaar bij een girale betaling niet zozeer van zijn schuld worden gekweten, doordat de vordering die de schuldeiser op hem heeft door een vordering op de bank wordt vervangen, als wel doordat hij de schuldeiser in plaats van munten of bankbiljetten een vordering op de bank bezorgt. Het feit dat deze laatste daarmee schuldeiser van de bank wordt, doet hier niet aan af. In wezen is de verbintenis van de bank jegens de schuldeiser immers geen gevolg van de girale betaling, maar een uitvloeisel van de tussen de bank en de schuldeiser gesloten raamovereenkomst.6
603. Waar de figuur van de schuldvernieuwing voor de girale betaling tegenwoordig wordt verworpen, kwalificeert de overboeking van een geldbedrag van de ene bankrekening naar een andere bankrekening van dezelfde rekeninghouder volgens mij wél als schuldvernieuwing. De rekeninghouder geeft aan de bank de (betaal)opdracht om ten laste van het saldo van de ene bankrekening het saldo van een van zijn andere bankrekeningen te crediteren. Net zoals bij iedere andere betaalopdracht, moet de bank deze opdracht eerst aanvaarden. Doet de bank dat, dan ontstaat een verbintenis om overeenkomstig de opdracht een betalingstransactie uit te voeren. Die uitvoering leidt ertoe dat de rekeninghouder een nieuwe vordering verkrijgt, omdat de bank een andere bankrekening van de rekeninghouder crediteert. In de vorige paragraaf is reeds gebleken dat door creditering van een bankrekening de bank aan de rekeninghouder een vordering op zichzelf verschaft. Deze vordering wordt in de rekening-courant van de gecrediteerde bankrekening geboekt. Uit dit alles kan men herleiden dat de rekeninghouder voor het bedrag ter grootte van de overboeking afstand doet van zijn vordering op de bank tot uitbetaling van het saldo ter zake van de ene bankrekening, in direct verband waarmee hij een nieuwe vordering verkrijgt, doordat hij in een andere bankrekening wordt gecrediteerd. Iedere bankrekening is immers een afzonderlijke rekening-courant. Aan dit alles ligt een overeenkomst ten grondslag. De betaalopdracht en de aanvaarding daarvan kwalificeren als de overeenkomst tot afstand. Betreft het een overboeking ten gunste van het saldo van een bankrekening die bij dezelfde bank wordt gehouden, dan is sprake van een geval van objectieve schuldvernieuwing. De rekeninghouder doet immers afstand van zijn vordering op de bank ten aanzien van de ene bankrekening, waartegenover diezelfde bank aan dezelfde rekeninghouder een andere vordering op zichzelf verschaft door een andere bankrekening te crediteren. Gaat het om een overboeking ten gunste van het saldo van een bankrekening die bij een andere bank wordt gehouden, dan is sprake van subjectieve schuldvernieuwing. De rekeninghouder doet afstand van een deel van zijn vordering jegens de bank, waartegenover een andere bank aan die rekeninghouder een nieuwe vordering verschaft door creditering van een bankrekening die bij die andere bank wordt gehouden.
604. Alhoewel de overboeking van een geldbedrag van de ene bankrekening naar een andere bankrekening van dezelfde rekeninghouder volgens mij als schuldvernieuwing kwalificeert, gaat het mij niet per se om deze classificatie. Van Esch heeft over de kwalificatie van de girale betaling geschreven dat iedere classificatie van het verschijnsel ‘girale betaling’ slechts een hulpmiddel is voor rechtsvinding in een specifieke casus.7 Dat geldt volgens mij ook voor de overboeking van de ene bankrekening naar een andere bankrekening van dezelfde rekeninghouder. Hoe men deze uiteindelijk ook kwalificeert, in ieder geval staat vast dat door een dergelijke overboeking een nieuwe vordering ontstaat – hetzij op dezelfde bank, hetzij op een andere bank – terwijl een (deel van een) andere vordering tenietgaat. Per saldo gebeurt er wat dat betreft dus hetzelfde als bij een girale betaling. De ene vordering gaat (deels) teniet, in direct verband waarmee een andere vordering wordt verkregen. Deze vaststelling is van groot belang voor de vraag naar de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen waar de rekeninghouder in gehuwd kan zijn. In paragraaf 3 zal daar nog uitgebreid op terug worden gekomen.