Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.5
1.5 Afbakening van het onderzoek
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS395932:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor Nederlandstalige literatuur over het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland verwijs ik naar onder andere: F.J. Elsweier/V.G.M.P. Bouten, Belastingverdrag Nederland – Duitsland, een handreiking voor de praktijk: De parlementaire behandeling geordend, auteursplatform SDU, 2015. Verkrijgbaar via www.verdragduitsland2012.nl; F.J. Elsweier, Dividend uit Duitsland, WFR 2016/10 en de MBB special 07-08/2012 die geheel gewijd is aan het nieuwe verdrag met Duitsland.
In dit onderzoek gaat het om de winstbelasting van lichamen in Nederland en Duitsland. Dit is de grootste afbakening in dit onderzoek. Het te onderzoeken gebied is dus de Nederlandse vennootschapsbelasting, de Duitse Körperschaftsteuer en de Gewerbesteuer ten aanzien van binnenlands belastingplichtige lichamen. Op andere rechtsgebieden, belastingsoorten of personen (personenvennootschappen of natuurlijke personen) zal alleen worden ingegaan als ik denk dat het van invloed kan zijn op de hoofdvraag welke Duitse rechtsregels aanbevelenswaardig zijn voor de Nederlandse winstbelasting van lichamen.
Deze afbakening betekent ook dat ik niet expliciet zal ingaan op de fiscale gevolgen van grensoverschrijdende activiteiten of transacties tussen Nederland en Duitsland en dat ik het (nieuwe) belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland niet expliciet zal bespreken.1
Een onderzoek naar de gehele winstbelasting van lichamen in Nederland en Duitsland zou te omvangrijk worden. Vandaar dat ik een keuze heb gemaakt om de mijns inziens belangrijkste leerstukken van de winstbelasting van lichamen te onderzoeken. De Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting is in eerste instantie leidend geweest, aangezien het onderzoek gericht is op het vinden van eventuele verbeteringen voor deze wet. Gezien de gezamenlijke geschiedenis die Duitsland en Nederland hebben ten aanzien van de winstbelasting van lichamen en de internationale ontwikkelingen is het niet verwonderlijk dat deze rechtsregels ook – op vergelijkbare wijze - in Duitsland terug te vinden zijn.
Een integrale behandeling van de rechtsregels uit de Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting zou mijns inziens echter nog steeds te omvangrijk worden. Daarnaast zou een integrale behandeling van alleen de wet niet geheel zuiver zijn, aangezien bepaalde ontwikkelingen van leerstukken niet altijd in de wet worden vastgelegd, maar door de rechter zijn ontwikkeld. Vandaar dat ik ten aanzien van de leerstukken wederom een soort afpelmethode heb gehanteerd en deze leerstukken heb onderverdeeld in deelgebieden.
Uit een analyse van wetgeving, parlementaire stukken, jurisprudentie en literatuur heb ik in ieder hoofdstuk de meest conceptuele/fundamentele discussiepunten vastgesteld. Zoals in hoofdstuk 1.4 is aangegeven is deze keuze ingegeven omdat daarmee de kern (oorsprong) van een leerstuk nader wordt onderzocht. Een onderzoek naar discussiepunten op detailniveau is mijns inziens minder geschikt, aangezien het grotere geheel (waarin de rechtsregel is ingebed) dan mogelijk uit het oog wordt verloren. Bovendien is de kans groter dat rechtsregels op detailniveau in de toekomst zullen wijzigen. Een enkele keer is de afweging geweest vanuit Duits fiscaal perspectief een bepaald leerstuk als uitgangspunt te nemen (bijvoorbeeld in hoofdstuk 3 de Gewerbesteuer en in hoofdstuk 10 het Umwandlungsteuergesetz) in de gevallen dat Nederland desbetreffend leerstuk niet kent.
Naast de hierboven genoemde afbakening, is mijn onderzoek in een aantal gevallen nader afgebakend gedurende het onderzoek. Deze gevallen worden in de tekst nadrukkelijk aangegeven en onderbouwd.