NJB 2011, 639:Gezag van gewijsde. Tussen partijen bestaat een managementovereenkomst van bepaalde duur met een gefixeerde schadeloosstelling bij tussentijdse opzegging. De opdrachtgever zegt tussentijds op. In de eerste procedure stelt de manager een vordering in, stellende dat de opdrachtgever toerekenbaar is tekortgeschoten door te weigeren de schadeloosstelling op de overeengekomen wijze te berekenen. In de tweede procedure stelt hij een vordering in, stellende dat de opdrachtgever wegens toerekenbare tekortkoming schadeplichtig is. HR: Het oordeel van het hof dat de manager – naast de vordering tot nakoming – in de eerste procedure mede een wegens wanprestatie uit de wet voortvloeiende aanspraak op schadevergoeding aan het oordeel van de rechter onderwierp, behoefde nadere motivering om begrijpelijk te zijn.