Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.9:4.9 Conclusie
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.9
4.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708294:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het uitoefenen van invloed op de afwikkeling van het faillissement, is het cruciaal om over afdoende informatie over deze afwikkeling te beschikken. In de opzet van de Faillissementswet is de verificatievergadering van groot belang voor de informatievoorziening aan schuldeisers. Tijdens de verificatievergadering brengt de curator verslag uit over de stand van de boedel, worden alle inlichtingen waar schuldeisers om verzoeken verstrekt en bepalen de schuldeisers of al dan niet een schuldeiserscommissie wordt ingesteld. Pas daarna begint de vereffeningsfase en gaat de curator over tot de afwikkeling van de boedel. In de praktijk is de verificatievergadering, als deze al wordt gehouden, het sluitstuk van het faillissement. Schuldeisers die niet op informele wijze geïnformeerd worden over de afwikkeling van het faillissement, zijn voor hun informatie voornamelijk aangewezen op het faillissementsverslag. Een groot nadeel van het faillissementsverslag is dat het gaat om verslaglegging achteraf. Schuldeisers en andere belanghebbenden worden veelal geïnformeerd over gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. De mogelijke invloed op de afwikkeling van het faillissement wordt hierdoor bemoeilijkt.
Het CIR Besluit verbetert, op grond van artikel 19 lid 1 onder 8° en 67 lid 3 Fw, de informatiepositie van schuldeisers en andere belanghebbenden door te bepalen dat diverse stukken, gegevens en beslissingen van de rechter-commissaris worden opgenomen in het Centraal Insolventieregister (CIR). Het CIR Besluit is een goed begin, maar om de informatiepositie van schuldeisers en andere belanghebbenden verder te versterken is aanbevolen meer informatie beschikbaar te stellen in het CIR, deels voordat de curator een specifieke voorgenomen handeling heeft verricht. Een voordeel hiervan is, uiteraard naast de versterkte informatiepositie, dat de curator individuele schuldeisers niet hoeft te informeren over bepaalde stappen in het faillissement, mits schuldeisers voor zover mogelijk individueel op de hoogte worden gesteld van het faillissement en de belangrijke functie die het CIR speelt in de informatievoorziening in het faillissement. Ook moeten schuldeisers en andere belanghebbenden de mogelijkheid hebben om zich te registreren voor het ontvangen van meldingen zodra informatie beschikbaar wordt gesteld in het CIR. Het CIR zou nog verder uitgebreid kunnen worden door algemene informatie te verstrekken over rechten van schuldeisers en andere belanghebbenden en door schuldeisers en andere belanghebbenden de mogelijkheid te bieden via het CIR te communiceren met de curator, de rechter-commissaris en de rechtbank.
Individuele schuldeisers hebben reeds voldoende mogelijkheden om de curator om nadere informatie te vragen. Om informatie op te vragen uit de boekhouding van de failliet tot aan de faillietverklaring kan een beroep gedaan worden op artikel 3:15j BW. De grondslag voor het opvragen van informatie om persoonlijke rechten geldend te maken is artikel 843a Rv. Voor het opvragen van informatie over de afwikkeling van het faillissement kan een beroep gedaan worden op artikel 69 Fw, mits het doel van het verzoek is om invloed uit te oefenen op het beheer en de vereffening van de boedel en niet het geldend maken van persoonlijke rechten. Bij dit laatste verzoek speelt de gelijkheid van schuldeisers een rol. Als opgevraagde informatie uitsluitend aan een individuele schuldeiser wordt verschaft, hebben de overige schuldeisers een informatieachterstand. Om die reden kan een verzoek om informatie op grond van artikel 69 Fw mijns inziens in beginsel alleen worden toegewezen als de gevraagde informatie ook aan de andere schuldeisers wordt verstrekt. Ook daarvoor kan gebruik worden gemaakt van het CIR.
De wet van de voldongen feiten treedt te vaak in werking in het faillissement. Schuldeisers worden, als zij al worden geïnformeerd, vaak te laat geïnformeerd over bepaalde stappen in de afwikkeling van het faillissement. In sommige gevallen kan dan gevraagd worden om verantwoording achteraf en kan de curator worden ontslagen of aansprakelijk gesteld, maar daarmee hebben schuldeisers en andere belanghebbenden onvoldoende de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de afwikkeling van het faillissement. In dit hoofdstuk is een aantal aanbevelingen gedaan om de wet van de voldongen feiten in te ruilen voor bepalingen in de Faillissementswet en het CIR Besluit.
In de volgende hoofdstukken wordt uitgewerkt op welke wijze met deze informatie in de hand invloed kan worden uitgeoefend op de afwikkeling van het faillissement. Hoofdstuk 5 gaat over het klachtrecht van artikel 69 Fw en het beroepsrecht van artikel 67 Fw. Met deze bevoegdheden kan individueel invloed worden uitgeoefend op de afwikkeling van het faillissement. Collectieve invloed kan worden uitgeoefend in de schuldeisersvergadering en schuldeiserscommissie, die worden behandeld in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 komt de pre-pack aan de orde als stille voorbereidingsfase op een faillissement. Deze stille voorbereidingsfase zorgt mede in het kader van informatieverschaffing en rechten van schuldeisers voor een andere dynamiek en rechtvaardigt daarom een afzonderlijke behandeling. In hoofdstuk 8 komt de WHOA als reorganisatieprocedure aan bod. Het WHOA-proces is volstrekt anders dan de faillissementsprocedure. Hoofdstuk 8 staat daarom enigszins op zichzelf, hoewel rechten van schuldeisers in de verschillende insolventieprocedures goed met elkaar kunnen worden vergeleken en de algemene conclusies in hoofdstuk 9 worden getrokken op basis van alle faillissementsprocedures die in dit boek worden behandeld.