BNB 2011/241
Kostenvergoeding in bezwaarfase. Onrechtmatigheid aan de inspecteur te wijten indien hij bij het vaststellen van een voorlopige aanslag niet de vereiste zorgvuldigheid betracht en als gevolg daarvan een te hoge voorlopige aanslag oplegt
HR 10-06-2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7526, m.nt. J.A.R. van Eijsden
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 juni 2011
- Magistraten
Mrs. Van den Berge, Tijnagel, Heisterkamp, Feteris, Koopman
- Zaaknummer
10/01744
- Conclusie
A-G mr. IJzerman
- Noot
J.A.R. van Eijsden
- LJN
BO7526
- JCDI
JCDI:ADS172786:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑06‑2011
ECLI:NL:HR:2011:BO7526, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑06‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BO7526, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑11‑2010
- Wetingang
Art. 3:2 en art. 7:15, tweede lid, Awb; art. 13, eerste lid, AWR; art. 23 Uitv.reg. AWR 1994
Essentie
Kostenvergoeding in bezwaarfase. Onrechtmatigheid aan de inspecteur te wijten indien hij bij het vaststellen van een voorlopige aanslag niet de vereiste zorgvuldigheid betracht en als gevolg daarvan een te hoge voorlopige aanslag oplegt
Samenvatting
Aan belanghebbende is voor het jaar 2008 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Zijn inkomen is automatisch vastgesteld op € 250 000 aan de hand van de bij de Belastingdienst bekende gegevens over het jaar 2007. In dat jaar had belanghebbende het bedrag van € 250 000 als dividend ontvangen. In de jaren vóór 2007 was hem geen dividend uitgekeerd en was zijn belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.