Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.2
11.2 Kernbeschrijving van het huidige recht
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491684:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
De fiscale gevolgen van een ruisende splitsing voor de splitsingspartners zijn onderzocht in hoofdstuk 7.
Deze drie randvoorwaarden zijn onderzocht in hoofdstuk 10.
Kamerstukken II 1997/98, 25 709, A, p. 5 en Kamerstukken II 1997/98, 25 709, nr. 3, p. 2. De fiscaal gefaciliteerde splitsing op het niveau van de (potentieel toekomstige) participanten en schuldeisers wordt onderzocht in hoofdstuk 13.
De hierna onder a t/m f genoemde eisen gelden in het geval van een afsplitsing niet voor de afsplitsende rechtspersoon.
Op 21 september 2021 is het Belastingplan 2022 gepubliceerd (kamerstuknummer 35 927). Daarin is onder meer voorgesteld om de verrekening van voorheffingen, te weten dividendbelasting en kansspelbelasting, met ingang van 2022 te beperken. Volgens de voorgestelde hoofdregel wordt deze verrekening gelimiteerd tot het bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting vóórdat rekening is gehouden met die verrekening. Dit kan ertoe leiden dat de geheven voorheffingen in een jaar niet (geheel) verrekend kunnen worden. Voor die situaties wordt een voortwentelingsregeling in het leven geroepen op grond waarvan de niet-verrekende bedragen kunnen worden overgebracht naar een later jaar. De belastingplichtige heeft dan een aanspraak op voortwenteling van voorheffingen. Met het oog op de samenloop met fiscaal gefaciliteerde splitsingen is voorgesteld om in art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 met ingang van 2022 een nieuw vereiste te introduceren. Dat vereiste houdt in dat de wettelijke doorschuifregeling niet kan worden toegepast indien bij de zuivere splitser en/of een verkrijger een aanspraak bestaat op voortwenteling van voorheffingen. Een fiscaal begeleide splitsing is dan alleen mogelijk op verzoek (art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969). Met een (nog te publiceren) standaardvoorwaarde zal vervolgens worden verhinderd dat een fiscaal gefaciliteerde splitsing ertoe leidt dat ruimere mogelijkheden ontstaan voor het in aanmerking nemen van voortgewentelde voorheffingen. Dit komend recht blijft hierna verder onbesproken.
Zie Kamerstukken II 1997/98, 25 709, nr. 3, p. 11. De fiscale indeplaatstreding wordt geanalyseerd in onderdeel 11.3.11.
In de beleidsmatige sfeer is een regeling getroffen op grond waarvan fiscale facilitering onder voorwaarden mogelijk is ondanks een te laat ingediend verzoek. Zie onderdeel 11.4.2.1.
Zie het Beleidsbesluit NLF 2021/1058 (afsplitsing) en het Beleidsbesluit NLF 2021/1057 (zuivere splitsing).
Een fiscaal gefaciliteerde splitsing betekent dat de splitsende rechtspersoon de splitsingswinst niet (geheel) in aanmerking neemt.1 Dat is alleen mogelijk indien (1) sprake is van een splitsing als bedoeld in art. 14a, lid 1, Wet VPB 1969, (2) voldaan is aan de vestigingsplaatseis en (3) de splitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.2 In dit hoofdstuk wordt aangenomen dat deze drie randvoorwaarden zijn vervuld. De fiscale begeleiding van de splitsingspartners is losgekoppeld van de eventuele fiscale begeleiding van de (potentieel toekomstige) participanten en schuldeisers.3 Dit zijn dus afzonderlijke sporen.
De wetgever heeft wat betreft de splitsingspartners voorzien in twee fiscaal gefaciliteerde splitsingsvormen die elkaar uitsluiten. Dit zijn de wettelijke doorschuifregeling in de zin van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 en de doorschuifregeling op verzoek als bedoeld in art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969.4 De splitsingspartners kunnen alleen gebruikmaken van de wettelijke doorschuifregeling indien zij voldoen aan de volgende vereisten:
Voor het bepalen van de winst zijn bij de splitsingspartners dezelfde bepalingen van toepassing.
Bij geen van de splitsingspartners bestaat een aanspraak op toepassing van de innovatiebox.
Bij de verkrijger(s) en bij de zuiver splitsende rechtspersoon bestaat geen aanspraak op:5
voorwaartse verrekening van verliezen,
vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten,
voortwenteling van een saldo aan renten in verband met de earningsstrippingmaatregel,
toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten,
toepassing van de deelnemingsverrekening, en
toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten.6
De latere heffing is (geheel) verzekerd.
Wordt deze regeling toegepast, dan neemt de splitsende rechtspersoon de splitsingswinst niet in aanmerking, zonder dat een verzoek hoeft te worden ingediend en zonder dat nadere voorwaarden aan de fiscale begeleiding worden verbonden. De verkrijgende rechtspersonen treden met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende rechtspersoon. Deze fiscale indeplaatstreding houdt in dat de verkrijgers wat betreft de verkregen vermogensbestanddelen de kwalificaties, omstandigheden, latente verplichtingen en/of termijnen overnemen. Zij treden als het ware in de vennootschapsbelastingvoetsporen van de splitser. Dit betekent onder meer dat de verkrijgers de verkregen vermogensbestanddelen voor hetzelfde bedrag waarderen als waarvoor die activa en passiva bij de splitser direct vóór de splitsing fiscaal te boek stonden.7
Voldoen de splitsingspartners niet aan alle hiervóór opgesomde vereisten, maar willen zij toch een fiscaal begeleide splitsing tot stand brengen, dan moeten zij opteren voor de doorschuifregeling op verzoek ex art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969. De splitsingspartners dienen dan vóór de splitsing een gezamenlijk verzoek in te dienen, waarop de inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking.8 Als de inspecteur het verzoek inwilligt, worden nadere voorwaarden aan de fiscale facilitering gekoppeld. De voorwaarden die in het algemeen worden gesteld, de zogenoemde model- of standaardvoorwaarden, zijn gepubliceerd in beleidsbesluiten (hierna ook: beleidsbesluit afsplitsing en beleidsbesluit zuivere splitsing).9 Ook als gebruik wordt gemaakt van de doorschuifregeling op verzoek, treden de verkrijgende rechtspersonen in de vennootschapsbelastingvoetsporen van de splitsende rechtspersoon, maar dit geldt uitsluitend voor zover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld.