RAV 2020/1
Heimelijk cameratoezicht. Is het in het geheim met beveiligingscamera’s filmen van werknemers in een supermarkt die ervan worden verdacht te stelen, in strijd met het door art. 8 EVRM beschermde recht op privéleven?
EHRM 17-10-2019, ECLI:CE:ECHR:2019:1017JUD000187413
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
17 oktober 2019
- Magistraten
L.-A. Sicilianos, G. Raimondi, A. Nußberger, R. Spano, V.A. De Gaetano, J. Fridrik Kjølbro, K. Turković, I. Karakaş, G. Yudkivska, A. Potocki, A. Pejchal, F. Vehabović, Y. Grozev, M. Mits, G. Kucsko-Stadlmayer, L. Hüseynov, M. Elósegui
- Zaaknummer
1874/13
8567/13
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS181525:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2019:1017JUD000187413, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 17‑10‑2019
ECLI:CE:ECHR:2018:0109JUD000187413, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 09‑01‑2018
- Wetingang
Essentie
Heimelijk cameratoezicht. Recht op privéleven. Fair trial.
Samenvatting
De vijf klagers in deze zaak waren allemaal werkzaam bij een Spaanse supermarkt. In maart 2009 kreeg de manager het vermoeden dat uit zijn winkel gestolen werd. Daarom installeerde hij in juni 2009 zowel zichtbare als verborgen camera’s. Alleen over de zichtbare camera’s werden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.