BNB 2014/238
Heffing overdrachtsbelasting bij verkrijging economische eigendom niet onverenigbaar met eigendomsgrondrecht. Compromis zoals in vergelijkbaar geval gesloten ter beëindiging van procedure kan belanghebbende niet afdwingen bij doorzetten procedure
HR 11-07-2014, ECLI:NL:HR:2014:1621, m.nt. J.W. Zwemmer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2014
- Magistraten
Mrs. Schaap, Van Loon, Fierstra, Groeneveld, Wortel
- Zaaknummer
13/02731
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.W. Zwemmer
- JCDI
JCDI:ADS919324:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Belastingen van rechtsverkeer (V)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑07‑2014
ECLI:NL:HR:2014:1621, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:53, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑01‑2014
- Wetingang
Art. 2 lid 2 Wet BRV
Essentie
Heffing overdrachtsbelasting bij verkrijging economische eigendom niet onverenigbaar met eigendomsgrondrecht. Compromis zoals in vergelijkbaar geval gesloten ter beëindiging van procedure kan belanghebbende niet afdwingen bij doorzetten procedure
Samenvatting
Belanghebbende, eigenaar van enige percelen grond, heeft in 2001 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met drie BV’s met als doel het realiseren van woningen op de percelen. Belanghebbende was verplicht de percelen aan de samenwerkende partijen of een door hen op te richten vennootschap over te dragen. Partijen zouden het netto resultaat uit verkoop van de percelen volgens een bepaalde verhouding delen. De Inspecteur heeft wegens verkrijging van economische eigendom van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.